Primeur: geen geweld in Albanië

Voor het eerst sinds tien jaar wordt er in de campagne voor de Albanese parlementsverkiezingen (morgen) niet geschoten, ontvoerd en geïntimideerd: Albanië kruipt langzaam uit het moeras.

Het dreigen saaie verkiezingen te worden; zonder schotenwisselingen, bedreiging of omkopingen. De politici schelden elkaar zelfs niet dagelijks de huid vol. Albanië voert, voor het eerst sinds de afschaffing van het communisme in 1991, rustig campagne.

Hoe anders verliepen de vorige parlementsverkiezingen. In die chaotische zomer van 1997 vochten ex-gevangene Fatos Nano van de ex-communistische Socialistische Partij en president Sali Berisha van de Democratische Partij een bitter gevecht om de macht. De laatste werd beschoten, de eerste gemolesteerd. Op de verkiezingsdag zelf dwongen gewapende mannen her en der kiezers op een bepaalde partij te stemmen.

Uiteindelijk wonnen de socialisten en trad Berisha woedend af. Fatos Nano werd premier, Rexhep Mejdani werd president en samen mochten ze de puinhoop opruimen. Die was groot; de bevolking was bankroet door de ineenstorting van de investeringsfondsen en het gezag van de overheid reikte niet verder dan de deuren van de ministeries. Veel Albanezen losten hun problemen liever zelf op met hulp van uit wapendepots gestolen wapens.

Nu staan de regerende Socialisten en de oppositionele Democraten opnieuw tegenover elkaar. Maar deze keer voeren ze een debat in plaats van een moddergevecht. Door te praten over economische ontwikkeling en Europese integratie proberen ze in te spelen op de gevoelens van veel Albanezen. De nieuwe cultuur is mede een resultaat van het werk dat de OVSE, en met name de Nederlandse OVSE-vertegenwoordiger, Daan Everts, in de late jaren negentig in Tirana heeft verricht.

Er is meer goed nieuws van het Albanese thuisfront. De Raad van Europa gaat praten over toetreding van Albanië tot het Stabilisatie en Associatie Verdrag. De Europese Commissie complimenteerde Albanië met de hervormingen van het rechts-, belasting- en economisch systeem. Ze roemde tevens, samen met de NAVO, Albanië's terughoudendheid in het conflict in buurland Macedonië, zoals Albanië ook is gecomplimenteerd toen het tijdens de Kosovo-oorlog honderdduizenden vluchtelingen opving en toen het de juiste reflexen toonde tijdens de opstand van de Albanezen in Zuid-Servië.

Alle complimenten ten spijt is Albanië nog ver van `Europa'. De economie is noodlijdend, de corruptie groot, het openbaar gezag klein. Het noorden van Albanië, van oudsher het rijk van gewelddadige clans, is voor socialistische bestuurders nog altijd een no-go area. De werkloosheid is groot en veel jongeren vertrekken legaal of illegaal naar Amerika, Zwitserland en Duitsland. Albanië oogst ook niet alleen lof: een dag na de complimenten uit Brussel werd in Rome geroepen om verbreking van de banden met Tirana wegens Albanese nalatigheid op het gebied van mensensmokkel: elke nacht vertrekken speedboten vol illegale immigranten vanuit Albanese havenplaatsen naar Italië. De Albanese politie is al te vaak zelf betrokken bij de smokkel. Het Britse ministerie van Binnenlandse Zaken meldde dat de Albanese maffia binnen een jaar de seksindustrie in het Londense uitgaansgebied Soho had overgenomen. De Duitsers en de Belgen hadden al eerder met dat verschijnsel en de bijbehorende zeer harde afrekeningen te maken gekregen.

Het zijn smetten op het blazoen dat Albanië wanhopig probeert op te poetsen. Een nette verkiezingscampagne is daarvoor een manier. Tijdens de vorige verkiezingen keerden vooral jongeren zich van het politieke gewoel af, omdat het nooit ging het over hun problemen en of die van hun ouders. Nu gaat het anders. De Democraten van Sali Berisha hebben zich verenigd in een coalitie onder de naam Unie voor Overwinning. Ze hamert op economische hervormingen, snellere privatisering en verlaging van belastingen. De socialisten beroepen zich vooral op hun successen in de Europese integratie en in de infrastructuur.

Zo opende de jonge, populaire premier Ilir Meta vorige week een deel van de snelweg tussen Durrës en Rrogozhina. Het was, vlak voor de verkiezingen, geen toeval. Maar critici wijzen erop dat de weg alleen in het pro-socialistische zuiden wordt aangelegd. Wil men naar het noorden, thuisbasis van aanhangers van de oppositie en eigenzinnige clans, dan reist men nog altijd over afbrokkelende bergweggetjes.

Het jonge kiezersvolk in Tirana maakt het weinig uit. Als de economie maar met zeven procent per jaar blijft groeien. Als ze maar een dak boven het hoofd hebben - de bouwwoede in Albanië is ongekend. En als het optreden van The Scorpions maar doorgaat. En Albanezen die er echt geen vertrouwen in hebben, kunnen hun heil nog altijd bij de heiligen zoeken. Het Institute for War and Peace Reporting schreef onlangs over de hausse in reliqieuze sektes. In een land dat een kwart eeuw atheïstisch was, moeten charlantans en kruidenvrouwtjes de ziel reinigen.