Minder duur leer in tassen Prada door BSE-crisis

De tasjes van het Italiaanse modehuis Prada zullen het komende seizoen minder leer bevatten en meer stof. Reden is de stijging van leerprijzen in Europa, met ruim 25 procent, als gevolg van de BSE-crisis. Dit zei directeur Patrizio Bertelli vanochtend tijdens een persconferentie van Prada in Amsterdam. De Prada Holding is in Nederland gevestigd wegens het gunstige fiscale klimaat.

Het familiebedrijf gaat ,,waarschijnlijk in het najaar'' naar de beurs in Milaan, aldus Bertelli. Analisten schatten de beurswaarde op 6 tot 8 miljard euro. Op dit meoment is Prada eigendom van één directielid en vier familieleden, inclusief de vrouw van Bertelli, Miuccia Prada, die ontwerpster is. Doel van de beursgang is om kapitaal aan te trekken om te investeren in onder meer de Engelse schoenfabrikant Church's en het Duitse modemerk Jill Sander, die Prada het afgelopen jaar kocht. De schuld die Prada heeft opgebouwd, moet zo worden gereduceerd.

De verkoop van Pradatasjes, -schoenen en -kleren zelf is de afgelopen tien jaar elk jaar gemiddeld met 37 procent gegroeid maar die groei is eindig, aldus Bertelli. ,,We moesten dus andere merken kopen om onze schaalvoordelen te halen voor onze kostbare productie.'' Toch is Prada niet van plan de fabrieken van de overgenomen merken te sluiten, integendeel, de fabriek in bijvoorbeeld Hamburg is versterkt met nieuw personeel. De omzet van Prada bedroeg volgens Bertelli in 2000 ruim 1,6 miljard euro. De brutowinst was ruim 325 miljoen euro.

Eén van Prada's belangrijkste concurrenten, het Italiaanse modehuis Gucci, waarschuwde deze week dat de resultaten dit jaar zullen achterblijven bij eerdere prognoses door hoge kosten bij de herlancering van het overgenomen merk Yves Saint Laurent. Prada verwacht ,,amper'' te worden geraakt door de vertragende economische groei, zegt Bertelli.