Wat een mooie,gekke mensen

Uitgaan is cultuur in Amsterdamse clubs en restaurants als het net geopende Nomads, de disco More en de Supperclub. Ze zijn allemaal in het bezit van één man, voormalig confectiekoopman Bert van der Leden.

Personeel in gewaden, gemaakt door modeontwerper Aziz, deelt oosterse hapjes uit. Op de muren staan gezandstraalde Arabische teksten, van een homoseksuele dichter uit de achtste eeuw na Christus. Op de banken liggen kelims, de vloer is belegd met mozaïek uit Marokko. En er is champagne, bij de opening van het nieuwe restaurant Nomads in Amsterdam. De eigenaar, Bert van der Leden, wordt gecomplimenteerd. Mooie tent.

Een paar maanden eerder, oudejaarsavond 2000. Van der Leden (52) is in de Supperclub in Amsterdam, zíjn Supperclub. Lange witte bedden in een hoge ruimte, een dj draait rustige housemuziek. Er wordt gedanst. Een fles van 25 liter champagne is ontkurkt. Vrienden, familie, personeel, een paar fotomodellen en een boomlange travestiet wensen elkaar gelukkig nieuwjaar. Van der Leden kijkt om zich heen, glas champagne in zijn hand en glimt. ,,Wat een mooie, gekke mensen. Geweldig toch?''

Weer een paar maanden eerder: Van der Leden is op pad in Londen met de mensen die hij om zich heen heeft verzameld. Hij slaapt in het door Philippe Starck ingerichte hotel, eet een voor-, hoofd- en nagerecht in drie verschillende restaurants en wordt op sleeptouw genomen naar een paar clubs.

Hij geniet intens van dit soort momenten, zeggen mensen met wie hij werkt. Het is de afwisseling met een – zeker voor een horecabaas – behoorlijk huiselijk leven. En het is in scherp contrast met een zes jaar lange, depressieve periode waarin hij voornamelijk thuis op de bank zat. Wat is er gebeurd?

Twee jaar geleden kocht Van der Leden de Supperclub. Het stond bekend als een incrowd restaurant voor artistiekelingen, waar liggend gegeten werd. Je zou kunnen zeggen dat het loungen in de Supperclub is uitgevonden. Maar het restaurant was failliet. Van der Leden liet het fraai verbouwen, de bedden bleven, beneden kwam een ruimte om te dansen en zitten. Het exclusieve verdween, maar commercieel is het een succes. De Supperclub zit elke dag vol. Er zijn regelmatig optredens tijdens het eten. Het moet `een platform voor dj's en vj's' zijn. Dj 100% Isis komt er vaak, Suzanne Klemann (Lois Lane) zingt af en toe, vj Micha Klein is vaste gast. Dineren in de Supperclub moet nog steeds een `beleving' zijn – wat dat dan ook is. En Van der Leden is bezig het merk Supperclub te exploiteren en exporteren: twee cd's, merchandising en gevorderde plannen om een Supperclub in Londen en Rome te openen.

Na de Supperclub kocht Van der Leden het afgeleefde Roothaanhuis aan de Rozengracht en bouwde er The More, een strakke discotheek met een programmering en publiek die nog het meest aan de afgebrande RoXY doen denken. Vijf verschillende clubavonden, met vaak terugkerende dj's als Joost van Bellen en Dmitri en een waslijst wisselende dj's uit binnen- en buitenland. Ook al is The More minder vernieuwend, de discotheek loopt goed.

Van der Leden kocht verder een paar cafés en hij wil vlak achter de Dam nog een restaurant/club bouwen. De werknaam is Het Vaticaan. Eerst zou het een club worden, maar hij maakte zich zorgen of daar in Amsterdam nog wel behoefte aan is. Of hij het wel elke avond vol krijgt, met al die discotheken in de hoofdstad. Dus bouwt hij – samen met het team van creatievelingen om hem heen – verder op een trend die al enige tijd zichtbaar is in het Amsterdamse uitgaansleven. Niet meer in de ene plek eten, in de andere iets drinken en vervolgens weer ergens anders dansen. Nee, de nieuwe stijl is één plek waar je kan eten, drinken, hangen en dansen tegelijk. Zoals in het vorige week door Van der Leden geopende Nomads.

