`Camperts zelfspot is verkwikkend'

Van Parool-columnist Martin Bril verscheen onlangs de roman `Evelien'. Een zedenschets en daarin komt zijn boek overeen met het werk van Remco Campert.

,,Wanneer kom ik nu eens aan de muur?' roept Martin Bril gekscherend tegen Harry, de baas van koffiehuis De Hoek. Hij wijst naar de foto's van Ischa Meijer, wiens Dikke Man-columns vaak speelden in het Amsterdamse koffiehuis. Vindt Bril hier ook verhalen voor zijn dagelijkse column in Het Parool? ,,Nee, deze plek is heilig', zegt hij. Het Spui is meer van hem. Maar het materiaal kan overal vandaan komen, zoals Oud-West, waar hij de snackbars bezoekt voor een zomerserie.

Onlangs verscheen Evelien, het verhaal van een 36-jarige vrouw uit Amsterdam-Zuid in vijftig hoofdstukjes, waarvan een deel oorspronkelijk verscheen in de krant. `Een zedenschets' noemt Bril het, en daarin komt het overeen met het boek waar hij vaak naar teruggrijpt: De Harm en Miepje Kurk Story van Remco Campert.

Bril: ,,In 1982 kwam ik naar Amsterdam, na een periode in Groningen gestudeerd te hebben. Ik denk dat ik De Harm en Miepje Kurk Story voor het eerst gelezen heb bij het verschijnen in 1983. Het is een boek waar ik in de loop der jaren vaak naar teruggegrepen heb, terwijl je niet kunt zeggen dat het een geslaagde roman is. Het is ook zeker niet dè roman van Campert. Campert is een auteur waarvan ze jarenlang dachten dat hij een grote roman zou schrijven en hij heeft dat ook wel een aantal malen geprobeerd maar het is er nooit van gekomen. Dat is helemaal niet erg.

,,De Harm en Miepje Kurk Story is een komedie. In dit boek zie je Campert aan het begin van zijn volle glorie. Zijn proza is vanaf De Harm en Miepje Kurk Story alsmaar beter geworden, eleganter en lichtvoetiger, en tegelijk steeds meer vervuld van diepe bedoelingen, hoe vreemd dat ook klinkt in verband met Campert. Je bent altijd geneigd te denken dat het ook wel niks zal betekenen, omdat zijn werk er zo eenvoudig en luchtig uitziet. Dat is flauwekul, het is hartstikke rijk. En iets dat er makkelijk uitziet, daarvan denk je al snel dat het niet moeilijk geweest kan zijn om het te maken. Maar het is precies andersom. Hemingway zei het al: `easy reading is hard writing'. Het is ploeteren, als je het er maar niet aan afziet. Dan vergeet je zelf ook dat het ploeteren is geweest.'

Camperts boek en Brils Evelien spelen zich ongeveer in dezelfde Amsterdamse buurt af, maar bij Campert is de stad veel minder zichtbaar. ,,Het is echt klassiek, zoals Hemingway dat heeft voorgeschreven', zegt Bril.

,,Je maakt een verhaal en je hebt twee dingen nodig, karakters en dialogen. De Harm en Miepje Kurk Story is een goed voorbeeld van hoe ver je daarmee kunt komen in een kort bestek. De strijd der seksen in de jaren tachtig, daar is het een parodie op. Ik werk anders. In mijn columns wordt meer geobserveerd, en er gebeurt ook uitzonderlijk weinig. Net als in het leven zelf, daar gebeurt ook minder dan je denkt. Evelien gaat wel over hedendaagse mores, net als De Harm en Miepje Kurk Story, maar het is veel minder een komedie, het is meer komisch realisme. Dat moest het ook wel zijn, omdat de basis van het boek gelegen is in mijn werk voor de krant.

