Afval op straat: `Dat kán toch niet?'

Wederopbouwwijk Pendrecht in Rotterdam vervuilt in hoog tempo. De gemeente zet een nieuw wapen tegen het alom aanwezige vuil: de Turkse Jan Klaassen.

Faruk Dikici tuit zijn lippen en maakt een theatraal gebaar. Faruk speelt Karagöz, de Turkse Jan Klaassen. ,,Zeg Hacivat'', vraagt hij met verdraaide stem. ,,Toen de Roteb vorige week het vuil ophaalde, stonden er wel zestig vuilniszakken om de container heen...''

Faruks gezicht verandert van expressie. Nu is hij Hacivat, Karagöz' maatje. ,,Ik weet hoe dat komt'', zegt Hacivat. ,,Iemand had zijn vuilniszak helemaal volgepropt en toen bleef de zak steken. De buren dachten dat de container vol was en zetten hun zak naast de container.''

Karagöz heft zijn armen ten hemel. ,,Maar dat kán toch niet ...''

,,Jazeker kan dat'', zegt Hacivat.

Rotterdam-Zuid, een doordeweekse avond. In activiteitencentrum Pendrecht luisteren dertig Turkse mannen en vrouwen naar verhalenverteller Faruk Dikici, alias Karagöz en Hacivat. Als de slimme Hacivat de domme Karagöz de les leest, lachen de vrouwen. De mannen blijven onverstoorbaar. Afval in de buurt is een serieuze zaak, vinden ze.

Verhalenverteller Dikici is het nieuwste wapen van het Rotterdamse reinigingsbedrijf Roteb en de Dienst Gemeentewerken in de campagne `Schoon en heel', die de Rotterdamse wijken leefbaar moet maken. Behalve Faruk zijn er Surinaamse, Marokkaanse en Kaapverdiaanse verhalenvertellers, zegt gemeentemedewerker Saskia van Dongen. Het doel: migranten informeren over hoe ze hun buurt schoon kunnen houden. ,,Allochtonen zijn moeilijk te bereiken. Vooral ouderen beheersen de Nederlandse taal niet. Daarom proberen we in te spelen op hun eigen cultuur. Karagöz en Hacivat zijn bekend in Turkije. Voor Surinamers hebben we weer andere verhaalfiguren.''

De gemeentelijke campagne is nodig. Pendrecht, een typische wederopbouwbuurt met lange rijen flats, is een wijk met problemen. De buurt is populair onder de bewoners van de oude wijken als Feijenoord en Spangen: driekwart van de Pendrechters woont er minder dan anderhalf jaar. Met de influx uit de oude wijken kwam ook de drugsoverlast en de kleine criminaliteit naar Pendrecht. De buurt vervuilt: over de brede groenstroken dwarrelt afval. Metrostation De Slinge stinkt naar urine.

Als Faruk klaar is met zijn verhaal, luchten de Turkse Pendrechters hun hart. Over de blikjes op straat. Over de vuilniszakken, die de bovenburen zomaar naar beneden gooien. Over de Nederlanders, die hun honden op de stoep laten poepen. Het ligt aan de Marokkanen, vinden ze. En vooral aan de Surinamers, zegt een Turkse vrouw. ,,Die maken er een rotzooi van.''

De Turkse vrouw wordt meteen gecorrigeerd door Hatiçe Onat, migrantenvoorlichtster van de Roteb. ,,Hygiëne is een zaak van iedereen, vind je ook niet?'' Ze richt zich tot de groep. ,,Hoe kunnen wij sámen onze buurt schoon maken?''

Een keurige Turkse meneer op de tweede rij zit zich te verbijten. Tenslotte neemt hij het woord. ,,De buren gooien hun afval gewoon zó naar beneden'', zegt hij, terwijl hij met een balpen op de tafel tikt. ,,De achtertuinen zijn een rotzooi. Toen ik er wat van zei, gooiden kinderen de ruiten in. De ongediertebestrijding is al vier keer langs geweest. De huisbaas neemt mijn klachten niet serieus.''

Gemeentewerker Saskia van Dongen kijkt begrijpend. ,,Als de woningbouwvereniging niet helpt, kunt u praten met de deelgemeente.'' De man lacht cynisch. ,,Laatst was de buurman aan het klussen met zijn auto, gewoon op straat'', zegt hij. ,,Ik belde de politie, die kwam langs. Even later stond de buurman voor mijn deur met een pistool.''

Saskia van Dongen reageert geschrokken. ,,Wat we proberen is om buurtbewoners via portiekgesprekken weer met elkaar in gesprek te krijgen. Om samen te zorgen voor de binnenterreinen. Maar ook om leuke dingen te doen met elkaar.'' De man kijkt somber. ,,Ik weet niet wat ik moet doen. Ik durf niets meer te zeggen. Ik heb drie dochters, weet u.''

Na afloop schiet Van Dongen de man aan. ,,Ik vind het heel vervelend wat u vertelde over die bedreiging. U moet praten met de deelgemeente, met de politie.''

,,Ik spreek misschien niet zo goed Nederlands'', zegt de man. ,,Maar ik weet wel wie ik moet bellen.''

,,U moet gewoon doorgaan'', zegt Van Dongen. ,,Blijven dóórgaan. Ik wil u daarbij wel helpen. Sámen moeten we vechten om het beter te maken.''