Over een haas die big en ook vlo werd

Rarara wie ben ik? Dat lijkt de vraag van de haas die verzonnen werd door de dadaïst Kurt Schwitters. Misschien is het wel de vraag van iedereen. De indruk die iemand op de wereld maakt – gewoon, een haas – is niet altijd degene die men zelf meent te zijn. `Eigenlijk' kun je wel iemand anders zijn. Eigenlijk is de haas bijvoorbeeld meer een varken dat roze in de modder ploft en kleine biggetjes heeft. Maar eigenlijk is dat toch niet zo, en moeten we meer aan iets met vleugels denken, aan statig drijven in een vijver...

In Het verhaal van de haas van Kurt Schwitters (1887-1948) slaagt de haas er nauwelijks in om twee bladzijden lang dezelfde te blijven. Hoewel het verhaal zo gewoon begint: `Er was eens een haas. Hij was bruin. Hij had lange oren, een kort staartje en hij huppelde de hoek om.' Wie niet? denk je dan. Zo is elke haas. Doodgewoon.

De prachtige tekeningen van Carsten Märtin geven al wel te denken dat deze haas misschien niet helemaal gewoon is. Want ten eerste huppelt hij de hoek om in een stad die geheel bestaat uit vluchtheuvels en lantaarnpalen. Zoiets doen hazen niet. En ten tweede heeft de mevrouw die naar hem kijkt een paraplu open zonder dat het regent, en ze heeft een varkenskop. En varkenspootjes.

De tekeningen geven veel weer van hoe moeilijk het is om te weten wie men is. Want het enorme roze varken met de biggetjes heeft wel hazenoren. En de biggetjes hebben ook hazenoren. En in de volgende fase, waarin de ex-haas vuilwit is met `heel veel veren en een paar prachtige vleugels. Alleen kon hij daar niet mee vliegen', is de hazenkop gebleven en staan twee veren als oren omhoog. Aan het achterlijf zit een krulstaartje. Door de lucht zweven wezens die nog het meest weghebben van vliegende varkenshazen. En voort gaat het met de metamorfoses: een vis, een nijlpaard, een stoomboot, een vlo.

En dan is er ineens weer die haas, die met een brede grijns zijn hazentanden toont en er veel opgewekter uitziet dan bij zijn introductie.

Eindelijk lijkt ook de tekst ons nu zekerheid te gaan bieden omtrent de ware identiteit van dit wisselvallige dier: `Dit was het verhaal van de haas.'

Maar op de volgende pagina is het alweer anders: `Ik bedoel...eigenlijk was het helemaal geen verhaal.' Toe maar.

Of het nu een verhaal was of niet, het is een prachtig boek, dit verhaal over een haas die zoveel meer mogelijkheden heeft of denkt te hebben. Die haas die zich zoveel andere verschijningsvormen denkt, of aanmeet, maar die toch iets hazigs blijft hebben. Misschien is er ook niet meer te bereiken dan dat. Iets onverwisselbaar hazigs.

Kurt Schwitters: Het verhaal van de haas. Met tekeningen van Carsten Märtin. Vert. Els van Eeden. Querido, 32 blz. ƒ25,-