Cowboy Young ploetert tergend langzaam voort

Als Neil Young een gitaarsolo speelt, lijkt hij op een noeste landarbeider die zwoegend en zwetend een spade in de grond steekt. Gebogen over zijn gitaar is de van oorsprong Canadese zanger bijna een karikatuur van de fiere gitaarhelden uit de jaren zeventig, het tijdvak waarin de nu 55-jarige Young zijn grootste artistieke triomfen vierde. Zijn muziek is er niet energieker op geworden. Tergend langzaam speelde hij gisteren een meer dan twee uur lange greep uit zijn enorme repertoire. Omdat Young onder zijn cowboyhoed en in flodderig houthakkersoverhemd geen enkele concessie aan het show-element deed, werd het vooral voor de achterste tribunes een visueel onaantrekkelijke avond die alleen bestemd was voor de fans die hem tegen beter weten in zijn blijven volgen.

De eigenzinnige Young heeft in het verleden een aantal merkwaardige artistieke beslissingen genomen, die bijdroegen aan het enigma rond de man die het miljoenesucces van Harvest volgde met de nerveuze concertregistratie Time Fades Away en die met de dronkemanssessies van Tonight's The Night één van de indringendste platen uit de pophistorie maakte. De kwaliteitscontrole is al jaren zoek, nu Young keer op keer slechte live-albums uitbrengt als het recente Road Rock. Belangrijkste nieuws is dat Young en zijn muzikale tegenpool Stephen Stills het eindelijk eens zijn geworden over de exploitatie van de muziek van hun groep Buffalo Springfield. Van dat jaren zestigfenomeen verschijnt nu een cd-box met zeldzame archiefopnamen.

Begeleidingsgroep Crazy Horse is het trouwste werkpaard dat Young zich kan wensen. De ritmesectie van bassist Billy Talbot en drummer Ralph Molina is zo solide als maar kan en gitarist Frank Sampedro speelt slaafs de grondaccoorden waarop Young eindeloos kan soleren. ,,Die man klinkt als een bromvlieg in een puntzak'', zei de Nederlandse stergitarist Jan Akkerman ooit over het onvoorspelbare, ongeschoolde gitaarspel van Young. Bij de seventies-rockers Don't cry no tears en I've been waiting for you klonk hij gisteravond zelfs voor mensen die gewend zijn aan zijn onvaste stemgeluid nogal onzeker. Pas bij de grunge-stamper Piece of crap viel alles op zijn plaats, waarna Young een slepend akoestisch intermezzo inlaste met het breekbare Don't let it bring you down en een ode aan zijn helden in From Hank to Hendrix. Op het immense podium leek Neil Young-solo bijna letterlijk een schim uit het verleden, slecht verlicht en moeizaam worstelend om de hoge noten te halen. Voor het onverminderd roerende Harvest nam hij plaats achter het harmonium en zong hij een aangepaste tekst over `mother nature on the run in the 21st Century.'

Met een handvol sentimentele liefdesliedjes modderde het optreden voort tot de bijtende punk-lofzang My my hey hey, met een gitaar die klonk als een tandartsboor. In een Spinal Tap-achtige scène kwam een versierd kermisorgel aan kettingen naar beneden, dat daarna onverrichterzake weer naar boven werd getakeld. Kennelijk was het orgel nodig voor de klassieker Like a hurricane, en besloot Young op het laatste moment om die publieksfavoriet niet te spelen. In plaats daarvan volgde het bijna bewegingsloos voortkabbelende Cortez the killer, dat Farm Aid-organisator Young gelegenheid gaf om nog eens een stevige spade in de grond te steken. Krachten werden gespaard en de muziek bleef naar binnen gericht, gesymboliseerd door muzikanten die zich naar elkaar toe keerden bij al het eindeloze instrumentale gefreak. ,,Op die manier zou Tina Turner ook nog jaren mee kunnen'', hoorde ik iemand oneerbiedig zeggen.

Concert: Neil Young & Crazy Horse. Gehoord: 21/6 Ahoy Rotterdam. Herhaling: 24/7 Ahoy.