Geen plaats op de nachtredactie

`Wie kende niet Emmy J.B.'? Met deze retorische vraag herdacht de secretaris van de Haagse Soroptimistclub (de vrouwelijke Rotary) na de Tweede Wereldoorlog de journaliste Emmy J. Belinfante. Evenals het overgrote deel van haar familie was ze niet teruggekeerd uit Auschwitz, waar ze in juli 1944 op 69-jarige leeftijd werd vergast. Voor de oorlog had ze nationale bekendheid genoten met publicaties in tal van dagbladen en periodieken. Weliswaar was ze niet Nederlands eerste journaliste (dat was Henriette van der Mey van de Middelburgsche Courant), maar ze behoorde wel tot de pioniers. Tot 1914 werkten er slechts vijftig vrouwen in de Nederlandse journalistiek en daar was Emmy Belinfante er één van.

Jaren en jaren heeft het geduurd voor vrouwen in het mannenbolwerk van de pers geaccepteerd wisten te raken. Toen Emmy Belinfante in 1905, na vier jaar ervaring bij een kleine Haagse krant, soliciteerde bij Het Vaderland werd ze afgewezen omdat ze een vrouw was. Commissaris N.G. Pierson, oud-minister in het kabinet-Pierson-Goeman Borgesius, hield haar aanstelling tegen omdat hij dacht dat het werk te vermoeiend voor haar was. `Dit feit gaf mij den eerste stoot tot feministe!', zei Emmy er later over.

Er zouden nog vele van zulke stoten volgen. Bij het in 1904 opgerichte liberale ochtendblad Land en Volk was zij, als enige vrouwelijke redacteur, de eerste die eruit vloog toen er financiële problemen kwamen. Weliswaar was er plaats op de nachtredactie, maar niet voor haar. Buitenlands correspondent kon ze ook al niet worden omdat vrouwen geen toegang hadden tot de parlementaire perstribunes van Parijs, Londen en Berlijn. Maar de grofste professionele belediging kwam na twintig jaar journalistieke arbeid bij de Nieuwe Courant. In het kader van een persfusie met onder andere concurrent Het Vaderland, werd ze door krantenmagnaat Henry Nijgh wegbezuinigd.

Wat zocht een vrouw als Emmy Belinfante, geboren in 1875, afkomstig uit een liberaal Haags milieu en met een HBS-diploma op zak, in de jachtige, vrouwvijandige journalistiek? Die vraag is het uitgangspunt geweest van Tussen rook, alcohol en mannen, de biografie van Emmy Belinfante, geschreven door het journalistenpaar Joost Divendal en Henriëtte Lakmaker. Voor het antwoord hoefden ze niet ver te zoeken. Eén blik op de familiestamboom zegt genoeg: er is nauwelijks een Belinfante te vinden die niet iets met de journalistiek of de drukpers uitstaande had. `Het beroep der vaadren' heet het eerste deel van het boek dan ook. Emmy's overgrootvader Jacob Belinfante werd in 1799 redacteur van de Haagsche Courant en richtte vervolgens de Vlaardingsche Courant op. Zijn broer Mozes was betrokken bij het op poten zetten van de Staatscourant, waarvan Jacob de eerste redacteur was. Samen richten ze het eerste Nederlandse persbureau op, dat na een fusie met Vaz Dias een monopoliepositie innam: vrijwel alle landelijke en regionale kranten waren erop geabonneerd.

Rijksvoorlichtingsdienst

Ook de nakomelingen van Jacob, onder wie Emmy's grootvader en vader werden journalist of werkten in verwante branches zoals de boekhandel, drukkerij en uitgeverij Belinfante. Grootvader Isaac was de `lijfjournalist' van Willem II en legde de basis voor de latere Rijksvoorlichtingsdienst. Verder had Emmy een oom George die parlementair redacteur van de NRC was en een oom Maurits die hetzelfde werk deed voor het Algemeen Handelsblad. Deze Maurits hoorde in 1884 tot de oprichters van de Nederlandsche Journalisten Kring, de voorloper van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten.

Toch was het niet zo dat Emmy dankzij de reputatie van haar familie als aankomend journaliste in een gespreid bedje stapte. De Belinfantes hadden zoveel invloed in de perswereld dat haar naam onvermijdelijk broodnijd en jaloezie opriep. Los daarvan was Nederland niet vrij van antisemitisme. Het ging bij het Correspondentiebureau om `allen joden', aldus de directeur van de Staatscourant in een kritische uitlating over het persagentschap.

Niet alléén haar sekse bemoeilijkte dus Emmy's journalistieke loopbaan, maar die vormde wel het grootste obstakel. Uiteindelijk zou ze gedurende haar twintigjarige verblijf bij de Nieuwe Courant carrière maken als verslaggeefster, columniste en chroniqueur van de vrouwenbeweging. In Tussen rook, alcohol en mannen, de titel suggereert het al, ligt de nadruk vrijwel uitsluitend op die carrière, een aanpak die waarschijnlijk uit nood is geboren. Over Emmy's niet-openbare leven hebben de auteurs namelijk weinig achterhaald, ondanks het voordeel dat Divendal een achterneef van haar is. Zo blijft onopgehelderd of juffrouw Belinfante er ooit een liefdesleven op na heeft gehouden, hoe haar gezondheid was, in hoeverre ze zich – afkomstig uit een niet-vroom gezin – joods voelde en van welke muziek of literatuur ze hield,allemaal informatie die nodig is om een indruk van iemand te krijgen. Divendal en Lakmaker zijn zich er ongetwijfeld van bewust dat het door hen geschetste beeld van Emmy Belinfante te beperkt is voor een integrale biografie. In een inleiding noemen ze hun boek, dat op de cover als biografie wordt aangeduid, een `biografische monografie'.

