Groeistuipen van een superieure natie

Met Frankrijk gaat het beter dan met de naburige Duitse reus. De werkloosheid daalt hard, maar is toch altijd nog de op een na hoogste in de hele industriële wereld. Een tegenstrijdig beeld. Typerend voor Frankrijk.

`Een waarschijnlijke groei van 2,5 procent is nog altijd gróei, heren', zo gaf Jean-Claude Trichet, gouverneur van de Banque de France, zijn kritische gehoor vorige week op een persconferentie te verstaan. Zijn gezicht zei de rest.

Wat zullen we nu hebben, we kunnen elkaar een crisis ook aanpraten. En een neerwaarste bijstelling van de verwachtingen met twee-, drietiende procentspunt is géén crisis. Ter bezwering van dissidente geluiden liet Trichet zijn regenteske blik, altijd zo aardig in strijd met de springerige kruin op zijn achterhoofd, in alle kalmte op het gezelschap vóór hem rusten. Waarna hij opnieuw op het vertrouwde aambeeld van de inflatie hamerde: 2,3 procent voor de maand mei, 0,7 punt hoger dan de maand ervoor, dat was wél zorgelijk.

Optimisme onder zich samenpakkende wolken: tussen de voorname, Parijse gouverneur en de shaggies-rokende werknemers van Moulinex, in elektrische huishoudelijke apparatuur, in het Normandische stadje Alençon bestaat een stilzwijgend verbond. Met dit verschil dat de lucht in werkelijkheid strakblauw was, toen de bedreigde Moulinex-mensen zich deze week voor de zoveelste keer verzamelden bij de poort van hun fabriek. Die gaat dicht, zo kondigde de directie eind april aan. Dat had de directie gedacht, riep actievoerder Claude Renault nog maar weer eens door zijn zeepkistmicrofoon. We gaan eerst nog op vakantie, zo hield hij zijn gelaten gehoor voor, maar eind augustus ligt er een ,,contreprojet'', een tegenplan zo te zeggen, en ,,dan gaan we keihard onderhandelen met die incompetente directie van ons''.

Terwijl hij zijn bezoeker rondleidt over het 25 hectare grote fabrieksterrein, wil Renault wel een tipje van de sluier over zijn nog geheime ,,tegenplan'' oplichten. De afvloeiing van de elfhonderd werknemers gaat 22 miljoen gulden kosten. Om de fabriek in een nieuw gebouw en in afgeslankte vorm te laten voortbestaan, is 33 miljoen gulden nodig. Het verschil moet de gemeente Alençon bijleggen door het nieuwe gebouw neer te zetten en te gaan verhuren aan Moulinex. Dat nieuwe gebouw komt er hoe dan ook. Nu de enige industrie die de monden van de dertigduizend inwoners sinds mensenheugenis heeft gevuld, gaat verdwijnen, wil de gemeente met nieuwe infrastructuur nieuwe bedrijvigheid lokken. Maar voor hetzelfde geld kan Moulinex – hoewel het bedrijf, toegegeven, al jarenlang zieltoogt omdat het te weinig oog voor trends heeft – behouden blijven.

Het optimisme van zowel Trichet als de Moulinex-werknemers lijkt op zichzelf gerechtvaardigd. Met een groei die inderdaad mogelijk 2,5 procent bereikt en een almaar afnemende werkloosheid draait de Franse economie, zeker in vergelijking met die van de naburige Duitse reus, nog steeds behoorlijk. De industriële productie vlakt, met een half procent, wat af – ongetwijfeld onder invloed van de malaise in Duitsland, verreweg de belangrijkste handelspartner van Frankrijk. Maar het bedrijfsleven schiep in het eerste kwartaal van dit jaar wel even 116.000 banen, wat neerkomt op een banengroei van 3,5 procent op jaarbasis. Sinds het aantreden van de (linkse) regering-Jospin, in 1997, toen de werkloosheid een hoogtepunt van 12,7 procent had bereikt, zijn er in Frankrijk 1,4 miljoen banen bijgekomen, iets van duizend per dag. Vorig jaar werd de magische 10 procents-grens in gunstige richting overschreden en op dit moment zou nog `slechts' 8,7 procent van de beroepsbevolking thuis zitten. Daarmee is Frankrijk, na Italië, nog altijd wel het land met de grootste werkloosheid van de grote industriële mogendheden.

