KOEIEN, KORCZAK EN KUNST

De pedagogiek in de kinderdagopvang is een ondergeschoven kindje.

De sector is hard op zoek naar pedagogische inspiratiebronnen.

De gang van kinderdagverblijf de Boerderij in Weesp staat vol met kleine en grote rubberlaarzen – voor als er buiten wordt gespeeld. Nu spelen de kinderen in de stal waar vijftig koeien achter hekken staan. De geur is een mengeling van zoet ingekuild gras en warme dampende koeienlijven in de kou. Met een flinke zwaai aan een touw en veel geschreeuw en gelach laten kinderen zich in een berg ingekuild gras vallen. Peuters lopen dicht langs de koeien en geven hun gras, biks of een tik op de neus waarop de koeien hun hoofd terugtrekken. Hilariteit alom als een koe klaterend haar urine laat lopen.

Normaal zijn beesten uit den boze in kinderdagverblijven. Maar een kinderdagverblijf op het erf van een in bedrijf zijnde melkveehouderij mag weer wel, sterker nog: het wordt aangemoedigd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij. Boerin en eigenaresse van de particuliere crèche Willy Verwey startte tien jaar geleden haar kinderdagverblijf en heeft nu een wachtlijst van ouders die graag een plekje voor hun kind op de Boerderij willen. Na haar initiatief waren er meer boeren die dachten een ideale oplossing te hebben gevonden voor hun stagnerende bedrijf. Maar Willy Verwey benadrukt dat er meer nodig is dan een paar koeien en een weiland om een idyllische crèche te starten. ``Je moet een visie hebben op hoe je met de kinderen omgaat.''

Met name de pedagoog Korczak heeft Willy Verwey geïnspireerd. Op de vraag wat die inspiratie dan mag inhouden is haar antwoord: ``Door je knieën gaan, luisteren en kijken wat een kind wil. Dat het zo mag zijn als het is. En respect en vertrouwen geven, maar het ook respect voor andere kinderen leren. Maar het is alsof daar het laatst aan wordt gedacht bij de oprichting van een kinderdagverblijf. Dat wordt mede in de hand gewerkt doordat degene die een particulier kinderdagverblijf start geen pedagogische opleiding hoeft te hebben.''

Pedagoge Margot Meeuwig is verbonden aan de stichting Pedagogiek ontwikkeling van het Jonge kind die meerdere proefprojecten in kinderdagverblijven begeleidt. Zij verwoordt de pedagogische basis voor een crèche anders: ``Een veilig, geborgen en leuk kinderdagverblijf is niet voldoende. Pedagogiek stelt ook vragen als: waar zijn de kinderen mee bezig en wat speelt er zich af tussen kinderen, ouders en leidsters. In de kinderopvang is echter meer aandacht voor de professionalisering van de bedrijfsvoering dan de professionalisering van het pedagogische werken. Kinderdagverblijven zijn nog steeds georganiseerd als opvang. Terwijl de organisatie ten dienste moet staan van het pedagogisch werk. De eerste levensjaren zijn bij uitstek een belangrijke periode in het leven van kinderen, maar ook van ouders. Een gemeenschappelijke visie op de educatie van jonge kinderen zou de kinderopvang volwassen maken.''

Er worden geen algemeen geldende eisen aan het pedagogische beleid van een kinderdagverblijf gesteld. Ieder kinderdagverblijf kan dat naar eigen believen invullen en bepaalt zelf ook of er een klachtenprocedure wordt gemaakt. Een kleine telefonische rondgang langs een aantal kinderdagverblijven leert dat er vaak wel een pedagogisch plan is omdat dat door gemeentes verplicht wordt gesteld. Zoals bij kinderdagverblijf 't Hummeltje in Maastricht, waar ouders een boekje wordt meegegeven waarin het dagritme en de regels worden beschreven. Maar niet hoe er met de kinderen wordt omgegaan. Volgens eigenaresse Mullanders heeft niemand daar ooit naar gevraagd.

Niet slaan

Gonda Allersma van 24-uurs kinderdagverblijf Wolkewietje in Groningen volgt de opvoeding van de ouders. Zelf heeft ze geen specifieke aanpak. ``Natuurlijk heb ik wel algemene regels. Kinderen mogen elkaar niet slaan, dan gaan ze de gang op, ook als ouders dat zelf niet doen. Maar dan meld ik het wel.'' Allersma vraagt zich overigens af hoe een pedagogische aanpak gecontroleerd zou moeten worden. ``Om dat echt te kunnen zien moet je een week in een crèche meedraaien.''

