OORLOG EN VREDE

`Een leven vol lente, dat was vredeseducatie vroeger',zegt Jan Durk Tuinier, directeur van de Stichting Vredeseducatie. Vandaag de dag staat vredeseducatie meer met beide benen op de wereld. De bij de stichting werkzame freelancers en vrijwilligers ontwikkelen onderwijsmateriaal over het thema oorlog en vrede. Momenteel draait in verschillende Europese landen een interactieve tentoonstelling voor kinderen rondom het thema vooroordelen, zondebokken en verzet. Tuinier: ``Wij willen kinderen niet leren wàt ze denken, maar dàt ze denken.''

In Nederland is de tentoonstelling (permanent) te zien in Fort De Bilt in Utrecht. Het fort, waar in de Tweede Wereldoorlog 140 mannen werden gefusilleerd, is de plek bij uitstek om de oorlog concreet te maken voor kinderen en zo thema's als onderdrukking en verzet te koppelen aan hun eigen leefwereld. ``We willen `het verzet' van zijn heroïsme ontdoen'', aldus Tuinier. ``Daarom eindigen we de rondleiding met een fax die we versturen naar generaal Than Shwe in Miyanmar (Birma). Daar wordt Min Ko Naing, een studentenleider, vastgehouden. Met die fax protesteren we tegen zijn gevangenschap om politieke redenen en vragen we om opheldering waarom hij wordt vastgehouden. Als je dan met een groepje kinderen rondom die fax staat, merk je dat het op een gegeven moment stil wordt. Dan valt het kwartje: `nu pleeg ik ook verzet'.''

De tentoonstelling is vooral bedoeld voor scholieren tussen de tien en veertien jaar. Vandaag komt de eindgroep van De Brug uit Zeist op bezoek, een basisschool voor speciaal onderwijs. De inleiding van medewerkster Durkje Post over de geschiedenis van Fort De Bilt en vooral haar verhalen over de slaapzalen van de soldaten en de schietoefeningen die ze hielden worden duidelijk gewaardeerd. ``Cool'', mompelt een hoogblonde jongen na ieder wapenfeit. ``Hebben jullie hier ook bunkers? En mogen we daar ook in?'' Als Post knikt, knikt hij grijnzend mee. ``Cool.''

Dan vertrekken de leerlingen in kleine groepjes met een boekje vol opdrachten dat hen langs de tentoonstelling leidt, deels door de kille gewelven van het fort en deels buiten. Meer dan vijftig vragen moeten de scholieren beantwoorden, kennisvragen, maar ook persoonlijke vragen. ``Meester, wat is een vooroordeel?'' vraagt Francis (13) aan docent Aart Boom. Francis, Selma en Priscilla zijn bij de eerste vraag. Boom fronst zijn wenkbrauwen. Medewerkster Durkje Post schiet hem te hulp. ``Ik ben dik. Nu denken jullie vast dat ik graag gebakjes eet.'' Ze wacht op een reactie, maar de drie meiden zijn alweer verder en ruziën bij de weegschaal waar ze letterlijk drie feiten, in de vorm van zakjes zand met teksten als `de juf kan het mis hebben', in balans moeten brengen met drie vooroordelen. ``Ze zijn snel afgeleid'', zegt Boom haast verontschuldigend tegen Post.

Een zaal verderop hangen drie gedichten. Eén van een pester, één van een slachtoffer en één van een meeloper over hun gevoelens over pesten. Woord voor woord gaan Roel en Wesley (allebei 13) met hun vinger langs de zinnen, hardop lezend. Maar de vragen begrijpen ze snel. `Linda wordt gepest. Wat zou jouw oplossing zijn voor Linda?' ``Gewoon terugpesten'', schrijft Wesley op. ``Niet reageren'', schrijft Roel. Dat is ook Francis' oplossing. En zij spreekt uit ervaring, wil ze wel vertellen. ``Op mijn vorige school werd ik heel erg gepest. Waarom? Omdat ik dik ben of zo, maar op deze school gaat het beter.''

Ondanks de moeite die het zijn leerlingen soms kost om de informatie en de vragen goed te lezen, is docent Aart Boom erg enthousiast over de tentoonstelling. ``Begrippen als `feiten', `meningen' en `vooroordelen' zijn inderdaad best pittig voor onze leerlingen, maar toch blijven ze bij de les. Ze zijn er toch anderhalf uur mee bezig. Op school ben ik bezig met sociale vaardigheden, omgaan met elkaar. Daar past deze tentoonstelling in. Daarom ben ik van plan er in de klas nog geregeld op terug te komen, want ik denk dat dit wel indruk maakt.''

Francis en Priscilla zijn inmiddels aangeland bij het beeld van `de zondebok'. Boven een stapel blanco papiertjes staat de vraag `heb je wel eens meegemaakt dat er een zondebok was?' De scholieren kunnen anoniem hun eigen ervaringen opschrijven en in de zondebok deponeren. Aan het eind van de dag wordt het beeld geleegd en alle ervaringen worden uiteindelijk in een verslagje verwerkt. ``Soms krijgen we erg persoonlijke verhalen te lezen'', vertelt Post. Ze laat een paar briefjes zien die eerder die week zijn opgehaald. `Ik ben dik en ik heb een beugel, dus het is logisch dat ze mij pesten'. Maar ook: `Nee!!!'

Naast de verslaglegging van deze anonieme ervaringen is de Stichting Vredeseducatie inmiddels op grotere schaal bezig met een evaluatie van de effecten van de tentoonstelling op de houding van kinderen. Daarvoor gaan medewerkers langs de scholen waarvan de kinderen de tentoonstelling hebben bezocht. Daar komen verrassende dingen uit, vindt Tuinier. ``Leerlingen geven bijvoorbeeld veel creatieve tips tegen pesten, zoals de pester thuis opzoeken en erover praten, stickers maken tegen pesten en niet meer lachen om de grapjes van de pester. In die zin zijn ze wel aan het denken gezet.''

Veel scholen blijken de tentoonstelling te bezoeken als zij bezig zijn met het thema `de multiculturele samenleving'. Vluchtelingen vormen, als zondebokken en slachtoffers, dan ook een rode draad in de tentoonstelling. Dat heeft er onder meer toe geleid dat de Stichting Vluchtelingenwerk Zeist in verband met haar 20-jarig bestaan bezoeken van scholen uit Zeist aan de tentoonstelling sponsort. In Fort De Bilt is het vluchtverhaal te zien van vijf kinderen uit verschillende landen en verschillende tijden: waarom zij vluchtten en hoe. Een aardige, maar volgens de leerlingen van De Brug vooral moeilijke opdracht is het plaatsen van de juiste koffer met persoonlijke bezittingen bij het juiste kind. Zo zit er een blikje Zeeuwse Babbelaars in de koffer van Blanche de Koster die in 1953 wegens de watersnoodramp in Zeeland moest vluchten en een landkaart van het voormalige Joegoslavië in de koffer van Jasmin uit Bosnië.

Verderop in de zaal blijken Blanche en Jasmin echt te bestaan. Daar hangen foto's van hen zoals zij er nu uitzien. Ook staat er een klein leeg koffertje. `Wat zou jij meenemen als je moest vluchten?' luidt de opdracht.