Leugendetector

Het onderwerp leugendetectie heeft een hoog monster van Loch Ness-gehalte. In de rubriek `Uitgelicht' (NRC Handelsblad, 18 juni) wordt een nieuw apparaat beschreven, de Truster, dat op basis van stemgeluidanalyse zou kunnen aangeven of iemand al dan niet de waarheid spreekt.

De methode is al oud en reeds in 1979 in een goed gecontroleerd onderzoek als ondeugdelijk (voor leugendetectie) ontmaskerd. In die tijd (eind jaren '70, begin jaren '80) kon men in veel Amerikaanse radio- en elektriciteitszaken zo'n op stemanalyse gebaseerde leugendetector kopen, die dan aan de telefoon kon worden gekoppeld. Zo konden zakenlieden besmuikt onderzoeken of hun klant of leverancier wel te vertrouwen was.

Ten onrechte wordt ervan uitgegaan dat leugendetectie is gebaseerd op het registreren van de emoties die bij de leugenaar tijdens het liegen optreden. Dat is onjuist. Leugendetectie – welke fysiologische index men ook gebruikt – is een toepassing van het verschijnsel dat mensen niet in staat zijn om hun onwillekeurige aandacht voor prikkels die voor hen een zekere `surplus-betekenis' hebben (de eigen naam bijvoorbeeld) te onderdrukken.

Leugendetectie registreert de respons op input (een stimulus) en niet op output (het uitspreken van een leugen). Als dat op een goede, gecontroleerde manier gebeurt en met de daarvoor meest geschikte fysiologische index (de elektrodermale respons; stemanalyse is er niet geschikt voor), dan kan leugendetectie een valide methode zijn.

Maar zowel de index (de stem), alsook de stiekeme en nooit goed onderzochte aanpak – al op voorhand methodisch aanvechtbaar – plaatst het apparaat in een dubieuze hoek.

Do not trust the Truster (zeker niet voor 150 gulden).