Mogelijk komt het gebrek aan persoonlijke levensfeiten in het boek voort uit het beperkte bronnenmateriaal: dagboeken hield Emmy Belinfante niet bij, memoires wilde ze pas schrijven als ze stokoud was, nabestaanden die haar intiem hebben gekend zijn er niet. 't Meest persoonlijke dat Divendal en Lakmaker hebben kunnen vinden is haar krantenrubriek `Spiegel der IJdelheden' waarvan ze in twintig jaar zevenhonderd afleveringen publiceerde en waarin ze volgens haar biografen af en toe `bijna intieme ervaringen uitwisselde met de lezer'. Graag had ik een proeve van zo'n intieme column gelezen, maar in het boek zijn nauwelijks voorbeelden van haar journalistieke werk te vinden. Hoe ze schreef blijkt nergens uit. Als argwanende lezer begin ik dan te vermoeden dat haar bijdragen niet citeerbaar zijn omdat ze niet zo veel voorstelden.

Vrouwenbeweging

Dat was trouwens ook de mening van Henry Nijgh, directeur van de NRC, die er voor zorgde dat Emmy in 1924 in de marge van de journalistiek belandde. Kort daarvoor was haar Nieuwe Courant in handen gekomen van de Nederlandse Dagbladpers die ook Het Vaderland en de NRC uitgaf. Directeur Nijgh wilde haar eruit werken en zei dat ze niet deugde voor de journalistiek. Omdat hij haar verslagen beneden de maat vond, mocht ze alleen nog maar over de vrouwenbeweging schrijven en moest ze haar reguliere journalistieke werkzaamheden, inclusief haar rubriek `Spiegel der IJdelheden', opgeven.

Tot haar woede werd ze van allround journaliste gereduceerd tot verzamelaarster van louter vrouwennieuws. Bovendien scheelde dit haar duizend gulden per jaar, bijna veertig procent van haar inkomen. `U heeft geen gezin', kreeg ze te horen toen ze protesteerde. In 1928 nam ze ontslag. Toen ze vervolgens solliciteerde als eindredacteur van het orgaan van de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen, bleek dat men ook daar niet onverdeeld enthousiast was over haar werk. Niettemin werd ze aangenomen.

Of Nijgh en andere critici gelijk hadden met hun negatieve oordeel over de journalistieke capaciteiten van Emmy Belinfante, valt niet uit het boek op te maken. De auteurs spreken geen stilistisch of inhoudelijk oordeel uit over haar werk, maar dat wil niet zeggen dat ze volkomen kritiekloos zijn. Met onverholen afkeer beschrijven ze hoe dezelfde Emmy die in De Journalist artikelen publiceerde over journalistieke ethiek het niet erg nauw nam met haar journalistieke onafhankelijkheid. Over de talloze vrouwenorganisaties waarin ze functies bekleedde deed ze jarenlang in de krant verslag, zich niet bekommerend om de vele petten die ze tegelijk op had. Toen haar positie op de Nieuwe Courant op het spel kwam te staan schroomde ze niet invloedrijke vrouwenorganisaties bij Nijgh te laten protesteren.

Netwerkster

Emmy was wat we tegenwoordig een netwerkster noemen: behalve in tal van liberaal-feministische organisaties was ze actief in de Haagse Journalistenvereniging en vanaf 1927 in de door feministe Welmoet Wijnaends Francken-Dyserick opgerichte Eerste Nederlandse Soroptimist Club. Van deze vrouwelijke Rotary mocht, na een strenge ballotage, van elk beroep maar één vertegenwoordiger lid worden. Hoe belangrijk allerlei invloedrijke mensen Emmy vonden blijkt niet alleen uit haar eervolle functies en lidmaatschappen, maar ook uit de koninklijke onderscheiding die ze in 1938 ontving.

Veel heeft ze niet gehad aan haar netwerken toen het erop aankwam. Dat bleek pijnlijk duidelijk toen ze tijdens de Duitse bezetting voor het eerst in haar leven echte hulp nodig had. Behalve door de Soroptimisten werd haar joodse naam van alle ledenlijsten en periodieken geschrapt en dat was nog maar het begin. Op onderduiken na heeft ze, met haar zussen, alles gedaan (inclusief zich laten dopen) om deportatie te voorkomen, maar tevergeefs. Op 1 februari 1944, Emmy was 68, werden ze naar Westerbork vervoerd. Drie weken later volgde het transport naar Theresienstadt, waar Emmy twee oudere zussen verloor. Met Mies, haar overgebleven zus van 72, werd ze in mei 1944 opnieuw op transport gesteld, nu naar Auschwitz, waar ze nog anderhalve maand heeft geleefd.

Over Emmy's doen en laten tijdens de oorlogsjaren is nauwelijks informatie voorhanden. Op basis van een vracht aan afgeleide informatie, hebben Divendal en Lakmaker echter een indrukwekkende poging tot reconstructie gedaan, die nauwelijks met droge ogen te lezen valt. De hoofdstukken over Emmy Belinfantes laatste jaren, maanden en weken rechtvaardigen als het ware de rest van de biografie die op het slotakkoord na eigenlijk nogal schraal is. Vermoedelijk is deze inhoudelijke schraalheid niet zozeer te wijten aan onvoldoende research maar aan de schaarse bronnen. Resteert de vraag of de liefdevolle aandacht van de twee auteurs achteraf voldoende wordt gerechtvaardigd door de betekenis van Emmy Belinfante voor de journalistiek en het feminisme – een vraag die open blijft.

Joost Divendal en Henriëtte Lakmaker: Tussen rook alcohol en mannen. Emmy J. Belinfante 1875-1944. Balans, 298 blz. ƒ45,-