In paniek aan de grond

Alle oude economie is ooit begonnen als nieuwe economie. Nieuwe technologie, nieuwe producten. Nu zijn het de internetondernemers, bijna een eeuw geleden waren de vliegtuigpioniers de nieuwe helden. Snel rijk, snel arm.

`Ontslagen, bedrijfssluitingen en faillissementen zijn in de prille vliegtuigindustrie aan de orde van de dag', schrijft Sytze van der Zee in Vergeten legende als (opnieuw) een bedrijf op de fles gaat, waar vlieger en constructeur Frits Koolhoven werkt. Koolhoven (1886-1946), enig kind in een welgestelde Bloemendaalse familie, was gefascineerd door techniek en snelheid: eerst motoren, later raceauto`s en weer later vliegtuigen. Hij leerde vliegen in Frankrijk, bouwde vliegtuigen voor de Britten in de Eerste Wereldoorlog en probeerde vervolgens twintig jaar zo goed als tevergeefs zijn ontwerpen aan de luchtvaartafdeling van het Nederlandse ministerie van Defensie te verkopen. Die had liever Fokkers.

Op 10 mei 1940 wordt Koolhovens complete fabriek aan de Rotterdamse Waalhaven, waar toen zo'n twaalfhonderd mensen werkten, door Duitse bommenwerpers weggevaagd, alles, inclusief de administratie, gaat in vlammen op. Koolhoven, die in de jaren dertig het wapenembargo tegen de strijdende partijen in Spanje omzeilde via duistere tussenpersonen, denkt, na een salvo van een Messerschmidt in de meidagen op zijn auto, dat de Duitsers het ook op hem persoonlijk hebben gemunt. Hij `duikt onder' in zijn vakantiehuisje aan de Kaag en wordt in augustus lid van de NSB. Dat blijft hij drie jaar. Maar met het bouwen en ontwerpen van vliegtuigen wil hij tijdens de oorlog niets van doen hebben.

Het bedrijf houdt na het bombardement feitelijk op te bestaan. De werknemers krijgen een tegemoetkoming van 7,50 gulden. Een paar weken later volgt nog een weekloon voor de arbeiders en een derde van het salaris voor de maandloners, dat waren de constructeurs en het administratief personeel. Koolhoven zelf krijgt van president-commissaris J. Mees in twee betalingen samen 350.000 gulden.

In Vergeten legende reconstrueert Van der Zee zo goed en zo kwaad als dat na zoveel jaar nog kan de activiteiten van Koolhoven. `Een zoektocht naar het leven van een van onze grootste luchtvaartpioniers' is de ondertitel van het boek. Maar niet zozeer het leven komt uit de verf, als wel de werken van Koolhoven. Vooral zijn passie voor steeds weer nieuwe ontwerpen blijft bij. Achterin staat een lijst van drie pagina's met zijn ontwerpen, van zijn eerste, de Heidevogel tot en met de echte FK's: de Frits Koolhovens, van nummer twee tot en met nummer zestig.

Wat niet uit de verf komt, is de figuur Koolhoven als ondernemer en Koolhoven als mens. Typerend is dat Van der Zee een heel hoofdstuk wijdt aan het wel en wee tijdens de Duitse inval van diverse vliegtuigen die Koolhoven heeft gebouwd. Hij rept zelfs van hun `tragisch lot' tijdens luchtgevechten met de Duitse Luftwaffe, al geldt dat toch eerder voor de mensen die ín die machines zaten. De gevolgen van het bombardement voor de twaalfhonderd werknemers van de Koolhoven-fabriek komen er in vergelijking daarmee maar bekaaid af. Ze moeten het doen met een paar alinea's.

Datzelfde geldt voor twee van de sleutelmomenten in Koolhovens leven: zijn paniek in de meidagen 1940, als hij niet weet wat te doen, pas na enkele dagen naar de fabriek aan de Waalhaven gaat en zich vervolgens schuilhoudt op zijn boten. En zijn lidmaatschap van de NSB. Kocht hij met dat lidmaatschap zijn vrijheid? Maar waarom reageerde de bezetter vervolgens niet toen hij zijn contributiebetalingen in de loop van 1943 staakte? Zijn er meer topindustriëlen geweest die op deze manier de Duitsers van zich afhielden?

Ook Koolhovens rol als ondernemer blijft vaag. Profiteerde hij van het zoeken door de Nederlandse overheid naar een rol in de economische politiek in het interbellum? Onderhield Koolhoven relaties met de rest van ondernemend Nederland?

Hij wist `ongeacht de economische malaise in de jaren dertig een florerend bedrijf op te bouwen', schrijft Van der Zee. Maar hoe florerend wordt nergens duidelijk. De strapatsen met de leveringen van vliegtuigen aan de Spaanse nationalisten verraden het opportunisme dat succesvolle ondernemers typeert. Of was het geldnood? In elk geval waren het geen visitekaartjes om de Nederlandse regering te overtuigen dat ze zaken moest doen met Koolhoven.

Zijn grootste succes was de FK.8, een gevechtsvliegtuig, waarvan in de Eerste Wereldoorlog in Engeland 1700 stuks zijn gebouwd. `De FK.8 is het meest verkochte type dat een Nederlandse constructeur ooit heeft ontworpen.' Maar wat is veel? In zijn biografie over Lindbergh schrijft A. Scott Berg dat de Britten in die tijd vijftigduizend vliegtuigen bouwden.

Sytze van der Zee: Vergeten legende. Een zoektocht naar het leven van een van onze grootste luchtvaartpioniers. De Bezige Bij, 310 blz. ƒ39,90