Neo-populisme van Chávez niet alleen slecht

De identificatie met de armen van president Hugo Chávez van Venezuela kan uiteindelijk leiden tot verbetering van hun positie, vindt socioloog Roberto Briceño-León.

Roberto Briceño-León probeert zich als directeur van het Laboratorium voor Sociale Wetenschappen, een denktank die ook onderzoek doet in opdracht van de staat, neutraal op te stellen. Hij vindt niet dat Venezuela onder Chávez een dictatuur is, maar ,,een door militairen geregeerd land''. En terwijl sommigen de regering betichten van grove incompetentie, zegt Briceño-León: ,,Het is meestal onkunde door gebrek aan ervaring''. Dit echter is wel cruciaal want Venezuela, een van de grootste olieproducenten buiten het Midden-Oosten, drijft op de olie-inkomsten. ,,Dus het beleid is altijd distributionistisch geweest'', zegt Briceño-León. Dat wil zeggen: de voornaamste taak van Venezolaanse regeringen was en is het verdelen van de inkomsten van het zwarte goud. ,,Regeerbaarheid in Venezuela betekent het verdelen van het geld over de grote groepen die het het meeste nodig hebben. Dat lukt Chávez onvoldoende en dat kan hem in problemen brengen.''

Volgens Briceño-León hebben Chávez' ministers ,,onvoldoende ervaring met beleidsvoering''. Bovendien werkt het Venezolaanse bestuursapparaat extreem traag doordat de bureaucratie uit zijn krachten is gegroeid, en doordat het bestuur sterk ,,gepersonaliseerd'' is. ,,Iedereen wacht op ieder niveau op het groene licht van de baas, en dat is uiteindelijk de president zelf.''

Chávez heeft steun onder de bevolking verloren door het uitblijven van verbeteringen voor veel Venezolanen, erkent Briceño-León. Opmerkelijker vindt hij echter dat de president volgens hem ondanks alles nog altijd op steun van 60 procent van de bevolking kan rekenen. Onderzoeksbureau Datos meldde in februari echter dat die steun meer uitkomt in de buurt van de 40 procent. ,,Dat is nog altijd meer dan de cijfers waarmee de president van de VS is gekozen.''

De getergde intellectuele elite van het land schrijft zich de vingers blauw in pogingen het weerbarstige verschijnsel-Chávez te verklaren. In stukken met titels als `Het postmoderne Latijns-Amerikaanse messianisme' wordt de populariteit van de huidige Venezolaanse president vergeleken met Argentinijnse (Meném), Peruaanse (Fujimori) en Ecuadoriaanse (Abdala Bucaram) voorbeelden. De krant El Globo noemt Chávez in verband met zijn reislust `de zwervende centaur': half mens, half militair. En legt verbanden tussen het `neo-populisme' in de regio, de diepe economische crises in het afgelopen decennium en de heersende teleurstelling in de oude politieke partijen in veel landen van Latijns Amerika.

Briceño-León onderkent ook al deze factoren, maar Chávez heeft nog iets éxtra's: ,,Hij verkoopt de armen het idee dat hij eigenlijk één van hen is. En dat rechtstreeks aanspreken van de arme massa's irriteert intellectuelen, maar het werkt als magie. Want Chávez maakt met zoveel woorden gebruik van zijn gemengde afkomst. De meeste landen in Latijns Amerika zijn altijd geregereerd door kleine, blanke elites en nu zegt Chávez tegen het volk: `Wij zijn chusma'. Chusma is de sterk pejoratieve aanduiding van de blanke elite voor de grotendeels gemengde bevolking.'' Briceño-León wijst erop dat de pas gekozen president van Peru, Alejandro Toledo, die van gemengd Indiaans-Spaanse oorsprong is, hetzelfde gedaan heeft. ,,Hij heeft geroepen: ik ben een indiaan, net als jullie. Het is dezelfde symbolische identificatie die Chávez gebruikt.'' Beiden representeren volgens de socioloog een permanente structuurverandering in het leiderschap van Latijns-Amerikaanse landen. ,,Regeringen zullen meer inclusief zijn doordat er neo-populistische presidenten komen die de aspiraties van de armsten representeren: namelijk een eerlijkere verdeling van de welvaart. En in een tijdperk van een globaliserende economie die zorgt voor meer welvaart maar minder banen, zal de kloof tussen de allerrijksten en de allerarmsten alleen maar groter worden. En dus is de noodzaak voor een meer betrokken regering, die eerlijk deelt, groter. Chávez als persoon kan best een overgangsfiguur zijn, maar niet datgene wat hij representeert: een leider die één is met het volk en zorgt voor eerlijke verdeling. Nu representeert hij nog een droom, maar die droom is noodzaak in een continent met meer dan 200 miljoen armen.''