Het eten is Arabisch. Het interieur heeft iets intiems. Gasten zitten op met kelims beklede banken in een carré-opstelling, zodat je bijna overmijdelijk contact maakt met andere gasten. De kleine ruimtes zijn van elkaar afgescheiden door ijzeren gordijnen, aan het plafond hangen grote Marokkaanse lampen. Achterin is een grotere ruimte, met in het midden een soort tempel. Na het eten wordt er housemuziek met oosterse invloeden gedraaid tot een uur of drie.

Nachtleven

In twee jaar tijd bouwde Van der Leden een klein imperium in de Amsterdamse uitgaanswereld. ,,Ze zijn een belangrijke pijler in het nachtleven geworden'', zegt Paul Hermanides, directeur van hotel Arena en voorzitter van het Amsterdams discothekenoverleg. ,,Van der Leden en de mensen om hem heen voegen iets toe. Het ziet er allemaal heel goed en trendy uit'', zegt directeur Edwin van Kollenburg van discotheek iT. ,,Ze zijn goed bezig. Het geeft het nachtleven een extra boost'', vindt Clif Mahangoe, die met Sunrise Productions zelf exclusieve feesten organiseert.

En dat terwijl Van der Leden helemaal niets met het nachtleven had. Hij kocht de Supperclub ongezien, zonder ooit binnen te zijn geweest. Dansen is aan hem niet besteed. Housemuziek was een nieuwe ervaring. Hij gebruikt geen drugs en doet niet extravagant. Van der Leden is zo'n beetje het tegenovergestelde van Manfred Langer, de overleden oprichter van de iT. Zijn partner Lee Chin (47) noemt hem liefkozend `een huismus in de horeca'. En al zijn vrienden zeggen: Bert zit eigenlijk het liefst thuis. Met zijn tekkel op de bank.

Dat zou je in eerste instantie niet zeggen: baas van hippe horeca, kaal hoofd, rijdt in een Porsche. Mensen die hem kennen zeggen: Van der Leden is een lieve en tegelijk markante man. Soms hard van buiten, maar zacht van binnen. ,,Bert is een emotionele klootzak'', zegt zijn zakenpartner Martin van der Dungen goedbedoeld. Zijn personeel zoent hem als hij binnenkomt. Hij vraagt hoe het gaat, behoudt werknemers die hij misschien beter zou kunnen ontslaan en saneert schulden van vrienden of familieleden. Een ,,gevoelsmens'', zoals hij zelf zegt. ,,Ik leef met mijn hart, mijn hoofd en mijn kruis.''

Hij is ook een twijfelaar, die graag werkt met een vaste club mensen. Ideeën heen en weer schuiven, discussiëren over mogelijkheden om nieuwe zaken te openen, hoe in te haken op trends. Het is een grappig gemengde club, en dat is waarschijnlijk de basis van hun succes: de verschillende karakters, achtergronden en contacten.

De creatieve architecten Gilian Schrofer en Rob Wagemans bepalen de inrichting. Met hun architectenbureau Concrete worden zij wel de `hofleveranciers van hip' genoemd. Ze richtten trendy restaurants in als Spring en Morlang, gaven de koffieshopketen Coffee Company een gezicht, evenals de ijs- en bonbonketen Australian, en ze waren ook medeverantwoordelijk voor de inrichting van de Van Baarenzaal in het vernieuwde Centraal Museum in Utrecht.