Tot op heden is er geen overheidsinstantie die de pedagogische aanpak in kinderdagverblijven toetst. De plaatselijke Geneeskundige Gezondheidsdienst (GGD) controleert op besmettelijke ziektes en hygiënische omstandigheden en de Arbeidsinspectie inspecteert de arbeidsomstandigheden van de leidsters. In een wetsvoorstel dat komend najaar ter stemming in de Tweede Kamer komt, wordt de pedagogische controle bij de plaatselijke GGD gelegd. Maar de Belangenvereniging Ouders in de Kinderopvang (BOINK) vraagt zich af of de GGD's wel toegerust zijn op de controle van de pedagogiek wegens hun gebrek aan kennis én ervaring op dit gebied. Het aantal kinderen dat een kinderdagverblijf bezoekt, groeit snel. Vorig jaar telde de kinderopvang 116.000 plaatsen (inclusief 7.300 plaatsen voor de buitenschoolse opvang). In 2002 moeten dit 170.000 plaatsen zijn.

In de zoektocht naar nieuwe inspiratiebronnen is onder andere de pedagoog Janusz Korczak (1878-1942) herontdekt door de kinderopvang. De pedagoog en kinderboekenschrijver Korzcak was aan het begin van de vorige eeuw directeur van twee joodse kindertehuizen in Warschau. Korzcak noteerde, observeerde en bedacht als eerste pedagoog dat een kind behoefte heeft aan ruimte, vrijheid en een plekje voor zichzelf. Hij wilde kinderen leren verantwoordelijkheid te dragen voor zichzelf en voor het leven in een groep. Korzcac zag kinderen niet als maakbaar en de opvoeder niet als almachtig. Hij zag een kind als een groeiend organisme dat zich altijd anders ontwikkelt dan verwacht en met even mooie en slechte kanten als een volwassene. En opvoeders moeten dat volgens de pedagoog aanvaarden. Korczaks opvattingen hebben een tragische bijklank gekregen doordat hij in 1942 samen met de kinderen naar het vernietigingskamp Treblinka werd gevoerd en daar met hen de dood vond.

Willy Verwey: ``De meeste pedagogen gaan uit van een beperkt kindbeeld, waar ze vooral bij jonge kinderen een vastomlijnde ontwikkeling volgen: op die leeftijd moeten ze kunnen lopen, praten, zindelijk zijn en een rondje kunnen tekenen. Terwijl er niet naar het kind zelf wordt gekeken. En dat deed Korzcak wel.'' Als voorbeeld noemt ze een meisje dat meerdere keren een ander kind van een stoeltje trekt. ``Ze is een vechtertje en dat zit in haar. Met alleen veel geduld kunnen we haar duidelijk maken dat het niet hoeft. Haar straffen helpt niet. Ze moet er zelf achterkomen.''

Een andere populaire inspiratiebron in de crèche-pedagogiek is de Reggio Emilia-aanpak, genoemd naar de gelijknamige Italiaanse stad. Na de Tweede Wereldoorlog is er een geheel eigen pedagogisch systeem ontstaan binnen de gemeentelijke kinderdagverblijven. De pedagogische filosofie van Reggio Emilia gaat net zoals Korzcak uit van een sterk kindbeeld: jonge kinderen kunnen veel meer dan volwassen aannemen en `hoe kunnen wij hun stem laten klinken'. Volgens Reggio hebben kinderen `honderd talen' ter beschikking om ideeën, gevoelens en gedachten uit te drukken en vorm te geven. De taak van de begeleiders is om al deze talen te laten bloeien.

Sinds Kinderdagverblijf de Platanen in Amsterdam vier jaar geleden werd opgericht, werkt het vanuit de inspiratie van Reggio Emilia. Bij binnenkomst vallen direct de grote foto's, werken en teksten van de kinderen op. Baby's zijn er heel geconcentreerd bezig in een spel met dozen en je ziet er peuters die uitbundig lol hebben met water. Een groepje dreumesen is hard aan het werk met takken en klei. Iedere groep heeft een fototoestel en cassetterecorder. De groepsleiding kijkt, luistert, volgt, stimuleert en legt de denk- en maakprocessen van de kinderen vast.

De gemeente Amsterdam en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen zegden een subsidie toe voor een vier jaar durend pilotproject voor de ontwikkeling van een pedagogiek binnen de Platanen. Met een subsidie van het Amsterdamse Fonds voor de Kunst werd een atelier op de bovenste verdieping van het voormalige weeshuis gebouwd. Tienke van der Werf, beeldend kunstenaar, begeleidt het werken in dit hoge lichte atelier. Langs de wanden staan dozen met allerlei soorten materialen voor het grijpen: karton, takjes, draadjes, verf en allerlei soorten papier. Tienke van der Werf: ``Iedereen denkt altijd dat alleen de kinderen hier werken, maar dat is niet zo. Hier vindt juist het overleg tussen de pedagogen, kunstenaar en leidsters plaats, ontstaan de ideeën en welke materialen we kunnen gebruiken. Soms gaan we zelf al aan de slag.''