Keeskoppen

Een overeenkomst tussen Amerikanen en Nederlanders, zo ving ik deze week op, zou het slechte eetgedrag zijn. Veel vet en onevenwichtig voedsel. Toch zijn bij ons de gevolgen minder desastreus, omdat wij meer fietspaden hebben. Veel mensen pakken niet voor elke meter de auto, maar gebruiken de fiets. Daardoor zijn wij gemiddeld niet zo dik.

Wij zijn vergroeid met de fiets. ,,Het lijkt wel of de kinderen in Nederland met fiets en al geboren worden'', citeerde M.J. Adriani Engels een verbaasde buitenlander in zijn boek `Van Jaap Eden tot Jan Derksen'. Om zelf te constateren: `Wat in het buitenland een warm toegejuicht nummer wieleracrobatiek in een variététheater zou zijn, kan men ten onzent gratis gedemonstreerd zien door een slagersjongen die met zijn fiets de meest fantastische toeren in het drukke stadsverkeer uithaalt.' Maar de buitenlander kreeg toch ongelijk: `Eerst wordt de Nederlander geboren, dan leert hij lopen en pas midden in zijn lagere schooljaren leert hij fietsen.'

Maar in Nederland heerste nog een andere traditie van oplettende ordehandhavers. Tot in de jaren dertig was het haast onmogelijk om wielerwedstrijden op de weg te organiseren, omdat het aanvragen van een vergunning zeer moeilijk was. Af en toe was er dan zo'n wedstrijd, maar alle vergunningen ten spijt liepen de deelnemers toch het gevaar op de bon te worden geslingerd. Een vergelijkbaar voorbeeld was een zwemclub die officieel toestemming kreeg voor een race in openbaar water. Maar wel onder de voorwaarde dat de sporters rekening hielden met de politieverordening. Die verbood zwemmen in openbaar water.

Daarom kende ons land geen goede wielrenners op de weg en wel op de baan. Tot 1936, want toen werd de Zeeuw Theofiel Middelkamp door de legendarische wielerverslaggever Joris van den Bergh overtuigd mee te doen aan de Tour de France. ,,Joris, ik heb nog nooit genen berg gezien'', sputterde hij tegen. Ondanks de wetenschap dat alleen het eten was geregeld in Frankrijk, schreef hij zich toch in. Op 14 juli zag Middelkamp voor de eerste keer de bergen in een zware Alpenrit. In het boek `Bravo, les Hollandais' van Jeroen Wielaert staan Middelkamps herinneringen. ,,Gij keeskop, wacht maar tot we in de bergen zijn'', sprak de Belg Maes voor de Tour. ,,Dan zult ge zien wat fietsen is.'' Maes heeft zelf moeten zien wat fietsen is, want Middelkamp won zijn eerste bergetappe. ,,Gij godverdommese keeskop'', zei de Belg na afloop. ,,Gij kunt goe bergop rijden!'' Waarmee Nederland ook op de weg meetelde, want nationale vreugde wint het altijd van ordehandhavers.

jurryt@xs4all.nl