Iedere nacht jagen stropers op de steur

Hoe meer Russische overheidsdiensten er zijn om de smokkel van kaviaar tegen te gaan, hoe meer smeergeld er betaald wordt om het `zwarte goud' de grens over te krijgen.

Vroeger lagen langs de kust van de Russische deelrepubliek Dagestan tientallen viskolchozen en rokerijen. In dit deel van de Kaspische Zee leefde vijfennegentig procent van 's werelds steur, hier werd de vis gerookt en de zwarte kaviaar ingeblikt. Nu zijn de visfabrieken vrijwel allemaal verlaten. En wordt er meer steur gevangen dan ooit.

De zee is 's nachts bezaaid met honderden visserbootjes vol zwaarbewapende stropers. Op het smokkeleilandje Tsjetsjen verkopen ze de steur voor een halve dollar per kilo en de kaviaar voor zeven dollar. Na een lange smokkeltocht in Moskou gearriveerd, kost de steur tien dollar en de kaviaar 120 dollar. Eenmaal over de grens is de waarde nog eens het tienvoudige tot zelfs het veertigvoudige.

Onderweg dient men de ambtenaren af te kopen van de zes Russische overheidsdiensten die de kaviaarsmokkel bestrijden. De veldwachters die de stropers op de wal opwachten, de douaniers op Moskou's vliegveld Vnoekovo, de bureaucraten die exportlicenties regelen. Bij bezoek van buitenlandse journalisten organiseren lokale agenten soms een achtervolging te water, waarbij hun vrienden vermomd als stropers de kalasjnikovs lustig laten ratelen. Zelden wordt er echt een stroper gevangen.

In de illegale kaviaarhandel gaan fabelachtige bedragen om, vergelijkbaar met de drugshandel. Jaarlijks 2 tot 4 miljard dollar, schatte de rekenkamer van de Doema in 1999. Volgens een conservatieve Russische schatting werd vorig jaar 10.000 ton steur gestroopt in het noorden van de Kaspische Zee. De legale vangst van Rusland, Azerbajdzjan, Turkmenistan en Kazachstan samen bedroeg 700 ton, de legale Russische kaviaar-export slonk met 60 procent.

Weinig steur krijgt nog de kans de Wolga op te zwemmen. Overbevissing zorgt in combinatie met toenemende vervuiling van de Kaspische Zee en stuwdammen op weg naar oude paaigebieden dat het aanbod snel afneemt. Ook bij de Zee van Azov, een ander steurgebied, wisten legale vissers in 1999 slechts 45 ton van hun quota van 120 ton te vangen. Het werkt een perverse logica in de hand. Hoe schaarser de kaviaar, hoe hoger de prijs, hoe aantrekkelijker het stropen.

Als Moskou nieuwe controleurs naar het zuiden zendt, betekent dat in de regel dat het smeergeld breder uitgestreken wordt. Wie het spel niet meespeelt, heeft een probleem. Zo leek de Russische grensbewaking in Dagestan jaren geleden ernst te maken met de strijd tegen de stropers. Toen bij een bomaanslag bij een kamp in de stad Kaspiisk in 1996 tachtig familieleden van grenswachten omkwamen, bekoelde de ambtelijke ijver. In april bestormde een menigte van honderd stropers een basis van de kustwacht bij het stadje Izberbasj om in beslag genomen boten en netten terug te halen.

Van het plan van de presidentiële gezant in de noordelijke Kaukasus, Viktor Kazantsev, om het staatsmonopolie op de kaviaarexport in ere te herstellen, valt weinig te verwachten. Even zinloos lijkt een verlaging van vangstquota, intensivering van de strijd tegen de smokkel of de juridische samenwerking tussen de kaviaarlanden. De jacht op het zwarte goud is volledig uit de hand gelopen.

Informatie over Cites, de VN-organisatie voor bedreigde dier- en plantensoorten, via www.cites.org