Dichters keren terug in huizen

Het poëziefestival `Dichter aan huis' gaat in het weekeinde van 29 en 30 september toch door, dankzij een projectsubsidie van het ministerie van OCW. Dichters als Remco Campert, Mustafa Stitou, Gerrit Kouwenaar, Willem Jan Otten, Esther Jansma, Rutger Kopland en Bart FM Droog zullen hun werk voorlezen in vijftig woonhuizen in Den Haag.

Het festival was op losse schroeven komen te staan nadat het ministerie had besloten het niet op te nemen in de jongste Cultuurnota, waarmee het een negatief advies van de Raad voor Cultuur volgde. Die vond dat het programma te zeer een lokaal karakter had.

Het andere project van de stichting, `Literair Paspoort', waarbij in ambassades wordt voorgelezen, ging wegens de financiële problemen vorig jaar niet door. Directeur Ferry Simonis van de Stichting Dichter aan huis vindt het nu toch toekennen van de projectsubsidie logisch. ,,Wij zijn een festival met nationale uitstraling. Het vindt plaats in Den Haag, maar het publiek en de dichters komen uit het hele land. Vandaar ook dat wij een beroepsprocedure tegen het besluit van het ministerie in gang hadden gezet.'' Die werd ondersteund door een handtekeningenactie, waarbij zowel bezoekers als deelnemende dichters het voor het festival opnamen. Inmiddels is die procedure weer stopgezet.

Dichter aan huis krijgt 80.000 gulden van het rijk. Daarnaast ontvangt het nog 65.000 gulden van de gemeente Den Haag. Zonder de ministeriële bijdrage had het festival niet plaats kunnen vinden, zegt Simonis. Hij verwacht een gelijksoortige subsidie voor Literair Paspoort 2002 te kunnen krijgen. ,,Daarover gaan we in augustus rond de tafel zitten.'' Simonis hoopt dat de nu weer toegekende projectsubsidies de voorbode zijn van structurele ondersteuning bij de eerstvolgende gelegenheid. Die is over drie jaar, in de volgende cultuurnota. Van de duizend plaatsen die beschikbaar zijn in de Haagse woonvertrekken, is inmiddels ongeveer de helft verkocht.