Verrassingen taboe bij UPC

Kabelbedrijf UPC claimt geld genoeg te hebben tot 2003. Zonder winstwaarschuwingen, wel te verstaan.

Bestuursvoorzitter Mark Schneider van UPC volgde gisteren het voorbeeld van collega Paul Smits. Met een brief aan het personeel – via e-mail – drukt hij het verontruste personeel op het hart dat een bankroet van de onderneming niet aan de orde is. De salarissen worden gewoon doorbetaald, het bedrijf ligt op koers, alleen op de beurs heeft het aandeel wind tegen. Maar daar moet niet te zwaar aan getild worden: Schneider benadrukt dat de klanten een betere barometer zijn voor UPC's prestaties dan de uitslagen op de financiële markt.

Waar zouden de financiële markten bang voor zijn bij UPC? Voor een faillissement of voor uitholling van hun belangen? De aandelenkoers van het bedrijf, dat meer dan de helft van de Nederlandse kabelverbindingen in bezit heeft, is binnen twee weken gehalveerd. Het geëiste rendement op de verhandelbare leningen van UPC is in dezelfde periode omhooggeschoten.

De jongste golf winstwaarschuwingen in de technologiebranche en de verdieping van de crisis in de telecom trekken een zware wissel op de zwakke broeders in de sector: bedrijven met agressieve balansverhoudingen worden extra gemeden en het aandeel UPC (koers rond 2,50 euro) benadert inmiddels zelfs de status van `pennystock'.

De kleine lettertjes uit het laatste leningcontract met het Amerikaanse Liberty Media sijpelen door naar de markt: UPC's belangrijkste dochter, kabel- en telefoonexploitant Chello, blijkt als onderpand te fungeren van de lening van 1 miljard euro die drie weken geleden is afgesloten. Daarmee heeft het concern inmiddels al zijn belangrijke bezittingen als onderpand verstrekt.

Een woordvoerder van UPC verbaast zich over de commotie die hierover is ontstaan. Met de lening van Liberty lost UPC immers een veel duurder overbruggingskrediet van Goldman Sachs af. Het onderpand is gewoon meegegaan: Chello is eigenlijk al sinds 1999 verpand.

Kortom, als obligatiehouders zich zorgen maken, hadden ze beter op de voetnootjes in UPC's contracten moeten letten. Daar ligt volgens mr B. Knüppe van advocatenbureau AKD Prinsen Van Wijmen meestal de crux. De curator van onder meer Fokker stelt dat schuldeisers alert moeten zijn op de clausule, waarin wordt geregeld of na uitgifte van leningen nog onderpand aan andere schuleisers kan worden verstrekt.

UPC heeft dat eind vorig jaar gedaan met het grootste deel van zijn kabelnetwerk. Dat gebeurde bij een kredietlijn van 4 miljard euro, die zeer moeizaam door een internationaal banksyndicaat doorgeplaatst werd bij meer dan veertig financiële instellingen. De kabels die de onderneming in Malta en Israël in de grond heeft liggen zijn samen met dochter Chello drie weken geleden aan Liberty Media verpand.

Obligatiehouders van DAF weten wat het betekent als de bezittingen over een breed front als zekerheid worden gebruikt. Normaal gesproken staan de crediteuren redelijk vooraan in de rij van schuldeisers, mocht een boedel moeten worden verdeeld. Bij de vrachtwagenfabrikant was het geld al lang op toen de obligatiehouders aan de beurt waren tijdens de doorstart van DAF.

Bij UPC zijn de obligatiehouders al redelijk afgezakt in de rij van schuldeisers. Eerst komen de banken, daarna Liberty en dan pas de obligatiehouders. Volgens René Verhoef van Fortis hoeven de banken en Liberty zich geen zorgen te maken. UPC heeft tot nu toe circa 2,5 miljard euro van de bankfaciliteit opgenomen. De analist taxeert het wijdvertakte netwerk van UPC op 5 tot 6 miljard euro. ,,Ruim voldoende om bij liquidatie de bank en Liberty af te betalen.''

Branchegenoten van UPC mogen met een winstwaarschuwing komen, het bedrijf zelf kan zich dat echter nauwelijks permitteren. UPC is vooral door de kredietlijn van 4 miljard euro gefinancierd tot in 2003. Die lening stelt voorwaarden aan omzet- en winstontwikkeling. En aan de groei van het aantal abonnementen. Bij tegenslagen komt direct de financiering en het voortbestaan van UPC op losse schroeven te staan.