De harde makelaar Martin van der Dungen zorgt voor de locaties. Daarnaast is er bedrijfsleider Douwe Werkman, gericht op gezonde winstcijfers. Actrice Micky Hoogendijk heeft gevoel voor trends in het uitgaansleven. De rol van Van der Leden zelf? ,,Hij is de lijm'', zegt Wagemans. Het is misschien wel zijn grootste kracht, zeggen betrokkenen. Mensen voor zich innemen en een team bij elkaar houden. Van der Leden is geen eigenwijs type. ,,Hij omringt zich juist met eigenwijze mensen, misschien wel uit een soort van onzekerheid'', zegt Schrofer. Anderen zeggen: hij geeft de mensen om hem heen veel vrijheid, ook omdat hij zijn eigen tekortkomingen goed kent. Zijn Engels is beroerd. En hij schrijft nooit brieven, want hij is ,,zo dyslectisch als de kolere'' (Van der Dungen).

Ibiza

Van der Leden is ,,een self-made man, die niet probeert om interessant te doen'', zegt Hoogendijk. Hij heeft geen vrolijke jeugd gehad. Geboren in Krommenie, gestopt met school om op zijn vijftiende te gaan varen. Eerst op zeeslepers in IJmuiden, daarna rond de wereld. ,,Huilen, kotsen en aardappels schillen.'' Hij werkt daarna als barkeeper, zit zes maanden in dienst en gaat naar Ibiza om als hippie leren riemen te verkopen. Hij klust in de bouw en sjouwt balen rijst als losse ploegarbeider in de haven. Is hij er hard van geworden? ,,Nee, ik ben een watje.''

Op zijn 22ste begint zijn carrière in de confectie. Daar ontwikkelt hij zijn neus voor trends. Hij heeft een snor en lang haar en opent een winkeltje in tweedehands kleding. Goede handel, in de hippie-tijd. Later laat hij kleren maken, begint winkels en verdient aardig. Hij wisselt van zakenpartners, zet nieuwe dingen op, ontwikkelt zich tot speler in de confectie. Nog beter gaat het als hij in 1984 viscose ontdekt. Overal klanten, hij reist alle `strontvervelende' modebeurzen af en verkoopt aan de grote merken. Hij werkt zich een slag in de rondte. Maar het gaat flink mis. Een enorme partij blijkt verpest, een handelaar in Engeland betaalt niet en de zaak gaat failliet. En tot overmaat van ramp rijdt Van der Leden in 1990 zijn auto tegen een boom. Het is gedaan met de koopman in de confectie.

Het licht ging even uit, zegt hij over het ongeluk en de ommekeer in zijn leven. ,,Achteraf kan ik zien dat ik zwaar depressief was. Maar ik walsde er als een sneltrein overheen.'' Hij belandt in het ziekenhuis, bezoekt een psychiater en blijkt manisch-depressief. Zes jaar lang doet hij heel weinig. Op de bank zitten, koken en voor zijn kinderen zorgen. Geld heeft hij genoeg, in de confectieperiode verzamelde hij zo'n 25 panden.

Hoe komt hij dan terecht in de horeca? Na zes jaar thuiszitten is hij toe aan iets nieuws. ,,Hij had op de bank kunnen blijven zitten, maar daar werd hij niet goed van'', zegt architect Gilian Schrofer. ,,Bert miste mensen om zich heen en wilde weer iets leuks doen.'' Al is zijn eerste project, het verbouwen van de Supperclub, zeker niet alleen maar leuk. Hij slaapt slecht van de hoge kosten. Groter probleem: de aanvaring met de artistieke `oude garde' van de Supperclub.

Brian Eno

De Supperclub, elf jaar geleden opgericht door kunstenaars en vrijbuiters, gold lange tijd als de exclusiefste uitgaansgelegenheid voor het verfijnde, cultureel geïnteresseerde Amsterdams uitgaanspubliek. Er werden beroemde party's georganiseerd. Zo kookte popmuzikant en homo universalis Brian Eno er in 1995 voor een select gezelschap, onder wie de architect Rem Koolhaas en de fotograaf Anton Corbijn. Dit duur betaalde diner, waarvan de opbrengst ten goede kwam aan de stichting War Child, ging vergezeld van optredens van Nederlandse artiesten als Moniek Toebosch. In Eno's later gepubliceerde dagboek van het jaar 1995 beschreef hij haar als een `awful screaming woman making people feel bad'.

