Le Bourget

PARIJS VORMDE deze week weer het traditionele decor van de vliegtuigshow op Le Bourget. Liefhebbers genoten van het grootste transportvliegtuig, de snelste straaljager, de spectaculairste buitelingen van stuntpiloten. Vergeet de superlatieven en kijk achter de schermen. Daar werd hard gewerkt om orders binnen te halen. Het industrieel-militaire complex draaide in Parijs op volle toeren. Grote ondernemeningen als Boeing, Airbus, Lockheed-Martin, Dassault, Agusta, Matra en vele andere vechten om een aandeel in een markt die bij de huidige economische vooruitzichten waarschijnlijk zal krimpen. Een markt bovendien die te maken heeft met politieke gevoeligheden, of het nu gaat om opdrachten voor de burgerluchtvaart of voor gevechtsvliegtuigen.

Zoals altijd ging ook deze week veel aandacht uit naar de vliegtuigbouwers en aartsrivalen Airbus (Europa) en Boeing (Amerika). Airbus stal de show. Het bedrijf bleek met de levering van 111 toestellen ter waarde van ruim 10 miljard euro de grootste order ooit te hebben verworven. De opdrachtgever is een Amerikaanse groep. Een grotere, maar nog onzekere order heeft bovendien aan waarschijnlijkheid gewonnen. Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Spanje, België, Luxemburg en Turkije tekenden op Le Bourget een intentieverklaring voor de aankoop bij Airbus van tweehonderd militaire transporttoestellen. Dit nieuwe vliegtuigtype moet de concurrent worden van de Amerikaanse Hercules.

DE DEFENSIE-industrie, met als belangrijk onderdeel de vliegtuigbouw, is de laatste jaren sterk veranderd. De Koude Oorlog was voorbij, defensiebudgetten slonken en de beurs kreeg meer te vertellen. In Amerika zijn vier grote defensiebedrijven over die zelf wapensystemen ontwikkelen en produceren. In Europa mislukte het plan om één pan-Europees defensiebedrijf te stichten. De drie grote wapenproducenten zijn nu genoodzaakt om te internationaliseren. Van echte concurrentie is daarbij geen sprake. Een artikel uit het EG-verdrag sluit de defensie-industrie uit van marktwerking. Die twee zaken, internationalisering en de oude verdragsregel, staan op gespannen voet met elkaar. Ze verhinderen in ieder geval de soepele totstandkoming van een gemeenschappelijke Europese defensiemarkt.

Maar dit betekent op zichzelf niet zoveel. Er zijn kansen genoeg, ook voor de dwergen onder de groten. Nederland staat op militair-industrieel gebied achteraan. Beperkt tot de vliegtuigbouw is het Nederlandse bedrijfsleven nog slechts actief in de toelevering. Juist daar kunnen, voor wie de weg kent, goede zaken worden gedaan. De politieke gevoeligheden zijn geringer dan in het `grote' werk. En er zijn weliswaar meer aanbieders, maar ook meer afnemers. Sleutelwoorden zijn internationalisering, samenwerking in EU-verband en een transatlantische koers. Le Bourget toont aan dat marktkeuze voor òf Europa òf de VS niet werkt. Op landenniveau noch op bedrijfsniveau. Het adagium is: beide.