Weinig licht achter het rolluik van de Kling Klang-studio

Bijna was hij zelf in een robot veranderd, schrijft Wolfgang Flür over de zestien jaar die hij als percussionist bij de grensverleggende popgroep Kraftwerk doorbracht. Het imago van zielloze en stijf bewegende technocraten paste bij een groep die de elektrische gitaren naar de vuilnishoop verwees, vervolgens beweerde dat computers veel beter dan piano's waren toegerust om menselijke emoties te verklanken en uiteindelijk streefde naar een situatie waarin robots op tournee gestuurd zouden worden, zodat de muzikanten thuis konden blijven.

Onder thuis verstaan Kraftwerk-oprichters Ralf Hütter en Florian Schneider al dertig jaar hun Kling Klang-studio in Düsseldorf, een onneembare veste voor fans, journalisten en andere pottenkijkers. Achter een façade zonder bel, naambordje of brievenbus werken Hütter en Schneider in hun digitale laboratorium aan muziek die sinds de experimentele piep- en knorgeluiden van hun debuutalbum uit 1970 steeds hoekiger en mechanischer ging klinken. Sinds rapper Afrika Bambaata de ritmetrack van hun Trans Europe Express sampelde in zijn baanbrekende hiphoptrack Planet rock (1982), geldt Kraftwerk als een van de invloedrijkste groepen uit de pophistorie en staat hun elektronisch pionierswerk aan de basis van alle computergestuurde (techno)muziek.

Toen Wolfgang Flür als voormalig drummer van de conventionele popgroep The Beathovens in 1973 voor het eerst voet zette in de Klink Klang-studio, trof hij naast het vreemde instrumentarium van de klassiek geschoolde Hütter en Schneider alleen een kinderdrumstel. Voordat Flür enkele dagen later zijn televisiedebuut met de groep maakte, bouwde hij de ritmebox uit een afgedankt elektronisch orgel om tot een kastje dat het geluid van trommels en bekkens kon voortbrengen, als er met aluminium breipennen op geslagen werd. Door die revolutionaire vinding leverde hij een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van Kraftwerks futuristische geluid.

Het eerste succes diende zich aan toen de verkorte singleversie van het oorspronkelijk een hele plaatkant in beslag nemende Autobahn een hit werd in de VS. `Fah'rn fah'rn fah'rn auf der Autobahn' luidde de tekst, maar de Amerikanen verstonden `fun fun fun' en dachten dat het een muzikaal eerbetoon aan The Beach Boys was. Ralf Hütter verzette zich fel tegen de term `Krautrock' omdat hij vond dat zijn groep zich juist los had gemaakt van de Anglo-Amerikaanse rocktraditie. Typisch Duitse precisie was de kern van Kraftwerks muziek en ook de vormgeving van hoezen en podiumpresentatie had een Europese signatuur. Vooral het album The Man Machine uit 1978 was een hoogstandje op het gebied van toegepaste conceptuele kunst, met een roodwitte hoes in Russisch-constructivistische stijl.

In zijn autobiografie Kraftwerk, I Was A Robot beschrijft Wolfgang Flür hoe hij met lede ogen moest aanzien dat de perfectionisten Hütter en Schneider zich steeds langer terugtrokken in de veilige schulp van de Kling Klang-studio. David Bowie en Michael Jackson toonden vergeefs hun interesse voor muzikale samenwerking en een verzoek om een soundtrack bij een nieuwe film van Rainer Werner Fassbinder werd op principiële gronden afgewezen.

Kraftwerk raakte verstrikt in het eigen isolement en dat was Flür een doorn in het oog. Met grote vreugde doet hij verslag van de begindagen waarin nog wel tournees door Amerika, Japan en Europa werden gemaakt. Terwijl zijn medebandleden hun tijd verdeden met zakelijke besprekingen, hield de romanticus en levensgenieter Flür zich bezig met toeristische uitstapjes en amoureuze avonturen. De hiërarchie binnen Kraftwerk wijt hij aan het klassenverschil tussen de bandleden: Hütter en Schneider waren de rijkeluiszoontjes die van huis uit gewend waren om de baas te spelen en hijzelf was met zijn eenvoudige komaf blij om tegen een hongerloon iets van de wereld te mogen zien.

In zijn met persoonlijke filosofieën en droomscènes verluchtigde boek besteedt Wolfgang Flür een onevenredig groot deel aan de nasleep van zijn Kraftwerk-verleden, nadat hij in 1989 besloot om de groep te verlaten. De Duitse uitgave van Ich War Ein Roboter veroorzaakte eind 1999 een golf van publiciteit, tegelijk met het nieuws dat het resterende Kraftwerk-duo voor het eerst sinds jaren met nieuwe muziek naar buiten trad in de vorm van de tune voor Expo 2000. Om de enigmatische stilte rond hun persoonlijke motieven en achtergronden te bewaren, probeerden Hütter en Schneider via de rechter om Flürs publicatie te verbieden. Wolfgang Flür sloeg terug door tijdens voorleesavonden niet alleen uit zijn boek te reciteren, maar ook uit de dikke pakken papier die hem werden toegestuurd door de advocaten van `de gebroeders Kraftwerk'.

De Engelse editie met ruime aandacht voor Flürs huidige groep Yamo, wekt tussen de regels de indruk dat hij zich als flierefluitende huurmuzikant al te gemakkelijk liet inpakken door de visionaire, maar ook zakelijk doortrapte bandleiders. In 1977 deponeerden Hütter en Schneider een Amerikaans patent op Kraftwerks elektronische drummachine, terwijl Flür beweert dat hij het principe daarvan al vier jaar eerder bij de groep in praktijk bracht. Als de lichtelijk door rancune gekleurde memoires van een insider werpt I Was A Robot teleurstellend weinig licht achter het rolluik van de Kling Klang-studio, dat waarschijnlijk altijd gesloten zal blijven.

Wolfgang Flür: Kraftwerk, I Was A Robot. MPG Books, 287 blz. ƒ50,40