Voedselcontrole zonder macht

De Nederlandse Voedselautoriteit (NVA) die volgend jaar wordt opgericht, krijgt geen wettelijke bevoegdheid om controles uit te voeren op de voedselveiligheid, zoals aanvankelijk de bedoeling was. Daarmee blijft Nederland voorlopig verstoken van één onafhankelijke instantie die de controle op de veiligheid van het voedsel ter hand neemt.

Dat blijkt uit het nog vertrouwelijke oprichtingsbesluit over de NVA, waarover de verantwoordelijke ministers Borst (Volksgezondheid) en Brinkhorst (Landbouw) het vorige week eens zijn geworden. In andere landen spelen centrale voedselautoriteiten een belangrijke rol in het tegengaan van bedreigingen van de volksgezondheid door bijvoorbeeld de gekkekoeienziekte BSE of door salmonellabesmetting van kippenvlees. In december beloofde het kabinet aan de Kamer naar aanleiding van de onrust over BSE de Nederlandse autoriteit nog vóór het einde van deze kabinetsperiode in 2002 op te richten.

Het kabinet spreekt volgende week over de oprichting van de NVA. Verscheidene ministers twijfelen of de NVA wel genoeg macht krijgt. De NVA wordt niet onafhankelijk, maar blijft als interdepartementale directie vallen onder twee ministeries: Volksgezondheid en Landbouw.

De NVA krijgt geen enkele zeggenschap over de instanties die de controles op voedselveiligheid uitvoeren, zoals de Keuringsdienst van Waren (bij VWS) en de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (bij LNV). Die blijven vallen onder hun eigen directies op de verschillende ministeries. De NVA zal zich vooral bezighouden met de eigen oprichting en met het opstellen van rapporten over de `gevoelige punten' in de voedselketen. Zij neemt daarmee een rol over van kwaliteitscontrolebureaus in de landbouwsector, die onder de publiekrechtelijke Landbouwproductschappen vallen.

In het kabinet en in de Tweede Kamer bestaat brede overeenstemming dat de NVA uiteindelijk onder één minister moet ressorteren. De ministers Borst en Brinkhorst (beiden D66) vinden echter dat er te weinig tijd is om de daarvoor noodzakelijke wetswijzigingen nog in deze kabinetsperiode door te voeren.