Ultimus inter pares

Spijt moeten ze er van hebben, spijt als haren op hun hoofd. De bestuurders van ABN Amro kondigden vorig jaar, kort na het aantreden van de nieuwe bestuursvoorzitter Rijkman Groenink, keiharde doelstellingen aan voor de vier jaar vanaf 2000. Meest aansprekend was het instellen van een peer group van twintig internationale banken, waaraan ABN Amro zichzelf publiekelijk spiegelt.

Dat werkt als volgt: vanaf 1 januari van dit jaar houdt ABN Amro van zichzelf en van de twintig rivalen bij hoe het totaalrendement op de aandelen zich ontwikkelt. Daarbij wordt uitgegaan van de beurskoers bij herbelegging van dividend. Het streven is om eind 2004 een zo hoog mogelijk totaalrendement te hebben laten zien binnen de groep van eenentwintig. Een plaats bij de top vijf is daarbij het streven.

Het pleit voor Groenink dat hij geen zwakke peers heeft gekozen: onder meer J.P. Morgan, UBS, Deutsche Bank, Citigroup, Merrill Lynch en Morgan Stanley. Maar alsof de duivel er mee speelde, betrok kort na de aankondiging van ABN Amro's nieuwe doelstellingen de lucht boven de financiële markten en de economie. ABN Amro moest op de beurs flink bloeden.

ABN Amro's eerste resultaten zijn dan ook uiterst pijnlijk: in een eigen rapportage van de bank per 21 mei bleek ABN Amro met een totaalrendement van min 12,7 procent sinds 1 januari, de laatste onder zijn gelijken. De bank staat op plaats 20 – één positie boven hekkensluiter Morgan Stanley. Ook in de stand van vanmorgen, berekend volgens de methode van ABN Amro met een driemaands lopend gemiddelde van het totaalrendement, geïndexeerd op 1 januari, staat ABN Amro nog steeds op plaats 20.

Staat Groenink in zijn hemd als hij over anderhalve maand de halfjaarcijfers presenteert? Er gloort hoop. Driemaands-gemiddelden zijn log, en juist de afgelopen anderhalve maand zijn voor veel peers van ABN Amro de zaken ten kwade gekeerd. Die verslechtering komt langzaam in het driemaands gemiddelde tot uiting, zodat ABN Amro straks kans maakt toch een paar plaatsen te winnen. Op basis van een simpele ranglijst, zonder driemaands gemiddelde, blijkt ABN Amro inmiddels te zijn geklommen naar de zestiende plaats. Vóór Morgan Stanley, maar ook voor de peers Nordea, Wells Fargo en HSBC. En nipt vóór rivaal ING. Nu duimendraaien of deze ranglijst op tijd doorwerkt in de driemaands-lopende gemiddelden. Dan kan Groenink bij de halfjaarcijfers toch vooruitgang melden.