Roddy, Frank, Joseph en de anderen

`Too many chefs spoil the broth', is een bekend gezegde in Ierland. Het is dan ook organisatorisch en artistiek een gewaagde onderneming om een boek te laten schrijven door vijftien verschillende schrijvers. Dat de Ierse roman Yeats is Dead!, die 16 juni j.l. (de avond van Bloomsday) in Dublin werd gepresenteerd, uiteindelijk van de persen is gekomen, mag dan ook een wonder heten.

Eindredacteur Joseph O'Connor heeft vier jaar lang moeten zwoegen om de hoofdstukken van de vijftien schrijvers bij elkaar te krijgen. Misschien was het goede doel wel de stok achter de deur: een binnenlandse campagne van Amnesty International. De opbrengst van het boek wordt besteed om de Ieren bewust te maken van het toenemende racisme dat, samen met de explosieve economische welvaart van de laatste jaren, het land lijkt te zijn binnengeslopen.

Yeats is Dead! doet inderdaad soms denken aan een soep van uiteenlopende meesterkoks die allemaal met een ander hoofdingrediënt de show willen stelen en zo geen eenheid en balans van smaak weten te bereiken. Gelukkig zitten er genoeg hilarische types en scènes in het boek om smaakvervlakking te voorkomen. De bijdragende schrijvers zijn ook niet de eerste de besten. Roddy Doyle, Joseph O'Connor, Frank McCourt – en enkelen van de overige twaalf – zijn internationaal bekend. De keuze voor sommige andere `koks' is soms opmerkelijk, zo lezen we hoofdstukken van een sportjournalist, een acteur, enkele scenarioschrijvers en een schrijver van non-fictie op politiek en justitieel vlak. Deze laatste is gezien de plot van het boek een wel weer gepaste keuze.

De plot van Yeats is Dead! is eigenlijk te ingewikkeld en ondoorzichtig om samen te vatten, maar draait om de verdwijning van het manuscript van de zogenaamd laatste, en tot nu toe onontdekte roman van James Joyce. Een volkomen abstract werk van zeshonderd pagina's, eveneens getiteld `Yeats is Dead!' De jacht hierop, door een bont gezelschap van kleine, grote en gelegenheidscriminelen, speelt zich af in hedendaags Dublin – waar de personages over Grafton Street, St. Stephen's Green en langs Trinity College lopen, politieke schandalen en corruptie aan de orde van de dag zijn en waar de deuntjes van The Corrs overal uit de radio schallen.

Is dat vermakelijk? Ja, maar soms is er sprake van een overdosis slapstick, omdat de auteurs elkaar in bizarre taferelen lijken te willen overtreffen. Is het indrukwekkend? Ook, maar dan vooral omdat Joseph O'Connor de verschillende hoofdstukken tot één verhaal heeft weten te smeden. Met al hun vakmanschap en fantasie gaan de vijftien auteurs allemaal min of meer hun eigen weg: ze duiken in een nieuw personage en maken hun eigen nieuwe plotlijntjes. Subtiele karaktertrekjes of verwijzingen worden jammergenoeg ook niet altijd meegenomen naar het volgende hoofdstuk. Het lijkt er op dat schrijvers te grote ego's hebben om te willen doorborduren op de creaties van anderen. En aangezien Yeats is Dead! ook een misdaadroman is, was het maar al te gemakkelijk om de hoofdrolspeler(s) uit het vorige hoofdstuk gewelddadig om te brengen en met een schone lei te beginnen.

Zo introduceert Roddy Doyle in het eerste hoofdstuk, geheel in eigen stijl, twee koddige maar in-en-in corrupte politieagenten, die echter in de volgende hoofdstukken al snel een kogel in het hoofd krijgen – om vervangen te worden door andere politiemannen en -vrouwen, door een onhandige kruimeldief en een corrupte minister die op hun beurt ook weer geëlimineerd worden. Welgeteld twee personages uit het eerste hoofdstuk halen het eind van het boek.

Maar uit de soep van bizarre situaties en personages is genoeg memorabels te vissen. Marian Keyes, succesvol schrijfster voor met name vrouwen van de Bridget Jones-generatie, creëerde Mickey McManus, een roodharige would-be rastafari. Pauline McLynn (naast schrijfster ook actrice; zij speelt de tante van Frankie McCourt in de verfilming van Angela's Ashes) laat Mickey McManus en de loser Gary zeer onverwacht letterlijk en figuurlijk voor elkaar vallen. Hugo Hamilton creëerde Grainne O'Kelly, een stoere vrouwelijke detective van Emma Peel-kaliber.

De enige schrijver die in zijn hoofdstuk overdreven kwistig met figuurlijk zout, peper en andere overbodige oppeppers rondstrooit is Frank McCourt. Hij laat de `grande finale' van het boek in Limerick plaatsvinden, maar wil daar een wat al te groot spektakel van maken. Wat doet vermoeden dat fictie niet McCourts sterkste kant is en het ergste doet vrezen voor de roman waar McCourt aan schijnt te werken.

Al met al en ook dankzij alle extreme verwikkelingen, is Yeats is Dead! een geestig en vooral een origineel boek. Na het uit losse verhalen opgebouwde Finbar's Hotel (1997), waaraan ook verschillende Ierse schrijvers meewerkten, is het de volgende stap in het grote Ierse literaire experiment. Nu is het wachten op wat volgt. Yeats is dood, Joyce ook, maar de Ierse literatuur is springlevend.

Yeats Is Dead! Samengesteld door Joseph O'Connor. Jonathan Cape, 297 blz. ƒ42,95