Het is een innerlijk tegenstrijdig beeld, typerend voor Frankrijk. 's Werelds vierde exportland, de vijfde grootste economie, na Italië de grootste wijnproducent ter wereld, eerste toeristentrekker, dank zij het ambitieuze Airbus-programma samen met Europese partners geduchte concurrent van de monopolist Boeing en wereldleider in innovatief transport, waarvan de met 300 kilometer per uur voortrazende TGV-Méditerrannée het laatste, glorieuze bewijs is. Maar, om het laatste voorbeeld even aan te houden, een reis van Parijs naar Die duurt sinds de komst van de nieuwe TGV vijf uur en tien minuten in plaats van de drie uur en veertig minuten van vóór de TGV, zoals een ingezonden-briefschrijver bitter vaststelde. De trein – zeventien diensten per dag – heeft het traject Parijs-Marseille bovendien nog niet in een kwart van de gevallen in drie uur afgelegd. Technische mankementen, gewijzigde dienstroosters, omgevallen pijlers, personeelsacties en zelfmoordenaars verhinderden dat. Voornaamste reactie van de Parijzenaars toen het achterland ten koste van miljarden ontsloten werd: ,,Ha fijn! Kunnen we lunchen in Marseille!''

Frankrijk blijft wel Frankrijk. Dat vinden ook de massaal ontslagen werknemers van LU-Danone, AOM-Air Liberté, Marks & Spencer en Moulinex. Hun bedrijven zijn of gezond of kunnen dat naar hun mening weer worden, en de ontslagen dienen dus louter en alleen hogere winsten. Dat is taboe. Het moet menselijk blijven of zoals Claude Renault, wiens baard het clichébeeld van de vakbondsman uit de jaren zeventig in ere houdt, droog vaststelt: ,,Goede ontslagen bestaan niet''. Aangevoerd door de vakbonden en met warme sympathie van extreem-links gaan ze dus de straat op. Met eisen aan het adres van de directies, maar meer nog aan dat van de staat. Die moet ingrijpen, die moet een nieuwe fabriek neerzetten, die moet een ,,sociale moderniseringswet'' invoeren die de toch al starre Franse arbeidsmarkt nog onbuigzamer maakt. Met behulp van de Communistische Partij, een van de laatste van Europa en een van de minst hervormde maar wel regeringscoalitiepartner, is in elk geval het laatste gelukt. De communisten hebben de verlichte socialist Jospin flink onder druk gezet, en de ondernemingsraden krijgen nu grotere zeggenschap en bevoegdheden. Minister van Financiën en Economie, Laurent Fabius, mocht dat hooguit even hardop betreuren (,,zijn rol'' volgens Jospin), tegenhouden kon hij niets.

Ook in het noodzakelijkerwijs aan de mondialisering deelnemende Frankrijk – nee, juist in dat Frankrijk blijft de overheid redder in de nood. Toen premier Jospin twee jaar geleden zei dat ,,de staat niet alles kan oplossen'', oogstte hij stormen van protest. Onlangs zei hij het weer, deze keer ongestraft, dus misschien verandert er langzaam iets. Maar conflicten tussen werkgevers en werknemers worden onveranderlijk ten departemente uitgevochten om met een greep in de staatskas of een nieuwe wet beslecht te worden. Zo kan ook een open vrije wereldmarkt nog zo onvermijdelijk zijn, harde, ,,angelsaksische'' deelname daaraan is nog altijd een brug te ver. De staat, en in het verlengde daarvan, Europa, moet pal staan.

Waarom gaat bijvoorbeeld de Moulinex-fabriek in Alençon, nota bene de moedervestiging uit 1937, dicht? Claude Renault weet het antwoord. Zeker, het jaarlijkse verlies beloopt 130 miljoen euro en de torenhoge schuldenlast 766 miljoen euro, maar ,,dat is maar de helft van het verhaal''. Het verlies wordt veroorzaakt door de goedkope productie van huishoudelijke apparatuur elders in de wereld, waar het begrip `sociaal contract' nog uitgevonden moet worden en kinderen en gevangenen aan de lopende banden staan. Om die reden ook wordt nu de productie van Alençon overgeheveld naar Mexico, om de concurrentie het hoofd te kunnen bieden. Maar dat is niet de oplossing, zegt Claude Renault. De overheid moet belasting heffen op de goedkope strijkijzers van elders. Mondialisering is één ding, maar regels moeten er zijn. Dan voorkom je dit soort rampen.

