Bedrijfsartsen vinden pressie juist uitdagend

Uit onderzoek blijkt dat bedrijfsartsen lijden onder de druk van werkgevers of patiënten. Of toch niet?

Elke bedrijfsarts heeft er wel één: zo'n werkgever, vaak een kleine ondernemer, die ten minste twee keer per week belt en met net te harde stem meldt dat werknemer Pietje nu écht aanstaande maandag weer achter zijn bureau moet zitten. Of die werknemer met onduidelijke klachten die gaat schelden als het gesprek op werkhervatting komt. Is de druk die op bedrijfsartsen wordt uitgeoefend door opdrachtgevers en (zieke) werknemers te groot? Ja, zegt bedrijfsarts De Martines, die op het onderwerp afstudeert. Van de 269 bedrijfsartsen die zijn vragenlijst invulden, zei 87 procent afgelopen jaar druk te hebben ervaren van werkgevers (opdrachtgevers) om een beslissing te nemen waar zij niet achter stonden. Vooral om zieke werknemers naar hun werkplek te laten terugkeren. De pressie die werknemers uitoefenden, was bijna even sterk: 80 procent ervoer ook druk van deze zijde.

Vraag echter vier willekeurige bedrijfsartsen, van verschillende arbodiensten, naar hun mening en ze denken er totaal anders over dan hun geënquêteerde collega's. ,,Het verbaast me dat bedrijfsartsen zich zo onder druk gezet voelen, dat ervaar ik helemaal niet zo'', zegt Twan Schermer, bedrijfsarts bij en directeur van Schermer Trommel & De Jong, een kleine Amsterdamse arbodienst. ,,Wij ervaren wel druk en die is ook groter geworden, maar van de bedrijfsartsen ervaart een minderheid dit als negatief'', zegt Frits Peters, bedrijfsarts bij de grootste arbodienst in Nederland, ArboUnie en vice-voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Arbeids- en Bedrijfsgeneeskundigen (NVAB).

Volgens Peters kiezen veel bedrijfsartsen juist voor dit vak wegens de druk. ,,De uitdaging is dat je tussen twee vuren in zit''. De essentie van het vak, noemt Schermer het. De bedrijfsarts geeft niet, zoals de huisarts, een consult aan één patiënt, ,,die daarmee kan doen wat hij wil''. Hij weet, aldus Peters, dat er verschillende belangen spelen, van werkgever en werknemer en dat zijn rol geen vrijblijvende (meer) is. Wat is die rol? Een bemiddelende doch onafhankelijke, aldus de vier geïnterviewde bedrijfsartsen, anders zou de druk die werkgevers en ook werknemers trachten uit te oefenen, wel degelijk op hen drukken. Hun boodschap: er wordt van twee kanten veel druk uitgeoefend, maar wij vatten dat niet negatief op. Als wij van mening verschillen met een werkgever, hoeven wij onze opvatting niet te herzien. ,,Als het echt op scherp komt te staan, dan is het de werkgever die slikt'', zegt Ernst Harderwijk, bedrijfsarts bij Heineken, dat een interne arbodienst heeft. Het overkwam hem drie maanden geleden. Heineken wilde iemand ontslaan, maar voor het zover was, meldde de werknemer zich ziek. De wantrouwende werkgever gaf dringend aan deze zo snel mogelijk weer aan het werk te willen zien, Harderwijk constateerde na onderzoek dat van ontslag geen sprake kon zijn – ,,de man was echt ziek''. Dat leverde geen problemen op. Harderwijk: ,,Ik voel me erg beschermd. Mijn onafhankelijkheid is vastgelegd in een beleidsverklaring van onze arbodienst, die de hoogste baas van Heineken heeft ondertekend. En mijn rol is ook duidelijk beschreven in ons verzuimbeleid, dat samen met de bonden is opgesteld.''

Erik-Jan van Dijck, bedrijfsarts bij het Zwolse regiokantoor van ArboUnie, heeft enkele opdrachtgevers die hem bijna wekelijks bellen over zieke werknemers, die zij graag met spoed gezond verklaard zien. Die druk vindt hij soms vervelend, maar echt deren doet het hem niet. ,,Ik ben ingehuurd voor deskundig oordeel en laat me niet beïnvloeden door zoiets''. Eén keer werd de druk onprettig, toen meldde hij dat aan zijn baas, de arbodienst. ,,Het ging om een bedrijf waar een harde reorganisatie veel ziekte veroorzaakte. Mijn lijn was dat ik de werkcondities voor de werknemers probeerde te verbeteren, maar dat was niet bespreekbaar''. De arbodienst besloot Van Dijck te vervangen. Het was geen probleem, aldus Van Dijck, ,,ArboUnie stond volledig achter me.''

De vraag die blijft staan: hoe komt het dat de overgrote meerderheid van de 269 geënquêteerde bedrijfsartsen uit De Martines' onderzoek wél negatieve druk ervaart van werkgever en werknemer? Volgens de NVAB moet je het woordje `druk' niet zo negatief opvatten. Maar De Martines zegt: ,,Druk mag een waardevrij woord zijn, de geënquêteerden wisten precies wat ik ermee bedoelde. Het is negatief bedoeld''. En de afwijkende antwoorden van vier willekeurig bedrijfsartsen dan? Volgens De Martines bleek uit zijn onderzoek al dat bedrijfsartsen niet willen toegeven dat ze beïnvloedbaar zijn en geven mensen anoniem andere antwoorden. Dat is één. Twee is dat bedrijfsartsen ,,van oudsher geen klagers zijn, zeker niet naar buiten toe''. Punt drie sluit het verhaal: ,,Maar laat die vier willekeurige bedrijfsartsen míjn vragenlijst invullen en ze antwoorden precies hetzelfde als hun 269 collega's.''