De enkeling telt niet

Dat het moeilijk zou worden voor het Rotterdamse schrijversduo Bleker & Elmendorp om hun eigen overrompelende debuutroman te overtreffen, stond wel bij voorbaat vast. Zwart glas (1997) was niet alleen een spannende misdaadroman, waarin huizen opgeblazen werden, mensen neergeschoten, ledematen afgerukt, ogen uitgestoken en heroïne vervoerd in dode vissen. Ook als gewone roman liet hij weinig te wensen over: naast de heldere, laconieke stijl waren er de vele komische verwikkelingen, de sfeervolle Noord-Ierse locatie, de vele verwijzingen naar Joyce en Ulysses en een sympathieke, onbedorven hoofdpersoon, die haar hoofd boven water wist te houden in een ware slangenkuil. Zij kreeg als welverdiende bonus een romance in de schoot geworpen, zodat het boek toch nog gelukkig eindigde, zij het ook tegen de achtergrond van een nog nasmeulend slagveld.

De reiziger, de tweede roman van Bleker & Elmendorp is dunner, soberder, afstandelijker en ook wel wat saaier dan zijn voorganger. Anders dan het opgewekte meisje Amaryllis uit Zwart glas, dat nog aan het leven moest beginnen, is Drijver, de man zonder voornaam uit De reiziger er al zo'n beetje mee klaar. In de oneven hoofdstukken leren we hem kennen, of eigenlijk juist helemaal niet kennen, omdat hij nogal gesloten is en en weinig meedeelt over zijn leven tot dan toe. `Vaak is je gevraagd', zo heet het in hoofdstuk 7, `wat je nou eigenlijk doet, hoe je aan je geld komt en, dit zijdelings, wie je bent. Afhankelijk van de situatie en degene die de vraag stelt, ben je begrafenisondernemer geweest, accountant, ober en vagebond, kom je meestal uit op: ik ben een doener, of als je humeur het wil: een geldsmijter. Meestal zeg je niets, omdat je niets te binnen schiet.' Er is wel eens een vriendin geweest, en ook een vriend, die veel gevaarlijke dingen deed, en met wie hij blijkbaar gebrouilleerd is geraakt. Ook bedenkt hij dat hij, bij nadere beschouwing, wel graag autocoureur had willen zijn, maar verder komen we weinig te weten. Hij is ziek, zoveel valt wel op te maken uit de norse, emotieloze zinnen, die herinneren aan de al even hoekige stijl van de schrijver Hellema, ook al zonder voornaam. Zo ziek is Drijver zelfs dat hij is opgegeven, zodat hem dus nog maar weinig tijd rest.

Het is een mooi gegeven dat ten grondslag ligt aan De reiziger, al had het wel iets aandachtiger en met meer nuance uitgewerkt mogen worden. De man die de dood krijgt aangezegd, zit niet treurig bij de pakken neer, maar neemt meteen het kloeke besluit het heft in eigen hand te nemen en zijn dood als het ware te gaan regelen, op een zelfgekozen plek. Hij kiest voor een zo leeg mogelijk landschap, waar hij spoorloos in hoopt te verdwijnen. Bleker & Elmendorp hebben blijkbaar iets met het noorden, want deze keer wordt IJsland aangedaan, om precies te zijn een onherbergzaam, dor gebied ten noorden van Reykjavik.

Dat hij zijn laatste reis zelf wil bepalen, spreekt ook uit het komische detail dat hij zijn Reykjavikse hotel – na een laatste overnachting in de bewoonde wereld – niet via de gewone uitgang, maar als een gangster via de brandtrap verlaat. De gehuurde terreinwagen laat hij, al even drastisch, in vlammen opgaan, voordat hij te voet verder gaat, een stoffige zwarte vlakte op, al verstuikt hij nog wel onbedoeld zijn enkel na een onhandige manoeuvre. Hij wil zichzelf als het ware ter aarde bestellen, maar een rustige uitvaart is hem niet vergund.

De IJslandse vlakte blijkt drukker bevolkt te zijn dan verwacht, zij het dan misschien meer met droomgestalten, stemmen en verhaalpersonages dan met mensen van vlees en bloed, zoals dat heet. Voor Drijver zijn, als gezegd, de oneven hoofdstukken gereserveerd. In de andere hoofdstukken komen een flink aantal andere figuren aan bod. Ze zijn afkomstig uit oude of wat jongere IJslandse of Scandinavische sagas en hebben namen als Gunnar, Tristram, Erda, Vigdis, Fenrir, Gudrun, Fiske of Högni. Met al die figuren is wel wat aan de hand. Ze zijn hun zus kwijt, hun vrouw is gek geworden, ze hebben altijd hoofdpijn, ze willen iets of iemand wreken, ze zijn wanhopig op zoek naar een bepaald woord, of ze zijn van plan spoorloos te verdwijnen, net als Drijver. Allemaal kampen ze met een existentieel vraagstuk waarvoor ze een oplossing zoeken, maar niemand wordt hier door de goden, de voorzienigheid of door Bleker & Elmendorp op zijn wenken bediend, zodat er veel onvervuld blijft. De hoofdpijn gaat niet over, al maakt de lijder een indrukwekkende reis om ervan af te komen. Het naarstig gezochte, beslissende woord wordt niet gevonden. De gek geworden vrouw blijft reddeloos in een inrichting opgesloten. En ook is er de oude, narrige Högni, die, in het gezelschap van een paar armetierige kippen en schapen, de hele dag maar wat voor zijn stoffige boerderij zit te koekeloeren. Hij moet maar hopen dat er af en toe eens iemand langs komt aan wie hij de verhalen kan vertellen die hij in zijn lange leven verzameld heeft. `Ik ken ze allemaal', zegt hij mismoedig tegen een toevallige passant. `Ik hang af van de verhalen die van mond tot mond gaan en klamp me eraan vast, want zolang zij er zijn, ben ik er. Bij hun gratie besta ik. (...) Ik zit er maar zo'n beetje bij.' De verhalen over Högni, de hoofdpijnlijder en de woordenzoeker zijn de moeite waard, maar dat geldt zeker niet voor alle door de Edda geïnspireerde geschiedenissen die Bleker & Elmendorp opdissen. Soms zijn ze gewoon te kort en komen ze daardoor niet van de grond, soms zijn te oer of juist te gekunsteld. Het is wel aardig dat de verschillende verhalen in de loop van het boek een soort kluts met elkaar aangaan, zodat tenslotte ook de Hollandse Drijver – die steeds meer begint te hallucineren – nog een dubieus rolletje krijgt te vervullen in een oude saga, maar een mooi samenhangende roman zou ik De reiziger desondanks niet willen noemen.

De bedoeling van Bleker & Elmendorp is intussen wel duidelijk. Niet het individu telt hier, maar de overlevering, het verhaal dat steeds maar weer wordt doorverteld. De mens gaat dood, maar de verhalen over hem blijven bestaan, al valt nog te bezien of De reiziger de eeuwigheid zal weten te trotseren.

Bleker & Elmendorp: De reiziger. Bert Bakker, 160 blz. ƒ31,95