Spaanse zilvervloot weer in Argentinië

Problemen met de Argentijnse luchtvaartmaatschappij Aerolíneas Argentinas hebben zware druk gelegd op alle Spaanse investeringen in zijn voormalige kolonie. Maar de Spanjaarden zijn terug in Argentinië om er te blijven.

Handleiding voor een boycot van Spanje. ,,Tank geen benzine bij YPF-Repsol, vlieg niet met Iberia en Spanair, verander de telefoonlijn bij Telefónica, gebruik zo min mogelijk de diensten van Edesus en Gas Natural.'' Gas, elektra, telefoon, bankrekeningen, pensioenfondsen: wie in Argentinië ernst wil maken met een protest tegen de Spaanse investeringen in het land zal zijn consumentengedrag drastisch moeten herzien. Woensdag grepen Argentijnse vakbonden de `nationale dag van de vlag' aan om de inwoners van Buenos Aires warm te maken de Spaanse belangen in het land schade toe te brengen.

Menig Spaans zakenman meed de straat in de Argentijnse hoofdstad, maar uiteindelijk viel alles mee. Geen aanvallen op de kantoren van Spaanse ondernemingen zoals bij de algemene staking eerder deze maand. De Spaanse ambassade werd toen belaagd door woedende demonstranten die vonden dat de Gallegos (Galliciërs), zoals Spanjaarden in Argentinië worden genoemd, maar moesten ophoepelen. Naast de traditionele Amerikaanse vlagverbranding ging toen ook de Spaanse vlag in vlammen op en reizigers die op het vliegveld een vlucht met Iberia naar Madrid wilden boeken, werden gedwongen te vliegen met Aerolíneas Argentinas, nadat boze werknemers van de laatste luchtvaartmaatschappij de loketten van de Spanjaarden hadden bezet.

De protesten zijn de andere kant van de medaille waar het land zo trots op is: de massale investeringen van Spaanse multinationals in Latijns Amerika. In Argentinië groeide Spanje binnen tien jaar tijd uit tot de nummer twee na de Verenigde Staten. Telefónica werd de nummer één in de telecommunicatie en Repsol verkreeg met de aankoop van het Argentijnse YPF toegang tot de strategisch zo belangrijke oliewinning. De grootbanken BBVA en BSCH kregen met overnemingen van Argentijnse banken een stevige voet aan de grond, het gas- en elektrabedrijf Endesa voegde Argentinië eveneens toe aan zijn strategische expansieplannen.

Spanje is economisch terug op de kaart, maar bij de investeringen is wel een aantal kanttekeningen te plaatsen. Spaanse bedrijven wekken nogal eens de indruk dat ze de voormalige koloniën zien als hun natuurlijke achterland, een soort voortzetting van Spanje aan de andere kant van de oceaan. Maar behalve de taal en enige cultuur zijn er door de eeuwen nogal wat verschillen gegroeid.

Voor expansie in Latijns Amerika werd gekozen omdat de omliggende Europese markten (een veel voor de hand liggender keuze) veel moeilijker te veroveren waren. De investeringen betreffen voorts voor het grootste deel producten en diensten in de consumentenmarkten, wat de zaken extra gevoelig maakt voor een conjuncturele teruggang. De timing had wat dat betreft niet slechter gekund: juist toen veel Amerikaanse bedrijven besloten zich terug te trekken omdat ze zwaar weer verwachtten, kwamen de Spanjaarden binnen.

Symbolisch genoeg is het de luchtvaartsector die de aanleiding vormt voor de Argentijnse volkswoede. Iberia, Spanje's eigen brekebeentje, was een van de eerste Spaanse ondernemingen die stevig in Argentinië zat na de overneming van Aerolíneas Argentinas. De participatie werd in het kader van de saneringsplannen van 1995 ijlings weer afgestoten en ondergebracht in de Spaanse maatschappij voor staatsparticipaties SEPI. Want met Iberia mocht het al niet zo goed gaan, het was nog een wonder van efficiëntie vergeleken met de Argentijnse luchtvaartmaatschappij. Corruptie was slechts een van de problemen die Aerolíneas in een vrijwel permanente staat van bankroet bracht. Volgens de Spanjaarden verdween de afgelopen tien jaar 300 miljard peseta (bijna 4 miljard gulden) kolkend in een zwart gat. Sinds 1991 werd alleen in 1997 een nietig winstje geboekt, de rest van de jaren werd afgesloten met zware verliezen.

De zaak moet worden verkocht, zo werd vanuit Madrid aangekondigd, en om daar gegadigden voor te vinden werd er een ingrijpend saneringsplan op tafel gelegd, te beginnen met een drastische korting op de salarissen. Stakingen braken uit, betalingen werden stopgezet en terwijl de regering van Fernando de la Rúa probeerde de gemoederen te sussen, stonden de peronistisch georiënteerde vakbonden klaar het vuurtje verder op te stoken.

De Argentijnse regering zit eveneens met de zaak in haar maag. Er gingen reeds stemmen op om de luchtvaartmaatschappij maar weer te nationaliseren, maar dat zou betekenen dat de overheid er alleen maar een financieel probleem bij krijgt. Het nationale ongenoegen heeft inmiddels in alle Spaanse bedrijven een bliksemafleider gevonden. Een comité van parlementsleden van verschillende partijen dreigde begin deze maand de Spaanse investeringen te blokkeren als er geen oplossing komt voor de onrust bij Aerolíneas. Wat dat precies mag betekenen is onduidelijk, maar dreigend klonk het wel.

Vooralsnog wijst niets er immers op dat de Spaanse bedrijven zich willen terugtrekken uit Argentinië. Integendeel. Een dergelijke terugtocht zou onder de huidige omstandigheden niet alleen een kostbare zaak zijn in de vorm van gevoelige boekverliezen. Het zou een einde betekenen aan de complete groeistrategie die de afgelopen jaren werd gevoerd, zonder dat zich een duidelijk alternatief aandient. Spanje en Argentinië zijn tot elkaar veroordeeld, of ze willen of niet.