Een ,,ramp'' is het, geeft een directielid van de fabriek volmondig toe, en dat hij en zijn collega's verketterd worden ach, hij begrijpt het wel. Hij mag eigenlijk niet praten van het hoofdkwartier in Parijs. Maar aan het schetsen van een juist perspectief kan hij geen weerstand bieden. Door herplaatsing van werknemers in een fabriek achttien kilometer verderop, uitbreiding van de klantenservice hier, natuurlijk verloop en hulp bij omscholing, hoeft de directie ,,in het gunstigste geval'' volgens hem niet meer dan tweehonderdvijftig werknemers te ontslaan, en in het ongunstigste geval zeshonderd. Het zijn er hoe dan ook te veel, maar de mondiale concurrentie is er nu eenmaal en dat nu Mexicanen of anderen in de Derde Wereld er werkgelegenheid bij krijgen, is dat niet juist heel gunstig, in zeker opzicht? Als genoegdoening voor de eeuwenlange verrijking van het Westen over hun rug? Zo kun je het ook zien, zegt hij.

Groeistuipen zijn het, zo analyseert hij nog snel alvorens het onverwachte bezoek uit te laten. Groeistuipen? Hij heeft gelijk, hoe gek het ook klinkt voor een al eeuwenlang superieure natie. Daar komt het door dat Electricité de France, met steun van de staat en tegen de Europese richtlijnen in, enerzijds het eigen binnenlandse monopolie blijft beschermen, maar anderzijds doodgemoedereerd een belang neemt in het Italiaanse Montedison. Terwijl de staat het stroomnetwerk bij de verkapte privatisering voor 1 franc aan EdF verkocht. Het is modern zakendoen, vermengd met ouderwets colbertisme.

De onwennige overschakeling van een staatsgeleide economie naar een liberale markt doet zich ook in de kleinere dingen van alledag voelen. De legendarische stakingen kunnen steevast rekenen op een brede maatschappelijke goedkeuring, hoeveel last men er ook van ondervindt. Dat is soms bijna aandoenlijk. Als ik mijn krant niet heb ontvangen en daarover bel, zegt men aan de andere kant opgewekt: ,,Dat klopt, het postkantoor in uw arrondissement staakt.'' De schok over mijn antwoord – ,,Maar ik heb een contract met u, niet met de postbode'' – is vervolgens voelbaar. Zo weinig solidair, foei.

In het algemeen geldt, dat niets mogelijk is, tenzij men vriendelijk aandringt. De commerciële prikkel is er niet van nature. En men is tegen efficiëntie en voor omslachtigheid; heel Frankrijk is in het bezit van een chipkaart, een Franse uitvinding zelfs en veel veiliger dan de ,,Amerikaanse'' magneetstripkaart, maar het chequeboekje is nog steeds heilig. Wil men bij de bank een wat hoger bedrag opnemen, dat overigens een week vantevoren aangevraagd dient te worden, dan hoort men het hele boekje bij zich te hebben en niet slechts één cheque. Waarom? Zo zijn de regels.

Tegenover die ongemakken staat een service public, die, indien niet in staking, drie keer per dag de post brengt en elke dag de vuilnis ophaalt. Openbaar vervoer, dat tot het fijnstvertakte en beste ter wereld behoort. Charme in de omgang ook: niemand spreekt een ander aan zonder eerst, met twee woorden, netjes gedag te zeggen. Het is dienstverlening en ,,ouderwetse'' elegantie die zich slecht verhouden met anonieme, op pure winst gerichte mondialisering. Gisteren nog kreeg ik een artikeltje toegestuurd van iemand die ik slechts vluchtig ontmoet had. Op een begeleidend kaartje schreef ze: ,,Ik heb het genoegen u deze kopie te sturen. Ik wens u een uitstekende zomer toe. In afwachting van het plezier u weer te horen of te ontmoeten, verzoek ik u, waarde vriend, te geloven in mijn warme herinnering''. Kom daar eens om, in de rest van de wereld. Geen wonder, dat de angst toeslaat, nu die op de stoep staat om binnengelaten te worden.