Kleinschaligheid

Amanda Kluveld schreef in NRC Handelsblad van 12 juni een bijdrage over verstikkende kleinschaligheid. Haar angst is dat de maatschappij terugkeert naar een benauwdheid en sociale controle die we sinds de jaren vijftig, gelukkig, achter ons hebben gelaten. De verworvenheden van anonimiteit en individualisme zou Kluveld niet graag willen opgeven voor een verstikkende dorpsmoraal onder het mom van betrokken burgerschap. De recente verkiezing van de Beste Buur tijdens de nationale Burendag in Dronten was in haar ogen een voorbeeld van het belonen van bemoeials.

Humanitas, samen met Aedes de organisator van nationale Burendag, verleent diensten op het gebied van zorg, welzijn en wonen. Duizenden vrijwilligers verlenen die hulp aan mensen die (tijdelijk) een steuntje in hun rug kunnen gebruiken. Zo niet Amanda Knuveld. Zij redt het wel dankzij haar sociale contacten en haar baan. Zij kan zich veroorloven zich af te wenden van haar buren. Zij hoort niet tot de groep aan wie de vrijwilligers van Humanitas hulp bieden. Zij heeft daarom, in mijn ogen, makkelijk praten.

Tijdens mijn afsluitende toespraak tijdens de nationale Burendag zette ik de woorden van Amanda Kluveld tegenover de winnaars van 2001: het buurtcomité Fort Orthen uit Den Bosch. De jury roemde het comité vooral wegens het opnemen van een gezin in de wijk dat ergens anders niet welkom was. Daarmee heeft dit comité zijn nek uitgestoken. Zij hebben nieuwe buren niet uitgesloten, maar juist opgenomen in de buurt.

Dat toont aan dat het voor een goede buur niet gaat om een terugkeer naar de verstikkende jaren vijftig. Een goede buur houdt het evenwicht tussen verantwoordelijkheid en bemoeizucht goed in de gaten. Degenen die een steuntje in de rug nodig hebben, kunnen die krijgen.