De Supperclub-organisatoren van het eerste uur konden zich niet vinden in de nieuwe koers van Van der Leden, en zijn gaandeweg vertrokken. Volgens kunstenares Guda Stoop, een van de oprichters, ,,schoot de commercie te ver door'' en ,,ging het speciale eraf''. Ze zegt dat het personeel zich niet meer thuisvoelde. Meer door Van der Dungen (,,een engerd'') dan door Van der Leden (,,een zacht mens'').

Volgens verschillende betrokkenen wilde Van der Leden de oude garde graag behouden, maar moest hij wel orde op zaken stellen. Het was `een vieze janboel' en `een vrijplaats voor mensen die niet betalen'. ,,Je kan geen restaurant runnen als het personeel nooit boodschappen doet bij de Albert Heijn'', zegt een van hen. En volgens Schrofer, betrokken bij de oude én de nieuwe Supperclub, was het probleem dat ,,de oude kliek zag dat ze hun privileges en vrijheden verloren. En nu zijn ze rancuneus.''

Van der Leden zegt dat hij er simpelweg een rendabele tent van wilde maken, zonder het karakter te verloochenen en zonder te pretenderen dat hij de bedenker is. ,,In de Supperclub hoef ik niet de marges van een normale horecabaas, gekke dingen moeten kunnen. Maar in The More moet gewoon geld worden verdiend.'' Dat geldt ook voor de Nomads en het zal ook gelden voor – als het zo gaat heten – Het Vaticaan. Maar, zegt een betrokkene, ,,Bert en de mensen om hem heen zullen wel blijven zoeken naar iets speciaals''. Het moet mooi zijn, er goed uitzien, een beetje bijzonder.

Hij is zelf ook bijzonder, vindt Hoogendijk. Op zijn zolder heeft Van der Leden bizarre en speciale verzamelingen. Originele uniformen van Nederlandse adjudanten. Karel Doorman in vol ornaat. Hij heeft ook een vitrine vol koninklijke onderscheidingen. Tientallen lintjes. ,,De Militaire Willemsorde, daar zijn er maar heel weinig van uitgereikt. En hier liggen er vier'', zegt hij stralend.

Het huis in Amsterdam-Zuid is de plek waar hij zich terugtrekt als hij last heeft van een depressieve bui. ,,Dit is ons domein'', zegt zijn partner Lee Chin. Van der Leden wil `thuis' gescheiden houden van zijn werk. Zijn kinderen zijn belangrijk, blijkt uit alles. Hij heeft een zoon en een dochter, die hij alleen opvoedde.

Het liefst sloft hij thuis rond. Op schoenen van Pauw, in zijn trui van Polo Ralph Lauren en met uitzicht op zijn Harley Davidson voor de deur. Hij komt zelden 's avonds in een van zijn uitgaansgelegenheden, hij gaat niet vaak op pad naar Londen of New York om daar clubs te bekijken. Nou ja, af en toe, en dan geniet hij er ook van. Een trip naar Rome met het hele team, bijvoorbeeld. Of af en toe een avond in een van zijn clubs, met vrienden en een glas wijn – al combineert dat niet zo best met zijn medicijnen. Of natuurlijk al die bekende lui die in de Supperclub komen: zangeres Anastacia, Máxima, acteur Burt Reynolds, zanger Julio Iglesias. ,,Dan is Mick Jagger geweest en die laat een briefje achter met thanks a lot for a great evening, Mick. Dat is toch geweldig!'' Hij zegt het en kijkt direct naar Lee. ,,Maar als die gasten er zijn, zitten wij gewoon lekker op de bank, hè schat.''