Federaal Europa kan Groot-Brittannië redden

Het grotere Europese kader biedt een uitgelezen kans om Groot-Brittannië op den duur bij elkaar te houden, vindt Timothy Garton Ash. Wel moeten de lidstaten van de EU het er volgens hem over eens worden op Europees niveau minder dingen aan te pakken, maar wat er overblijft wel beter te doen.

Europa maakte zich altijd zorgen over het Duitse vraagstuk. Nu heeft het een Engels vraagstuk. Zal Groot-Brittannië uiteindelijk helemaal voor Europa kiezen? En wat zal er bij de groeiende autonomie van Schotland, Wales en Noord-Ierland van het oude Verenigd Koninkrijk overblijven?

Historici, we zullen later misschien in de verkiezingen van deze maand het begin van een nieuw Groot-Brittannië zien – een federaal koninkrijk binnen een groter federaal Europa.

Twee dingen wijzen in die richting. Ten eerste hebben de Conservatieven campagne tegen `Europa' gevoerd en een rampzalige nederlaag geleden. Nu de kandidaten voor de opvolging van William Hague hun best doen zich te profileren, is er volop sprake van een nieuwe `toon' die over Europa zou moeten worden aangeslagen. De huidige koploper, Michael Portillo, heeft opeens ontdekt dat de Conservatieven voor Europa zijn, zij het nog wel tegen de euro.

Ten tweede bevestigen de verkiezingsresultaten de groeiende verschillen in het politieke aangezicht van Engeland, Schotland, Wales en Noord-Ierland. Conservatieven hebben nog maar één zetel buiten Engeland. In Schotland, Wales en Noord-Ierland zijn de nationalistische partijen sterk voor de dag gekomen. Dankzij de macht die is gedelegeerd door Tony Blair, hebben deze drie historische gebieden eigen parlementen gekregen.

De Britse oppositie tegen Europa is voornamelijk Engelse oppositie tegen Europa – een reden te meer waarom Conservatieven vrijwel uitsluitendleen in Engeland konden worden gekozen. In Schotland en Wales is de houding tegenover Europa veel positiever.

Door de gedelegeerde macht is het oude, sterk gecentraliseerde en unitaire Verenigd Koninkrijk inmiddels dood. De enige vraag is: wat zal ervoor in de plaats komen?

De laatste jaren betoogden Conservatieve politici en hun journalistieke aanhangers dat het vreselijke antwoord wel eens Europa zou kunnen zijn. Als de machtsoverdracht de eerste nagel aan de Britse doodkist was, dan zou de komst van een Europese federale `superstaat' de laatste zijn. Voor hen is federalisme een vies woord.

Mij lijkt precies het tegendeel het geval. Europa en het federalisme zouden juist wel eens de enige redding voor Groot-Brittannië kunnen zijn. Zoals de Noord-Amerikanen weten, biedt een goed opgezet, flexibel federaal systeem de beste waarborg voor verschillende niveaus van politieke verantwoordelijkheid, soevereiniteit en identiteit.

Zoals president George W. Bush behalve Amerikaans ook zeer Texaans is, kan een burger van de Bondsrepubliek Duitsland tegelijkertijd heel Beiers, heel Duits, en heel Europeaans zijn. Voor Engelse Conservatieven mag federalisme een `gecentraliseerde napoleontische superstaat' betekenen, voor Duitsers betekent het grondwettelijk verankerde decentralisatie. Het federale systeem, geknipt voor meervoudige identiteiten, is dé weg voor Groot-Brittannië – dat geheimzinnige land dat uit vier landen bestaat.

De Europese Unie en de andere multinationale instellingen in Europa bieden het beste kader waarin een van 's werelds oudste en merkwaardigste nationale staten zich te elfder ure kan hervormen. De ervaring van de laatste tien jaar op het Europese vasteland versterkt deze les. Sinds het einde van het communisme is een hele reeks zelfstandige multinationale staten als een kaartenhuis ineengestort: Joegoslavië, Tsjecho-Slowakije, de Sovjet-Unie. In diezelfde periode hebben zich binnen de Europese Unie landen met aanzienlijke etnische minderheden en breuklijnen met veel meer succes aangepast – zij het niet zonder grote inspanningen.

Het federale koninkrijk België, dat zijn hoofdstad deelt met de Europese Unie, is een klassiek voorbeeld. België raakt steeds verder verdeeld in zijn Waalse en Vlaamse delen. Maar die zeer verstrekkende decentralisatie is vreedzaam tot stand gekomen, binnen het grotere Europese kader.

Nu zouden de meeste Britten niet erg opgetogen zijn bij de suggestie dat Engeland meer op België moet gaan lijken. Maar dat grotere Europese kader biedt wel degelijk mogelijkheden die anders niet voorhanden zijn, en misschien is opneming daarin wel de enige manier om Groot-Brittannië op den duur bij elkaar te houden.

Dat er macht van Westminster naar Brussel wordt gezogen, is misschien wel niet zo erg als de sceptici wel vrezen. Het grondwettelijke kader van de Europese Unie moet toch worden herzien nu de EU zich opmaakt om een waslijst post-communistische landen op te nemen. Die vergrote EU kan alleen werken als de lidstaten het erover eens worden om op Europees niveau minder aan te pakken, maar dat mindere wel beter te doen.

Timothy Garton Ash is docent aan het St. Anthony's College in Oxford en schrijver van History of the Present: Essays, Sketches and Dispatches from Europe in the 1990s. Hij schreef dit artikel voor The New York Times