Meester van de sensuele kreun

Geen blueszanger kon het authentieke bluesgevoel zo klaaglijk vertolken als John Lee Hooker. Zanger en gitarist Hooker, die gisteren vredig in zijn slaap overleed in zijn woonplaats San Francisco, had meestal niet meer dan één akkoord nodig voor klassiekers van de na-oorlogse elektrische blues als Boogie chillen, het nummer waarmee hij in 1948 bekend werd.

John Lee Hooker werd in en gezin met elf kinderen geboren in Clarksdale, Mississippi waar hij zong in de kerk. Nadat hij blueslegende Blind Lemon Jefferson had zien optreden, kreeg hij zijn eerste gitaarlessen van zijn stiefvader. Begin jaren dertig trok Hooker naar Memphis, waar hij in aanraking kwam met de bluesmuziek die overal op Beale Street gespeeld werd. In Cincinatti sloot hij zich aan bij diverse gospelgroepen, voordat hij in Detroit zijn ware roeping vond.

Voor het Modern-label maakte hij een groot aantal singles, waarvan Boogie chillen en I'm in the mood de bekendste werden. Later nam hij ook platen op voor Vee-Jay, het label van Little Richard en mede-pionier van de elektrische stadsblues Jimmy Reed. In de jaren zestig werden de nummers van `The Boogie King' ontdekt door blanke popmuzikanten als The Yardbirds en Canned Heat. Crawling kingsnake werd een onderdeel van het live-repertoire van The Doors en The Animals scoorden een hit met Hookers Boom boom, een van zijn bekendste nummers dat ook door schrijver en (toen nog) beatzanger Jan Cremer op single werd gezet.

John Lee Hooker kreeg nieuwe bekendheid bij het poppubliek toen hij in 1979 een gastrolletje speeld in de film The Blues Brothers. Op 62-jarige leeftijd behaalde hij het grootste succes uit zijn carrière met het album The Healer, waarop hij werd bijgestaan door popmuzikanten Carlos Santana, Los Lobos en Bonnie Raitt. Met Raitt zong hij een nieuwe versie van I'm in the mood, goed voor de eerste van een reeks Grammy Awards.

In 1991 werd `Mr. Lucky', zoals hij zichzelf na zijn onverwachte popsucces was gaan noemen, opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame, het walhalla van de popmuziek in Cleveland. Zijn sensuele en klaaglijke kreun werd breed uitgemeten op de soundtrack van de film The Hot Spot, waarin hij samenspeelde met Miles Davis. Tot op hoge leeftijd bleef John Lee Hooker optreden en platen maken. In een recent interview met Vanity Fair verklaarde hij dat een muzikant nooit genoeg op kan steken van de blues: ,,Ik ben nog steeds aan het leren'', zei hij. ,,Want je hoort er steeds weer iets anders in.'