Bush sprak over Europa en zonder Europa

Wanneer een Amerikaanse president over Jalta spreekt, moet hij geen aanleiding geven tot misverstanden. Jalta was het vakantieoord op de Krim waar de geallieerde leiders begin 1945 bijeenkwamen om zich te beraden over het Europa van na de overwinning op de nazi's. President Bush afgelopen week voor een academisch gehoor in Warschau: ,,Jalta was niet de bekrachtiging van een natuurlijke verdeling, het verdeelde een levende beschaving. De deling van Europa was niet een geografisch gegeven, maar een gewelddaad.'' Zo geformuleerd lijkt Bush zich te scharen aan de zijde van al degenen die sinds '45 de conferentiegangers van Jalta verantwoordelijk hebben gesteld voor de Europese deling. Men mag aannemen dat de president niet de bedoeling had zoiets te suggereren. Maar ten behoeve van de Poolse studenten, wier ouders en grootouders direct onder de gevolgen van de deling hebben geleden, had het verhaal van Jalta nauwkeuriger moeten zijn verteld.

De deling van Europa was een gewelddaad. Op die constatering valt niets aan te merken, maar die gewelddaad werd niet gepleegd in Jalta. Hij werd bevolen door het Kremlin en verricht met behulp van de bajonetten van het Rode Leger. In de jaren na Hitlers nederlaag werden de Oost-Europese landen alsmede de Russische bezettingszone in Duitsland met geweld ingelijfd bij het Sovjet-imperium van Stalin, dat stand zou houden tot de val van de Muur eind 1989. Geen woord, geen daad van de andere aanwezigen in Jalta had daarin verandering kunnen brengen.

Er waren wel meer historische subtiliteiten afwezig in de toespraak van Bush. Winston Churchill, de Britse oorlogsleider, heeft inderdaad opgeroepen tot Europese eenheid. Maar hij deed dat voor een Amerikaans gehoor. Churchill had in de bange dagen van 1940/41 alles in het werk gesteld om Amerika te betrekken bij de oorlog in Europa. In 1946 confronteerde hij in een rede in Fulton, Missouri, de thuisstaat van president Truman, de Amerikanen met de nieuwe gevaren die het zojuist bevrijde Europa bedreigden. Bij Europese eenheid – ,,waar geen enkel land blijvend buiten zou mogen worden gehouden'' – dacht hij in de eerste plaats aan de Oost-Europese volken achter het ,,IJzeren Gordijn'' dat het continent inmiddels in tweeën splitste. En zeker niet aan Britse deelname aan een verenigd Europa. Het Britse imperium was in zijn visie nog een levend organisme dat behouden diende te blijven. De suggestie dat Churchill een van de founding fathers is geweest van de Europese Unie, zoals wij die nu kennen, verhoudt zich slecht tot de historische werkelijkheid.

Vervolgens probeerde Bush de winst te maximaliseren die sinds die inderdaad gedenkwaardige rede is geboekt. Daarvoor koos hij een eenvoudig te begrijpen uitgangspunt. ,,In loopgraven en onder granaatvuur, in concentratiekampen en platgebombardeerde steden, in goelags en in voedselrijen hebben mannen en vrouwen gedroomd van een `Europa heel en vrij' – zoals mijn vader het noemde.'' Verschillende tijdperken waarin grote tegenstellingen achtereenvolgens tot een hete en een koude oorlog leidden, werden hier in één zin samengevat. Veel van die steden waren bovendien platgebombardeerd om de voorwaarden te scheppen voor een `Europa heel en vrij'. De eenheid van Europa lijkt niet te worden bevorderd door de Europese geschiedenis als één, alles egaliserende massa van ellende voor te stellen. De Polen hebben zo hun eigen herinneringen aan de nuances die Bush gemakshalve ongenoemd liet.

Ook in zijn bespiegelingen over de toekomst van Europa sneed Bush de nodige bochten af. De president kiest voor samenwerking in NAVO en EU, en omarmt tegelijkertijd het leerstuk van de collectieve veiligheid. De president: ,,Het Europa dat wij bouwen moet ook voor Rusland openstaan. Wij zijn gebaat bij een succesvol Rusland – en we zien uit naar de dag dat Rusland volledig hervormd, volledig democratisch en nauw verbonden is met de rest van Europa. De grote Europese instellingen – de NAVO en de Europese Unie – kunnen en moeten een partnerschap aangaan met Rusland en met alle landen die uit het puin van de voormalige Sovjet-Unie zijn verrezen.'' Nu is het probleem dat als dit vergezicht werkelijkheid zou worden, de namen misschien dezelfde zijn, maar de organisaties die deze namen voeren, inhoudelijk ingrijpend van karakter zouden zijn veranderd. De NAVO ontleent haar bestaansreden aan de ordenende macht van Amerika, de EU aan het verlangen van de Europeanen daar iets tegenover te stellen. Een partnerschap met Rusland zou, alleen al gezien de omvang van die partner, voor beide instellingen van een andere orde zijn.

Een bondgenootschap veronderstelt een tegenhanger. In het boek 1984 ziet de Britse auteur George Orwell drie entiteiten het noordelijk halfrond beheersen: west, midden en oost. Verschillende bondgenootschappen passeren, maar steeds twee tegen een. Zover ging Bush niet. Hij hield het vager: ,,We moeten ons samen weren tegen de bedreiging van onze veiligheid door regimes die het moeten hebben van instabiliteit, die massavernietigingswapens proberen te bemachtigen en die gevaarlijk onvoorspelbaar zijn.''

Mogelijk dat de president terugdacht aan de alliantie die zijn vader smeedde en die Saddam Hussein en zijn leger uit de woestijnen van Koeweit verjoeg. Daarin was de Sovjet-Unie de gedoger van de gezamenlijke Amerikaans-Europees-Arabische interventie. Maar de omstandigheden waaronder die ingreep plaatshad waren zo specifiek en tijdgebonden dat hij niet model kan staan voor een permanent bondgenootschap. De jaren die sindsdien zijn verstreken, hebben aangetoond dat ook zonder een Koude Oorlog de belangen te ver uiteenlopen om, vrij naar Bush senior, een werkelijk `nieuwe wereldorde' te kunnen scheppen. Dat betekent niet dat de tegenstellingen niet beheersbaar zouden zijn. Maar de zware lading die de president de toekomst van het Euro-Aziatische continent meegaf, dreigt de beheersbaarheid eerder te belasten dan te bevorderen.

Bovendien, het Europa van vandaag, met al zijn dilemma's en problemen, was in de rede van Bush nauwelijks terug te vinden. Dat zei iets over de verhouding van de spreker tot Europa èn tot zijn gehoor. De EU en juist de Polen hebben voorlopig aan elkaar genoeg. Maar daarover kregen de studenten en hun professoren weinig te horen. Naar een variatie op een oud gezegde sprak de Amerikaanse president in Europa, over Europa en zonder Europa. Hoewel hij in Gotenburg wel intens geluisterd zou hebben.

J. H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.