Waar het huist

Waar huist de honger?

Honger huist in de hals.

Waar huist de dorst?

Dorst huist in de mond.

Waar huist de slaap?

De slaap huist in de ogen.

Waar huist de schrik?

De schrik huist in de knieën.

Waar huist de angst?

Angst huist in de buik.

Waar huist het verdriet?

Verdriet huist in de schouders.

Waar huist de liefde?

De liefde huist in de borst.

Waar huist het verlangen?

Het verlangen huist in de armen.