Jason Coburn en Susanne Weirich

Al zo'n jaar of zes brengt MKgalerie.nl in Rotterdam zeer regelmatig kunst die onverkoopbaar is. En dan gaat het niet om de forse panorama-foto's van hun vaste exposant Frank van der Salm of de dikke verflagen van Marian Breedveld die in gedachten arcadische landschappen oproepen, maar om de conceptuele kunst. Kunst van vondstenaars, bestemd voor denkers die liever lezen dan kijken.

Deze maand is het opnieuw prijs. De Brit Jason Coburn (1969), docent aan de Royal College of Art in Londen, maar ook woonachtig in Nederland, laat zeven omslagen zien van het Britse kunstblad Art Monthly, en daar raakt men niet van in vervoering. Susanne Weirich (1962) uit Berlijn, een zaal verder, houdt het op filmstills, die op het eerste gezicht meer intrigeren, èn beter verkopen.

Eigenlijk zou MKgalerie middenin de ruimte een zitbank moeten plaatsen, om in alle rust de documentatiemappen van beide exposanten door te nemen. Want dan blijken beide kunstenaars dermate interessante, conceptuele installaties, beelden en ruimtelijke ingrepen op hun naam te hebben staan, dat je naar elke omslag en filmstill wel langer kijkt dan de duur van een oogopslag.

Coburn hing ooit honderd digitale horloges in een boom, die als ze om de tien minuten jengelen, zelfs ornithologen blij verrast doen opkijken. Hij ontwierp twee tennismachines die bij u thuis in een lange gang de ballen smashen en weer opvangen. En tegen betaling van voorrijkosten en een klein honorarium wil hij, ook bij u thuis, een verfblik naar eigen kleurkeuze tegen de muur leegsmijten. Een act (met certificaat) die afgaande op de foto's, inderdaad, steeds unieke resultaten oplevert.

De projecten van Susanne Weirich zijn serieuzer van aard. In papier-handdoeken machines bracht ze roterende citaten en fluisterende flarden van filmdialogen aan, die in menig bedrijf - bedenk ik me nu - misbruikt zouden kunnen worden voor dezelfde, oorverdovende en stompzinnige reclame-slogans die de televisie ophoest. En onder de titel `All-Work-No-Play (Sets für den kollektiven Freizeitpark)' stelde ze een lange reeks geplastificeerde pakketten samen met uiteenlopende, kleine gebruiksvoorwerpen en hebbedingen als `Lost-Patience-Set', `Lost-Job-Set', `Confession-Set'. Volstrekt troosteloze objecten, die door hun absurde samenstelling te denken geven over de kant-en-klaar-oplossingen die de mens van nu graag voor emotionele problemen krijgt aangereikt om het leven toch vooral `leuk' te houden.

De filmstills die Weirich laat zien zijn afkomstig uit The Thomas Crown Affair (1968), een film met Faye Dunaway en Steve McQueen, gecombineerd met citaten uit The Crying of Lot 49, een roman van Thomas Pynchon uit 1965. Zal allemaal wel zo zijn, maar de op één still samengebrachte scènes, zoals ook de film was gecomponeerd, lopen inhoudelijk volstrekt niet synchroon met de tekst. Wat blijft hangen zijn de close-ups van mannenogen en -lippen en van vrouwenhanden die vertwijfeld houvast zoeken op een naakte schouder of bij de plooi van een jurk. Film en boek gaan blijkbaar over een `zoektocht naar de zin van het leven'. Maar Weirich maakt duidelijk dat lichaamstaal meer zegt over het als vanzelfsprekend ervaren fysieke voortbestaan en de daarbij behorende, onmisbare intimiteit dan diepgravende teksten over de zin van leven.

Zo eenvoudig als het is om zowel Weirichs werk af te doen als filmisch jatwerk, zo simpel is het ook om kunstbladen in de maling te nemen. Dat deed Coburn dus met het blad Art Monthly, dat hij via zijn galerie steeds aankondigingen stuurde van denkbeeldige tentoonstellingen van zijn werk in niet-bestaande, buitenlandse galeries, waarvan de namen indirect verwijzen naar hoofdstukken uit een boek van essayist Roland Barthes. Art Monthly progageert de Britse kunst onder het arrogante, koloniale motto `Britain rules the waves' vindt Coburn, vandaar dat hij de redactie eens in de maling wilde nemen. Zeven afleveringen lang trapte die erin, totdat men bij vier `continentale' tentoonstellingen op één pagina argwaan kreeg en niets meer met de o zo succesvolle Coburn te maken wilde hebben. Een grappige stunt, die de redactionele achteloosheid en de vooringenomenheid ten aanzien van galerie-reputaties aan de kaak stelt. Geef mij toch maar die Wimbledon-bij-u-thuis-installatie.

Tot 15/7 bij MKgalerie, Witte de Withstraat 53, Rotterdam. Open: wo t/m zo 13-18 uur.