Erven zonder fiscus

In januari 2002 wordt de successiebelasting voor veel partners afgeschaft; het begrip partner voor ongehuwd samenwonenden wordt verruimd. Vooral vermogenden en ongehuwd samenwonenden moeten opletten.

De overheid lijkt de laatste jaren een wettenfabriek in continudienst. Men produceerde een compleet nieuw belastingstelsel en bijna een nieuw erfrecht. Over ruim een half jaar komt daar nog een eerste modernisering van de Successiewet van 1956 bij. Dit betekent dat gehuwden, geregistreerde partners en de meeste ongehuwd samenwonenden met een notarieel contract, waarschijnlijk vanaf januari 2002, geen belasting meer hoeven te betalen over een erfenis van hun partner (de nieuwe regeling geldt niet voor schenkingen), zelfs al gaat het om bijvoorbeeld 300 miljoen gulden (nu is hooguit 598.149 gulden vrijgesteld). Wél wordt een nagelaten woning straks hoger getaxeerd: op 100 procent in plaats van de huidige 60 procent van de marktwaarde, waardoor ervende kinderen fiscaal duurder uit kunnen zijn.

Verder krijgen ongehuwd samenwonenden een ruimer partnerbegrip: heeft een stel een notariële samenlevingsovereenkomst en staan ze na hun achttiende jaar minimaal een half jaar ingeschreven op hetzelfde adres, dan worden ze straks fiscaal de gelijken van echtelieden en geregistreerde partners. Dat is een groot verschil met nu. Nu krijgen samenwoners slechts de maximale successievrijstelling als ze na hun tweeëntwintigste minstens vijf jaar samenwoonden, of ze een contract hebben of niet.

,,De aanpassingen zijn in elk geval ingrijpend voor testamenten van vermogenden'', vindt mr. Pieter van Onzenoort, notaris en estate planner bij De Brauw Blackstone Westbroek. Hij voorziet nieuwe nalatenschapstendenzen. Zo is het straks vaak onnodig om, met het oog op successiebesparing, op latere leeftijd of bij overlijden de huwelijkse voorwaarden te laten omzetten in gemeenschap van goederen. Verder, zo weet Van Onzenoort ,,regelt men nu vaak dat genoeg vermogen ter beschikking blijft van de langstlevende, terwijl de nalatenschap zelf al zoveel mogelijk als vorderingen naar kinderen gaat. Per 2002 wordt het fiscaal echter juist aantrekkelijk om de langstlevende partner zoveel mogelijk na te laten, want dan minimaliseer je de successiebelasting bij het eerste overlijden.''

Nu nog doorkruist een erflater, die zijn partner tot enig erfgenaam benoemt, de legitieme portie van de kinderen, maar, zo zegt Van Onzenoort. ,,Onder het aanstaande nieuwe erfrecht kan de legitieme portie van kinderen geen inbreuk meer maken op beschikkingen ter bescherming van de langstlevende echtgenoot.''

Het nalaten van alle vermogen aan de langstlevende, moeten ouders volgens Van Onzenoort fiscaal steeds afwegen tegen het laten meeërven van kinderen. ,,Er wordt dan bij het eerste overlijden weliswaar al iets betaald, maar zo'n strategie kan zich bij het overlijden van de langstlevende toch terugbetalen, omdat een deel van het vermogen al bij de kinderen zit en daar successierechtvrij in waarde aangroeit.'' De afschaffing van successierecht voor partners zou het vruchtgebruiktestament daarom wel eens populairder kunnen maken, vermoedt Van Onzenoort. ,,Dat heeft wel iets tegenstrijdigs, want het nieuwe erfrecht is juist bedoeld om testamenten ter verzorging van de langstlevende onnodig te maken.''

Bij de afweging tussen de partner of de kinderen als erfgenaam wijst Van Onzenoort op de Amerikaanse tendens het successierecht geleidelijk af te schaffen. ,,Als je alles nalaat aan de langstlevende en later wordt ook hier het successierecht verlaagd of afgeschaft, dan heb je het qua estate planning natuurlijk fantastisch gedaan.'' Hij heeft wel een waarschuwing. ,,Zowel het nieuwe erfrecht als het gewijzigde successierecht kan de erfrechtelijke positie van kinderen verzwakken. Zeker bij een tweede huwelijk moet je je daarvan bewust zijn.''

De doorsnee getrouwde Nederlander zal van de successievrijstelling voor partners weinig merken, want zijn vermogen is daarvoor niet groot genoeg. De verruiming van het partnerbegrip kan ingrijpender zijn. Ongehuwd samenwonenden zijn straks namelijk slechts volledig van successierecht vrijgesteld als ze: een notarieel samenlevingscontract hebben en na hun achttiende jaar minimaal een half jaar op hetzelfde adres stonden ingeschreven, terwijl niet mag gelden dat ze al vijf jaar lang het fiscale partnerschap voor de inkomstenbelasting hebben afgewezen. Na minimaal twee jaar samenwonen vallen ongehuwden in het relatief lage schenkingstarief voor gehuwden.

Ongehuwden die straks vrijstellingen willen genieten, moeten dus zorgen voor een notarieel contract. Zo'n overeenkomst is niet per se ingrijpend, vindt mr. Theo Hoogwout, docent fiscaal recht aan de Erasmus Universiteit. ,,Je kunt regelen wat je wilt, van gemeenschap van goederen tot koude [totale] uitsluiting van je partner bij uit elkaar gaan en overlijden.'' Contractuele samenwoners die alles aan de partner willen nalaten, zegt Hoogwout, moeten ook straks testamenten laten maken. ,,Want wettelijk erven ze niet automatisch van elkaar.''

Op sommige punten wordt het partnerbegrip straks juist versmald. ,,De algehele vrijstelling gaat alleen gelden voor tweerelaties die geen ouder en kind zijn'', benadrukt prof. dr. Frans Sonneveldt, hoogleraar estate planning, partner bij Mazars Paardekooper Hoffman Belastingadviseurs en lid van de commissie-Moltmaker, de groep erfrechtdeskundigen die de successieaanpassingen hebben voorgesteld. ,,De bij moeder inwonende zoon heeft dus straks geen recht meer op een successievrijstelling van zes ton, maar wordt gelijk behandeld als andere kinderen, ook al hebben moeder en zoon een samenlevingscontract.'' Ook meerrelaties van bijvoorbeeld drie of vier personen krijgen met beperkingen te maken'', zegt Sonneveldt. ,,Voor hen gelden nu nog speciale, lagere vrijstellingen, maar dat vervalt.''

De erfrechtdeskundige voorziet, als de voorstellen doorgaan, een lange optocht van samenwonenden naar de notaris. ,,Zonder contract gelden straks geen hoge vrijstellingen, al woon je twintig jaar samen, al geldt na twee jaar samenwonen wel het lagere tarief voor echtgenoten.'' Ook mensen met een laatste wil die bepaalt dat de achterblijvende echtgenoot het vrijgestelde bedrag ontvangt, of mensen met een testament met een ik-vader-clausule, die vastlegt wat het fiscaal optimale bedrag is dat de partner erft, moeten opletten, want die bepalingen krijgen straks een verkeerd effect. Is zo'n wijziging niet de bedoeling, dan móét je beslist naar de notaris. Handel echter niet té overhaast, vindt Sonneveldt. ,,Wacht nog even tot het wetsvoorstel is goedgekeurd.''

Kabinetsstandpunt rapport werkgroep Modernisering successiewetgeving: www.minfin.nl/mfnieuws/index.htm