,,De verhalen over Evelien krijgen een meerwaarde omdat ze tussen andere, meer journalistieke columns verschijnen. Als je binnen dat stramien dan fictie gaat bedrijven en je pompt die fictie vol met verifieerbare details, dan ontstaat wat ik noem komisch realisme. Het snijvlak tussen journalistiek en literatuur is wat mij het meest interesseert. Ik heb aan de ene kant niet veel verbeelding, en aan de andere kant een ontzettende hang naar de mooigeschreven zin, het echte goeie schrijven. Bij gebrek aan verbeelding kom je dan al snel in de betere journalistiek terecht, zal ik maar zeggen, en die wordt in Nederland nauwelijks meer bedreven. Uiteindelijk heeft me dat in de richting van de New Yorker gedreven en het werk van mensen als E.B. White en Joseph Mitchell.'

Bril kan in De Harm en Miepje Kurk Story talloze onvergetelijke zinnen aanwijzen. ,,In het begin, als de verteller Romke Terkamp opnieuw kennis maakt met zijn oude jeugdvriend Harm Kurk en diens vrouw Miepje, dan eindigt het hoofdstukje met: `Mijn lendenen werden van warm water. Buiten begon het te onweren. Een bloem geurde wild. Tussen Miepje Kurk en mij was het sex op het eerste gezicht.' Dat vind ik echt een onverbeterlijk goede zin. Dat heeft onder meer te maken met het feit dat ze `Miepje Kurk' heet, en ook met de vondst `sex op het eerste gezicht'. Het boekje staat bol van de prachtige zinnen. Het heeft in zijn algemeenheid een quasi-gedragen, ironische toon van vertellen, die af en toe wordt onderbroken door hele kleine, heldere zinnetjes. Mij inspireert dat telkens opnieuw. Kijk, een tijdsbeeld laat zich makkelijk achterhalen, en het heeft ook alles in zich van een tussendoortje, maar ik vind dit boek van Campert wel een heel erg geslaagd tussendoortje.

,,Camperts vakmanschap in deze kleine komedie trekt me erg aan. Zijn werk brengt mij altijd in een goed humeur. Ik voel me aangetrokken tot lichtvoetig proza. Er rust een vloek op lichtvoetigheid in dit land, alles moet ernstig zijn, cerebraal. Ik heb altijd gelezen voor mijn plezier, niet om iets op te steken. De Harm en Miepje Kurk Story lees ik zeker een keer per jaar, en ik moet er altijd weer om schateren. Ik geloof ook erg in de slagzin `minder is meer'. In heel veel Nederlandse literatuur staat te veel, dat wil zeggen, er is te weinig geschrapt. Het is zo wollig en zwaar. Er is veel vlak proza, maar het echte proza, het flonkerende, precieze, trefzekere, minimale proza, dat is er maar heel weinig. Het lijkt ook uit te sterven. Boeken als die van Thomas Lieske en Robert Anker, dat zijn enorm exuberante boeken, maar ik vind dat boeken waar de helft uit kan. En je kan van geen enkel boek van Campert zeggen dat de helft eruit kan.

,,Campert is in zijn werk onveranderlijk schamperend en ironisch over het schrijverschap. Ik denk wel dat hij het serieus neemt, maar je moet het niet al te serieus nemen, zeker niet op papier. Je moet het schrijven een beetje kunnen relativeren. Campert is volgens mij razend onzeker en hij heeft het vermogen te twijfelen over iedere zin die hij opschrijft. Ik denk dat hij zich ook niet op zijn gemak voelt tussen de literaire dikke deuren. Hij is van huis uit meer de frivole maar verlegen dichter. Zijn zelfspot is verkwikkend.

,,Mij sterkt het altijd in de overtuiging dat je maar beter gewoon zo hard mogelijk je best kunt doen en zo goed mogelijk kunt werken, en je verder geen zorgen moet maken over wat de geleerden er van vinden, ik bedoel, die hebben er toch geen verstand van.'

Remco Campert: De Harm en Miepje Kurk Story, De Bezige Bij, 1983. Opgenomen in `Alle Verhalen', De Bezige Bij (2001), 873 blz. ƒ75,-