HET PUBLIEK

Drie oude dames nippen aan hun thee na een tennispartij; dat beeld kan alleen op Wimbledon worden vastgelegd. Hardnekkig houdt de All England Club vast aan oude tradities op het enige toernooi waar geen reclameborden zichtbaar zijn. De Victoriaanse moraal weerspiegelt zich in de strenge kledingvoorschriften, het publiek gedraagt zich navenant. Zo is het complex aan de Church Road in Londen een oase van beschaving. Geen ordinair geschreeuw na een knappe volley van publiekslieveling Tim Henman, maar een aristocratisch geformuleerd `nice shot', gevolgd door een ingetogen applaus.

De tradities op Wimbledon zijn inmiddels een anachronisme geworden in de commerciële sportwereld. Natuurlijk kan de bezoeker elke dag aardbeien eten, maar ze kosten ruim drieënhalve gulden per stuk. Het is ook geen pretje de tennishelden op de buitenbanen te volgen. In rijen dik verdringen de toeschouwers zich, om een glimp van de partijen op te vangen. Desondanks staan duizenden mensen uren in de rij, om de magie van het meest prestigieuze grandslamtoernooi te ervaren. Echt leuk wordt als regenbuien het speelschema dermate bederven dat zelfs de heilige rustdag op zondag moet worden opgeofferd. Op People's Sunday mag het gewone volk het centre court betreden en prompt ging enkele jaren geleden de wave door het stadion. Laat het een week regenen en Wimbledon lijkt de eerste zondag even op een voetbalstadion.

Dit is de 36ste en laatste aflevering van een serie over publiek