Huiveren in ijskoud Arcadië

In de Odyssee van Homerus wacht niet alleen Penelope twintig jaar op de terugkeer van Odysseus, ook de hond Argos wacht twee decennia op het baasje. Als Odysseus dan eindelijk thuiskomt begroet de trouwe viervoeter hem in een voor dierenliefhebbers hartverscheurende scène en sterft. De Canadese schrijver Alistair MacLeod (1936) heeft een zelfde soort homerische liefde voor dieren. Zowel in zijn roman Geen groot verlies als in zijn verhalenbundel Island. The complete stories spelen ze een belangrijke bijrol. Wanneer in Geen groot verlies de eerste leden van de Schotse familie MacDonalds in 1779 inschepen voor emigratie naar het schiereiland Cape Breton, Nova Scotia in Canada, moet de hond van de familie achterblijven. Hij springt echter in zee en zwemt hen achterna tot hij wel aan boord gehesen moet worden. Het verhaal over de trouwe hond wordt van generatie op generatie overgeleverd binnen de Clann Chalum Ruaidh, zoals de familieclan van eerste emigrant en stamvader `rode Calum' in het Gaelic genoemd wordt.

MacLeod heeft meer gemeen met Homerus; hij leunt sterk op de orale verteltraditie, waarin personages hun herkenbaarheid grotendeels ontlenen aan een vast epitheton en aan standaarduitdrukkingen die eindeloos en anno 2001 bijna schaamteloos herhaald worden. Macleod schijnt zijn werk dan ook hardop te schrijven. Belangrijker is echter dat MacLeod net als Homerus een lyricus pur sang is.

Onlangs won de Canadees de IMPAC Award, de Iers-internationale literatuurprijs van 110.000 Amerikaanse dollar voor zijn eerste en lang verwachte roman Geen groot verlies uit 2000. Uitgevers boden tegen elkaar op, critici troefden elkaar af met lovende woorden en MacLeod, in het dagelijks leven hoogleraar Engels in Ontario, ging op tournee om gestaag even beroemd te worden als zijn landgenoten Margaret Atwood, Michael Ondaatje of Carol Shields. Er was hem al veel lof toegezwaaid voor zijn twee verhalenbundels uit 1976 en 1986 (nu gebundeld in Island) maar een groot publiek hadden zijn minutieuze verhalen niet weten te bereiken. MacLeod schrijft dan ook geen snelle `moderne' boeken, integendeel bijna, roman en verhalen kennen relatief weinig directe actie en dialogen. Hij neemt de nietsontziende natuur van Nova Scotia pagina's lang waar en doet dat zo navoelbaar dat je, hoogzomer, een vest aan wilt trekken bij het lezen over schuivende ijsvlaktes, novemberstormen en vochtige mijnen. Nova Scotia is een onerbarmelijk koud Arcadië.

MacLeod is ook een loepzuiver observator van mensen zonder er een interpretatieve psychologie op los te laten. Genadeloos en paradoxaal genoeg zeer liefdevol laat hij verteller Alexander MacDonald in Geen groot verlies beschrijven hoe diens ouders verdwenen onder het ijs van de bevroren zeestraat (`toen mijn ouders verdronken, speelden mijn zuster en ik winkeltje'). In het verhaal The Boat uit 1976 verdwijnt een vader in de woeste golven tijdens het vissen. Zijn aangespoelde lichaam wordt later tussen de rotsen gevonden. MacLeod schrijft: `And the fish had eaten his testicles and the gulls had pecked out his eyes and the white-green stubble of his whiskers had continued to grow in death, like the grass on graves, upon the purple, bloated mass that was his face.'

Observaties en vertellingen uit het verleden werken in MacLeods tedere taalgebruik bijna als bezweringen die hij onderbreekt door vervolgens in één terloopse alinea dood en verderf te zaaien. In het verhaal The Return somt een verbitterde moeder in wat bijzinnen op wat er van haar zoons terecht kwam:een is een nooit terugkerende advocaat, een tweede was arts en pleegde zelfmoord, een andere zoon is omgekomen in de mijnen, weer een ander dronk zich dood en dan zijn er ergens nog vier zonen als mijnwerkers in leven, maar waar?

In het kleine oeuvre van MacLeod staat altijd het familieleven van (roodharige) Schotse emigrés centraal. Armoe en angst voor vooruitgang kenmerken de oudere vaak analfabetische generatie, de jongeren houden vast aan alle tradities van het landleven (en spreken bijvoorbeeld Gaelic) of verhuizen naar de grote Canadese steden om fancy beroepen als orthodontist of advocaat uit te oefenen. Drank maakt binnen families veel kapot, maar terwijl het overmatig drankgebruik van opa in Geen groot verlies hilarische vormen aanneemt, toont de broer van hoofdpersoon Alexander MacDonald de tragiek van het nageslacht van Chalum Ruaidh: na een leven in de mijnschachten en een verblijf in de gevangenis wegens moord, kwijnt de broer met zijn alcoholtremor weg op een troosteloos achterkamertje. Trots zijn de MacDonalds echter allemaal op hun geschiedenis die teruggaat tot 1745, toen de Schotten bij Culloden verslagen werden, en in Canada tot 1759, toen de Engelse generaal Wolfe bij de aanval op Quebec gezegd zou hebben over de Schotse troepen: ,,Geen groot verlies als ze sneuvelen.'

MacLeod geeft de nietige en ploeterende emigranten en hun nieuwe vaderland op meesterlijke wijze geschiedenis en betekenis. In de verhalen uit Island nog meer dan in de roman waarin ook het stadsleven rond 1980 een rol speelt. MacLeod heeft duidelijk minder affiniteit met een snelle, materialistische samenleving; een personage als de yuppen-tweelingzus van Alexander MacDonald blijft daardoor een flat character. De pijnlijke melancholie over wat ooit was, is beter besteed aan de Schotse Canadees. De moderniteit zij hem vergeven: MacLeods stille proza heeft een uniek geluid.

Alistair MacLeod: Geen groot verlies. Uit het Engels vertaald door Joop van Helmond. Anthos, 270 blz. ƒ42,50 Alistair MacLeod: Island. The Complete Stories. W.W. Norton, 431 blz. ƒ83,20