Rechercheren onder druk

Voor haar dood zag hij zijn dorpsgenote Marianne Vaatstra nog achter de kassa van de supermarkt. Rechercheur Henk Haayma uit Zwaagwesteinde: ,,Ik maakte nog een opmerking over het bandje om haar hals.'' Korte tijd later moest hij met 19 collega's haar dood onderzoeken. Ruim 800 dagen was het rechercheteam in touw, maar de dader vond men niet.

De moord op Marianne Vaatstra op 1 mei 1999 veroorzaakte een schok in de hechte plattelandsgemeenschap van Zwaagwesteinde. Het was, zoals zaaksofficier R. de Graaf zegt, een `gruwelijke' en `gewelddadige moord', die de rechtsorde `ernstig schokte'. Marianne werd, nadat ze de Koninginnenacht in Kollum was uitgeweest, door haar belager bij Veenklooster verkracht en gewurgd, waarna haar keel werd doorgesneden.

In de documentaire In nacht fan 800 dagen blikt de Friese journalist Gerard van der Veer terug met een aantal rechercheurs en vertegenwoordigers van het openbaar ministerie. Twee maanden mocht hij interviews afnemen en vergaderingen bijwonen van het onderzoeksteam dat binnenkort wordt ontbonden. De enige voorwaarde was dat hij geen feiten mocht uitzenden die het onderzoek konden schaden.

De documentaire brengt de hoop, frustratie en emotie van de onderzoekers – de familie Vaatstra weigerde medewerking – sober en indringend in beeld. Dat levert niet alleen een interessante kijk op in de politiekeuken, maar ook opmerkelijke ontboezemingen. De Graaf zegt dat hij moest opboksen tegen `onderbuikgevoelens'. ,,Het beeld had zich vastgezet dat de dader een asielzoeker moest zijn.'' Hij geeft eerlijk toe dat in oktober 1999 een 26-jarige Irakees vooral werd aangehouden onder druk van de publieke opinie. Gaande het politieonderzoek werd duidelijk dat hij niet de dader kon zijn. ,,Maar ik kon het niet maken om te zeggen: hij is niet meer interessant voor ons.'' Waarom niet, vraag je je af. Gaf hij zo niet toe aan die onderbuikgevoelens?

Duidelijk wordt hoe groot de druk was waaronder het team werkte, de vreugde toen men er anderhalve maand na de moord van overtuigd was de dader te hebben. Een man die in de nacht van het misdrijf langs het nabijgelegen spoor liep, meldde zich bij de politie. ,,Alles klopte'', zegt rechercheur Klaas ten Napel. Tot DNA-onderzoek uitwees dat de man niet de moordenaar was.

De Graaf vertelt hoe pijnlijk en frustrerend het was om door critici als `amateurs' en `beginnelingen' te worden afgeschilderd. De familie Vaatstra, en velen met haar, waren ervan overtuigd dat de dader in het Kollumer asielzoekerscentrum gezocht moest worden. Het OM kreeg onder uit de zak, omdat men het centrum niet direct bij het onderzoek zou hebben betrokken. Uit de documentaire blijkt het tegendeel. Vrijwel direct na de moord werd van zes asielzoekers DNA afgenomen.

Teamleider Verkaik bekent emotioneel dat de grootste angst is dat de dader opnieuw zal toeslaan. ,,Dat kan vijf, zes of zeven jaar duren. Het hangt af hoe lang hij genoeg heeft aan een herbeleving van wat hij met Marianne deed.''

In nacht fan 800 dagen, Omrop Fryslân TV, zondag, Ned.1, 13.30-14.00u.

    • Karin de Mik