Mooie man

Een toevallige ontmoeting in Toscane. Een man wandelt gracieus achter vrouw en kinderen aan naar het strandtentje van Beppe. Zonnnebril op, het T-shirt hagelwit, azuurblauwe short van Gucci, mocassins van Tod's, La Gazetta dello Sport onder de arm. Een man met heupswing, subliem geordend in zijn organen en in de parafernalia van die organen. Zoals alle jonge mannen in Italië. Homo eroticus van top tot teen.

Hij lacht mij toe: ,,Leef jij nog?''

,,Zoals jij'', zeg ik, ,,maar dan wat strammer en uitgezakter.'' Hij knikt met iets van plaatsvervangende weemoed in de blik.

Ruim tien jaar geleden zagen we elkaar voor het laatst. Op het WK voetbal in Italië. Hij was toen nog de held van zijn zusje. En van talloos veel miljoenen meisjes in Amsterdam. Ongetwijfeld de mooiste voetballer van de Nederlandse competitie, in die tijd. Dartel en feminien, frêle en toch snedig. Een beetje dromerig in de kop, ook dat. Beslist geen nandrolonjongen.

,,Ben je gelukkig'', vraag ik.

,,Zie je dat dan niet? Met Nada en de kids gaat alles goed, en ik woon weer in Amsterdam. Ik ben weer thuis.''

,,Lukt het voetballen nog een beetje?''

,,Er wordt nu onderhandeld over mijn contract bij NAC. Ik hoop dat ze eruitkomen. Ik kan nog wel wat jaartjes mee.''

,,Bij NAC?''

,,Ik ben het zwerven moe, man.''

Bryan Roy.

Eens godenzoon avant la lettre. Nog lichtvoetiger dan zijn generatiegenoten bij Ajax. Oude beelden springen mij voor de geest: een wervelende linksbuiten, amper achttien en zijn inswingers zijn van goud. Een jongen die alles heeft om bij Barcelona te spelen. Of bij Lazio. Of bij Milan. Het werd Foggia, Nottingham Forest, Hertha BSC, en nu NAC. Altijd weer de verkeerde club en de laatste jaren zelfs het verkeerde land. Hij had deze week in Rome naast Totti op het balkon kunnen staan, badend in de galm van een miljoen tifosi: Forza Roma. Maar op de dag dat AS Roma kampioen werd, was hij in Forte dei Marmi, op het strand van Beppe, schelpjes aan het zoeken voor zijn zoon en dochter. Bij elke vondst kraaide hij mee met de kinderen.

Waar is het misgegaan met Bryan Roy?

Louis van Gaal die dezer dagen weer zo pedagogisch staat te toeteren in Argentinië, of all places, heeft deels de gebroken carrière van Bryan Roy op zijn geweten. In zijn laatste jaar bij Ajax werd Roy dodelijk verminkt door de coach. Van Gaal serveerde hem af, regelrecht het grof vuil tegemoet, niet op het oefenveld, niet in de kleedkamer, voor de camera. De mentaal kwetsbare vleugelspits was na die publieke executie nooit meer dezelfde. Er waren dagen dat hij meer deed denken aan een geknakte filtersigaret dan aan een legende in wording.

Nog even liep hij rond met een kaalgeschoren kop, maar de wreef gloeide niet mee. Wellicht was er te weinig woede in Bryan Roy om de absloute top te bereiken. Scoren is tenlostte het verlangen om te doden. En dat was wel het laatste waar de tedere mens, Bryan Roy, aan dacht. De carrière van een supertalent gebarricadeerd door te veel inherente beschaving? Het zou kunnen. Zoals hij ook nu weer het zand uit de handdoek voor het strandbedje van Nada schudt, haar een blikje Cola Light aanreikt, de hand voorzichtig op haar buik legt, en na tien jaar huwelijk toch weer aan een nieuw verhaal begint – ik heb het Van Basten nooit zien doen. En Ronald Koeman ook niet.

In de krant lees ik dat Willy Lemke, oud-manager en coach van Werder Bremen, de suggestie heeft geopperd om voetballers tijdens de wedstrijd te verbieden openlijk hun neuzen te legen en op de grond te spugen. De rochel moet van het voetbalveld geweerd worden. Opeens weet ik waarom Bryan Roy een eeuwige belofte is gebleven. Nooit heeft iemand deze voetballer zien spugen. Snot tussen twee vingers uit de neus draaien, Bryan zou het niet eens kunnen.

Het is negen uur in Forte dei Marmi. Bryan en Nada Roy zitten op het terras van hun appartement aan zee. De kinderen slapen. Hij rekt zich op naar het laatste licht. Van afstand zie ik hoe het silhouet van een imposante atleet zichzelf voltooit. Mooier kan een man niet zijn.

Maar weten ze dat ook bij NAC?