Kantoorkunst

Als de winter komt en overal ter wereld raken de bergdorpen ingesneeuwd, en het vee staat op stal, moet de boerenbevolking andere dingen gaan doen. We denken even aan Jack Nicholson in The Shining. Hij speelt daar een schrijver die zich met zijn familie terugtrekt in een zomerhotel, dat in de winter buiten gebruik is. Hij hoeft daar alleen de verwarming brandend te houden en verder kan hij ongestoord aan zijn magnum opus schrijven. Dan blijkt van lieverlee dat hij gek is. Boeren en boerinnen die een geïsoleerd bestaan leiden, tijdelijk of permanent, gaan in hun vrije tijd vanzelf kunst maken: hout snijden, borduren, gedichten maken, zingen, enz. Daaruit ontstaat de folklore.

Minder bekend, of misschien moeten we zeggen, minder erkend, is dat iedere gemeenschap met een zekere samenhang van zekere duurzaamheid als vanzelf een zeker soort kunst gaat voortbrengen, en soms ook een zeker soort techniek. Onder andere op kantoren is dat het geval. Het moet halverwege de jaren tachtig zijn geweest dat de New York Times het kantoorpersoneel waar ook ter wereld uitnodigde om van papier een vliegtuigje te vouwen. Het was een prijsvraag. De winnaars kwamen met hun ontwerp en hun portret in de krant. Uit alle windstreken kwamen de inzendingen. Het bleek dat de krant een schatkamer vol vernuft had geopend. Dat is de schatkamer van de technische kantoorfolklore.

Zo is er ook een kantoorfolklore van de kunsten. Het Bureau van J.J.Voskuil, een meesterwerk, kunnen we ook beschouwen als een tot in het gigantische gegroeid product van de kantoorfolklore. In de strip Blondie koestert Dagwood tedere gevoelens voor een meisje aan een naburig bureau. Guust Flater, die we trouwens wel de Leonardo van het kantoorleven mogen noemen, is reddeloos verliefd op Juffrouw Jannie. `Om zijn minnevuur te blussen, mag klein Jantje haar eens kussen. Maar komt dan het uur van sluiten, voert haar vrijer haar naar buiten', herinner ik me uit een ingebonden jaargang 1898 van Het Stuiversblad, lang geleden aangetroffen in een erfenis. Een bewijs tot hoe ver de kantoorfolklore teruggaat.

Ook weet ik van een krantenredactie waar, na het sluiten van de krant, de kunst van het auditief objet trouvé werd beoefend. Het was in de tijd dat de tekening Vader en zoon van Ouborg opschudding had veroorzaakt. Voor dit genre, ook Telephone Art genoemd, had je een blanco A4-tje, een stuk carbonpapier en een telefoon nodig. Carbon op het A4-tje gelegd, willekeurig nummer gebeld, en als dat antwoordde, ging je met de hoorn wild tekeer op het carbon. Af en toe luisteren, of de opgeroepene nog aan de lijn was. Had hij opgehangen dan was het kunstwerk klaar. Vaak zag het er authentiek uit.

Onder het kantoorpersoneel heb je evenveel creatieve mensen als in welke andere beroepsgroep ook. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ze willen de collega's laten zien wat ze waard zijn. Aan de wanden van de secretariaten ontstaan door de jaren heen prachtige collages van ansichten, verstuurd door de collega's met vakantie – van Vlieland tot Thailand. Zo'n collage op zichzelf al heeft ook een historische betekenis, moedigt aan tot een archeologie van het vakantiewezen. Laten we ons bedwingen en dit geen collegacollage noemen. Aan het bureau gemaakte beeldende kunst met satirische strekking wordt aan de muren geprikt. Zo kan ik doorgaan. Maar de conclusie volstaat: in de kantoren is een rijkdom aan folklorische kunst en techniek verborgen.

Zo'n verzameling gaat op zeker ogenblik verloren. De kunstenaars van weleer zijn met pensioen, nieuwe generaties deponeren hun kunst in de prullenbak. Ik heb er nooit een traan om gelaten. Maar nu, in deze tijd, nu bij wijze van spreken iedere wind van een vondstenaar met trompetten wordt begeleid; nu de vijftien minuten wereldberoemd van Andy Warhol (genie!) tot de informeel verworven Rechten van de Mens gaat horen, begin ik er anders over te denken. Hoe denk ik er anders over? Ik denk dat kantoorkunst, net als de boerenfolklore, erkenning verdient. Er is een bond van kantoorpersoneel, Mercurius, die bijvoorbeeld in samenwerking met een vereniging voor beeldende kunstenaars, een internationaal zomerfestival zou kunnen organiseren. Office Art (moet natuurlijk op z'n Engels). Misschien niet dit jaar, maar dan het volgende. Het loopt storm, en ons land is weer wat verder opgestoten in de vaart der naties.