BASF doet het zo slecht nog niet

De economische omstandigheden spelen de Duitse chemiereus BASF parten. Het concern verkocht aan het einde van het afgelopen jaar zijn farmaceutische divisie, om zich te kunnen concentreren op de chemie. Destijds beloofde het bedrijf dat het de operationele winst drie jaar lang met 10 procent per jaar kon laten groeien. Maar die belofte was gebaseerd op de goede vooruitzichten in Europa, waar BASF bijna 60 procent van zijn productie slijt.

In het eerste kwartaal van dit jaar vormde de sterke groei in Europa inderdaad een goed tegenwicht tegen de zwakke omzet in de VS en Latijns Amerika. Maar sindsdien zijn de zaken aanmerkelijk verslechterd, met name op de automarkt en op de bouwmarkt.

Hoe ernstig is de situatie nu? De operationele winstdoelstelling die BASF zich dit jaar had gesteld is reeds gesneuveld. Op de langere termijn staat het concern er goed voor om van een opleving te kunnen profiteren. Maar daar is wel een economisch herstel voor nodig.

Toch is het beeld niet zo zwart als voorgespiegeld wordt. BASF heeft niet zoveel belangen in de bulkchemie als de markt lijkt te suggereren en heeft zwaar geïnvesteerd in minder conjunctuurgevoelige sectoren als gasdistributie en gewasbescherming.

En het concern heeft bewonderenswaardig snel op de inzinking gereageerd door zijn capaciteit te verminderen en 400 miljoen euro te besparen op zijn jaarlijkse kosten.

Bovendien is BASF nauwelijks te duur. Zijn aandelen worden verhandeld op een niveau van 4,3 maal de winst vóór rente en belastingen, tegen een bedrijfstakgemiddelde van 6. Op dat niveau lijken zijn aandelen aantrekkelijker dan die van de meeste van zijn concurrenten.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld