Het ontbrekende Europagevoel

Rampzalig vooruitzicht voor de komende voorzitters van de Europese Unie. Elke Europese bijeenkomst van enige statuur, zal worden vergezeld van extreem straatgeweld. Want na de Eurotop van het afgelopen weekeinde in Zweden is één ding duidelijk: er zullen ongetwijfeld nog vele Gotenburgs volgen. De globalisering wordt met globalisering bestreden. Dankzij de liberalisering van de luchtvaart, kan het internationale actiewezen op een koopje naar de Europese vergadercentra worden getransporteerd. Internet en GSM, ook al weer exponenten van de mondialisering, staan garant voor de noodzakelijke coördinatie.

Afgaande op de krijgshaftige taal van de Belgische autoriteiten, die na 1 juli het Europees voorzitterschap krijgen toebedeeld, wordt Brussel een vesting. Zo zal het zich verenigende Europa dus verder vorm krijgen: achter politiekordons en beschermende containers. Om aldaar in totale afzondering van de buitenwereld, zoals het in de jongste Europanotitie van de Nederlandse regering staat, ,,de democratische legitimiteit en transparantie van de Unie en haar instellingen te vergroten''.

Natuurlijk kan het protest zoals zich dat in Gotenburg manifesteerde, worden afgedaan als een nieuwe vorm van hooliganisme. Voor een belangrijk deel is dit ook zonder meer waar. De met bivakmutsen getooide relschoppers die plunderend en vernielend door de straten van de Zweedse havenstad trokken, zullen weinig op hebben met welke politieke boodschap dan ook. Maar wie zich in zijn oordeelsvorming louter op de gewelddadige verschijningsvorm projecteert, miskent de onderliggende stroom van ongenoegen die wel degelijk bestaat en in omvang toeneemt.

Historische vergelijkingen gaan altijd mank, maar een beetje naar de jaren zestig begint het toch wel te ruiken. Aan de ene kant de onrust op straat, aan de andere kant de bijna autistische reactie van de machthebbers, die klagen dat ze niet begrepen worden. Wim Kok was het afgelopen weekeinde in Gotenburg het vader-is-verdrietig-stadium allang voorbij. Boos was hij, omdat de demonstranten maar niet wilden beseffen dat de Europese regeringsleiders er juist voor hen waren. In het hedendaagse jargon heet het dat er dan toch enigszins sprake is van een `communicatieprobleem'.

Een probleem dat voorlopig nog wel niet zal worden opgelost, zolang het Europa betreft. Er worden – soms aandoenlijke – pogingen ondernomen Europa aan de man te brengen, maar het resultaat is veelal tegenovergesteld. Al twee jaar is de Nederlandse regering bezig met een campagne om de burgers voor te bereiden op de verdere uitbreiding van de Europese Unie. Discussiebijeenkomsten, toespraken, websites; alle registers zijn opengetrokken maar uit niets blijkt dat de uitbreiding bij de mensen die er niet direct baat bij hebben, ook maar enig warm gevoel oproept. Eerder lijkt sprake van het tegendeel. Naarmate de toetreding van nieuwe landen dichterbij komt, neemt de aarzeling toe.

De vraag is of een project als de Europese Unie ooit wèl wervend kan worden uitgelegd. Burgers zijn nu eenmaal in overwegende mate behoudend ingesteld. Niet voor niets lopen referenda bijna altijd uit op een keuze voor het bestaande. Politici die zich hebben gecommitteerd aan een vergroting van de Europese Unie, staan dan ook voor een nagenoeg onmogelijke opgave als het de kiezers moet worden verteld.

Wat op zijn minst nodig is, is enige bevlogenheid zodat de toehoorders het idee krijgen dat in elk geval de verkondigers van de boodschap enig geloof in het project Europa hebben. Wim Kok is een overtuigd Europeaan. Meer dan eens heeft hij verklaard `iets' met Europa te hebben. Maar toen hij eerder deze maand voor de Universiteit van Leiden een gastcollega gaf over het `Europa van de toekomst' heeft hij die passie uitstekend verborgen weten te houden.

Alle `dossiers' passeerden tijdens zijn referaat de revue maar over het hoe en waarom van Europa kwam Kok weer niet verder dan dat het een noodzaak is. De Nederlandse regering wil niet verzanden in institutionele structuurdiscussies. ,,Een debat over de toekomst van de Europese Unie wint niet aan gewicht door het in theoretische of abstracte termen te voeren'', zo staat het in de twee weken geleden verschenen nota `De toekomst van de Europese Unie'. Maar de praktische benadering waarvoor Nederland kiest, leidt er slechts toe dat het zo gewenste Europadebat beperkt blijft tot belanghebbenden en reeds lang bekeerde Eurofielen.

Toch al versleten metaforen als `de trein die doorrijdt' veranderen in een karikatuur, als niet tevens wordt verteld waar die trein ooit zal stoppen. Toch zou juist het ontbreken van dat einddoel wel eens de reden kunnen zijn voor het toenemend ongemak. Niet kunnen zeggen wat het einddoel van Europa is, wordt al gauw opgevat als het niet willen zeggen. En zo ontstaat een nieuwe voedingsbodem voor argwaan. Europa wordt geassocieerd met drie o's: onvermijdelijk, ongrijpbaar en onaantastbaar. Dat heeft tot nu toe bij de burgers tot een vierde o geleid: onverschilligheid. Die onverschilligheid is nu aan het omslaan in een zeer divers samengestelde tegenbeweging waarvan de gemeenschappelijke noemer antiglobalisering luidt.

In de naoorlogse jaren vijftig was de Europese gedachte gebaseerd op de idee van `nooit meer oorlog'. Het idealisme van toen heeft plaatsgemaakt voor een in hoge mate economisch bepaalde benadering. Thans wordt het verenigde Europa beschouwd als een politiek machtsblok dat optimale marktcondities moet garanderen. Maar de democratische legitimatie voor dat steeds veeleisender en nationale bevoegdheden opslorpende Europa wordt steeds minder.

Europa moet, zeggen de machthebbers. Maar wil dat Europa ooit goed functioneren, dan zal het van de burgers wel eerst moeten mogen. En dan gaat het niet om de demonstranten maar om de groeiende groep sceptici die zich afwendt van Europa. Met een ideaal zoals destijds zijn zij niet te winnen, wel met enig houvast. Maar houvast is nu juist datgene wat ontbreekt in de steeds vager wordende toekomstbeelden van Europa. Stenen zijn niet de juiste methode om het ongenoegen te uiten, maar ze zijn wel een signaal.