Homohuwelijk principezaak in Leeuwarden

De gemeente Leeuwarden wil geen contract meer sluiten met een ambtenaar die weigert homo's te huwen. Overdreven?

De Leeuwarder wethouder A. Brok (VVD, emancipatie) zegde het de raadscommissie vorig jaar juli toe: contracten van trouwambtenaren die geen `homohuwelijk' willen voltrekken worden beëindigd. Het Leeuwarder college was en is principieel. ,,Een ambtenaar moet alle wettelijke taken en gemeentelijke verplichtingen uitvoeren'', vindt wethouder Brok. ,,Een milieu-inspecteur kan ook niet selectief zijn.'' Als er in de praktijk een oplossing wordt gezocht, zoals het ruilen van een dienst zodat een ambtenaar geen homo's hoeft te huwen, gaat daar een discriminerende werking van uit, onderstreept hij.

Leeuwarden is, net als Amsterdam, een van de weinige gemeenten die dit standpunt innemen. De Amsterdamse wethouder G. Dales verklaarde vorig jaar november dat een ambtenaar van de burgerlijke stand verplicht is homokoppels te trouwen. Iedere werknemer moet een democratisch totstandgekomen wet uitvoeren. Zo niet, dan volgt schorsing en zonodig ontslag wegens werkweigering, zei Dales. Het Kamerlid Halsema (GroenLinks) noemde Dales' standpunt indertijd ,,in strijd met de Grondwet''. Er moest volgens haar ruimte zijn voor gewetensbezwaren en in de praktijk zou altijd een flexibele oplossing moeten worden gezocht. De toenmalige staatssecretaris Cohen (Justitie) had dat ook toegezegd bij de behandeling van het wetsvoorstel voor openstelling van het burgerlijk huwelijk voor homoseksuelen.

Hoewel het kabinet geen wettelijke regeling voor gewetensbezwaarden toestond, moest in de praktijk ,,creatief'' met de wet worden omgegaan. Een ambtenaar die per se geen huwelijk van gelijkgeslachtelijke paren wilde voltrekken hoefde dat ook niet te doen.

In Amsterdam speelde de kwestie alleen in theorie. In Leeuwarden in de praktijk. Per 1 januari 2000 werd het contract van buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand N. Eringa-Boomgaardt met vijf jaar verlengd. Eringa heeft gewetensbezwaren tegen het huwen van homoparen. Niemand die daarbij stilstond, totdat R. Grossnickel, voorzitter van het COC in Friesland, Eringa uitkoos om hem en zijn partner te trouwen. Ze hadden haar naam uit een boekje gehaald waarin de acht Leeuwarder trouwambtenaren zich presenteerden. Van de moeite die ze had om gelijkgeslachtelijke koppels te huwen, wist hij niet, bezweert Grossnickel. ,,Ik weet dat ik de schijn tegen heb, maar het is de waarheid. We kozen haar uit omdat haar levensbeschrijving ons aansprak. Toen we dat kenbaar maakten bij de ambtenaar bij wie we in ondertrouw gingen, zei die dat Eringa geen positieve bijdrage aan onze trouwdag zou leveren.'' Hetzelfde overkwam een Amsterdams homostel. Een van de mannen is geboren en getogen in de Friese hoofdstad en kende Eringa van vroeger. Omdat de protestantse Eringa een homoseksuele broer heeft die actief is binnen het landelijke COC zou zij zich wellicht persoonlijk betrokken voelen bij homo's, was de redenering. Zij kregen echter van Eringa te horen dat ze uit godsdienstig oogpunt bezwaren heeft tegen het huwen van homo's. Grossnickel bereidde samen met strafpleiter G. Spong een strafklacht voor tegen gemeente en Eringa wegens discriminatie.

Het college zat met de kwestie in de maag. Leeuwarden profileert zich graag als progressieve gemeente. Het was wethouder Brok die de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) er eind 1998 op wees dat een regeling voor ambtenaren met gewetensbezwaren tegen de partnerregistratie en het `homohuwelijk' volgens hem in strijd was met de wet.

De VNG liet de gemeenten vervolgens weten dat een reglement voor gewetensbezwaarden ongrondwettig was. In de brief hierover, verstuurd op 6 november 2000, staat letterlijk: `Overeenkomstig ons advies inzake registratie van een relatie van twee personen van gelijk geslacht, wijzen wij u erop dat in dergelijke situaties niet een beroep kan worden gedaan op gemeentelijke regelgeving van welke aard dan ook.'

Secretaris P. Leushuis van COC Friesland zegt dat de tekst aan duidelijkheid niets te wensen over laat. ,,Als een gemeente een ambtenaar met gewetensbezwaren vervangt door een ander, strookt dat niet met de wetgeving.'' Dat vindt de Leeuwarder wethouder B. Bilker (CDA, personeelsbeleid) ook. Volgens hem is de toezegging van Cohen niet in de wet opgenomen en mag de gemeente hierin volgens eigen beleid handelen. Daarom liet Leeuwarden juridisch uitzoeken of tussentijdse ontbinding van Eringa's contract mogelijk is.

Het CDA in de Leeuwarder gemeenteraad hekelt het collegestandpunt. Volgens fractievoorzitter G. Krol moeten gewetensbezwaren van een ambtenaar worden gerespecteerd. Het kan niet zo zijn dat een nieuwe wet andere vormen van discriminatie veroorzaakt, stelt hij. De ChristenUnie liet eerder al weten het ,,buitengewoon schrijnend'' te vinden dat er ,,in een grote stad als Leeuwarden'' geen ruimte is voor ambtenaren met gewetensbezwaren.

Staatssecretaris Kalsbeek (Justitie) vindt ontslag van de Leeuwarder ambtenaar ,,te kort door de bocht'', aldus een woordvoerder van het ministerie van Justitie. ,,De wet is aangenomen en wordt uitgevoerd. Daar gaat het om.'' Hij denkt dat Leeuwarden met zijn principiële houding een proefproces wil uitlokken. Dat ontkent een gemeentewoordvoerder. ,,Een proefproces is niet onze intentie. Onze intentie is het gemeentelijk beleid uit te voeren.''

G. Gerritsma, hoofd burgerzaken van de gemeente Heerenveen, vindt de stellingname van Leeuwarden ,,overdreven''. Nieuw aangestelde trouwambtenaren worden in Heerenveen verplicht álle huwelijken te sluiten, maar dat geldt dat niet voor zittende ambtenaren. Gerritsma: ,,Dan zou je hun aanstelling moeten veranderen en dat gaat ons te ver. We maken er geen principekwestie van.''