VERBRANDING

Driekwart van het huishoudelijk afval wordt verbrand, een kwart wordt gestort. Tien jaar geleden was dat nog beide de helft. Storten, dat nog steeds het goedkoopste is, wordt teruggedrongen, omdat het een te groot beslag legt op de kostbare ruimte. Per jaar wordt in Nederland zo'n vijf miljoen ton huisvuil verbrand.

Maar er zijn meer voordelen aan verbranden. Met de vrijkomende hitte kan gedestilleerd water worden bereid (AVR in Rotterdam), de omringende industrie van proceswarmte worden voorzien (Moerdijk), de stadsverwarming worden gevoed (Duiven), zuiveringsslib worden gedroogd (Roosendaal), maar meestal wordt er elektriciteit mee opgewekt. Dat gebeurt steeds efficiënter – de thermische efficiency varieert tussen 20 en 25 procent. Het streven is om het rendement verder te verhogen. Dat kan door de restwarmte nog verder te benutten. In Amsterdam worden nabij gelegen bedrijven verwarmd en in Nijmegen krijgt een zuiveringsinstallatie warmte geleverd.

Sinds gft en glas apart worden opgehaald, is de verbrandingswaarde van `restafval' aanmerkelijk gestegen. Bij verbranding van 1 kilo huisvuil komt nu zoveel warmte vrij dat met de opgewekte elektriciteit een lamp van 60 watt ruim acht uur kan branden. De elf Nederlandse AVI's (afvalverbrandingsinstallaties) spreken trots van thermische recycling. Helaas voor hen mag deze elektriciteit geen `groene stroom' genoemd worden; stroom opgewekt uit stortgas mag dat overigens wèl.

Een groot probleem bij afvalverbranding vormen de rookgassen. Zonder uitgebreide reiniging zouden deze de omgeving ernstig verontreinigen met zware metalen en dioxinen. Alle AVI's hebben nu adequate technieken waarmee de normen worden gehaald. De Nederlandse rookgasnormen behoren tot de strengste ter wereld.