Ik kan smeren

Tot de meest huiveringwekkende vormen van contact behoort het droge schuiven van metaal op metaal. Het knarst, het knerpt en het piept. Een roestige ketting bijvoorbeeld, of een bejaard scharnier in een schuurdeur. In zulke gevallen doet een smeermiddel wonderen. De schrille geluiden behoren meteen tot het verleden en de beweging gaat gemakkelijker. Dat komt doordat het smeermiddel zich tussen de metaaldelen wringt, en een eind maakt aan het ruwe metaal-op-metaal contact. Olie of vet zijn daar heel geschikt voor, maar smeren gaat in principe ook met water. Ook water kan als een dunne film tussen twee materialen dringen. Elke automobilist kent daar voorbeelden van: aquaplaning, waarbij het water zich tussen band en wegdek bevindt en de auto onbestuurbaar maakt, en de ruitenwisser, die zijn zegenrijke werk alleen doet zolang er een dun laagje water tussen ruit en wisser blijft bestaan.

Nu heeft water als smeermiddel een paar in het oog springende nadelen. Het is te dun, het verdampt, en het veroorzaakt roest. Alleen bij sommige kunststoffen, zoals nylon, is water het aanbevolen smeermiddel.

Het hangt er maar vanaf wat de toepassing precies is. Moet het smeermiddel via slinkse wegen zijn doel zien te bereiken, dan ligt olie voor de hand. Bij een scharnier bijvoorbeeld, een fietsketting, of een slot. Welke olie? In de ijzerwinkel en bij de fietsenmaker zijn verschillende flesjes en spuitbussen te krijgen. Laten we bij het gemakkelijkste beginnen: een piepend scharnier. Tik de scharnierpen er zo mogelijk een halve centimeter uit en laat een druppeltje dunne olie voorzichtig bovenin het scharnier lopen. Ga er met een doek bijstaan en veeg meteen de olie weg die gemorst is of er aan de onderkant weer uit komt lopen.

Wie veel moet smeren koopt een oliekannetje met een tuit een een hendeltje voor de duim. Vul het met een restje motorolie.

Bij een slot dat moeilijk opengaat werd vroeger grafiet gebruikt, maar beter is een spuitbus met een modern smeermiddel. Let erop dat bij de bus ook een hard plastic slangetje zit dat in de spuitmond geduwd kan worden. Je kunt dan het smeermiddel heel precies in het sleutelgat mikken. De markt wordt in dit segment steeds sterker gedomineerd door het Amerikaanse merk WD40. Het is een zogeheten multispray, de fabrikant claimt behalve smerende ook reinigende en vochtverdrijvende eigenschappen. Feit is dat WD40 weinig vuil aantrekt, en daarom voor een cilinderslot daarom een goede oplossing is.

Een fiets- of motorketting werd vroeger in een bak met gesmolten kettingvet gedompeld. Dat is wel heel effectief, maar een vette, onbeschermde ketting trekt ook heel veel vuil en zand aan, en dat is op den duur schadelijk voor een soepele loop. Tegenwoordig smeer je je fietsketting met een spuitbus met siliconenspray. Dat smeert goed, verdrijft vocht en trekt weinig vuil aan. Maak de ketting wel eerst goed schoon, en doe dat niet met petroleum of benzine, maar met een droge borstel.

Remkabels smeer je het best als volgt: maak de kabel los bij het remhendel en vouw om het uiteinde van de buitenkabel zo stevig mogelijk een klein trechtertje van aluminiumfolie. Hang de kabel aan een draad en vul het trechtertje met motorolie. Na een paar uur is de olie tot diep in de kabel gezakt.

Wil je zo lang mogelijk van het smeerwerk af zijn en zijn de te smeren delen goed afgesloten, dan is vet het aangewezen middel. In principe doet vet hetzelfde als olie, maar het blijft beter zitten. De toepassing die zich het dichtst bij huis bevindt, is de wielas van een fiets. Smeren met olie is hier uit den boze, want dat loopt er meteen weer uit. Er moet vet in, maar daartoe moet de as wel uit elkaar. Je moet dan wel even naar de fietsenmaker om een speciaal, dun sleuteltje te kopen waarmee je de conen kunt verstellen – de kegelvormige moeren waartegen de fietskogeltjes draaien. Schroef aan één kant van de as de moer en de cone eraf, vang de kogeltjes op en trek de as uit de naaf. Maak de kogeltjes schoon in petroleum – of koop nieuwe; erg duur zijn ze niet. Smeer rijkelijk kogellagervet in de holtes van de as (de cups), en duw de kogeltjes een voor een in het vet. Dat gaat het beste met een pincet. Duw de as weer in de naaf, schroef de cone en de moer er weer op. Het afstellen met het dunne sleuteltje is een precies werkje, het wiel moet soepel draaien en toch geen speling in de as vertonen. Maar als als dat goed gelukt is, en de ketting ook gesmeerd is, dan lijkt het wel of zo'n fiets opeens vanzelf gaat.