Straks hoeven we niets meer weg te gooien

Niet alleen groente, fruit en tuinafval worden hergebruikt. Je kunt het zo gek niet verzinnen of het kan weer verwerkt worden tot een nieuw product.

VARKENS WETEN WEL degelijk wat lekker is. Als het product niet `fris' is, laten ze het staan. Aldus Wim van Alphen, varkenshouder in Tholen, in het bedrijfsblad Flitsen van Albert Heijn. Van Alphen zet zijn varkens brijvoeder voor dat onder andere is samengesteld uit overtollig en over-de-datum-heenzuivel van de supermarkt. Bitterkoekjes in de slobber wordt door het vee op prijs gesteld. Het karton waarin de vla wordt aangevoerd, verdwijnt in de kartonpers en gaat terug naar de kartonindustrie.

Albert Heijn werkt met een reststoffensysteem waarbij zo veel mogelijk materialen worden hergebruikt. Slechts een klein gedeelte komt terecht in de afvalbak. Naast de zuivel wordt ook vlees, fruit, plastic en folie hergebruikt. De draagtassen in de winkel zijn bijvoorbeeld gemaakt van plastic dat al eerder als verpakkingsmateriaal dienst deed. Reststoffen blijken veel meer waarde te hebben dan men vroeger dacht.

,,Afval heeft nooit haast'', zegt Ruud Sondag, voorzitter van de Raad van Bestuur bij Van Gansewinkel, een van de grootste inzamelaars en verwerkers van afval in Nederland. ,,Het leent zich om in grote bulken vervoerd te worden. We vervoeren dan ook zoveel mogelijk per schip via de waterwegen. Tenminste dat willen we in de toekomst steeds meer gaan doen.''

Nu is de grote vervoerder nog de vracht- wagen. Honderden auto's van Van Gansewinkel toeren dagelijks door Nederland om afval op te halen voor de recycle-industrie. Karton en papier worden verwerkt tot nieuw krantenpapier en schrijfblokken. Zo worden bijvoorbeeld alle vertrouwelijke papieren van het ministerie van Financiën of van verscheidene banken onder toeziend oog van veiligheidsmensen vernietigd en later verwerkt tot tissues en maandverband. Sondag: ,,En zo kunnen we doorgaan over het hergebruik van afvalwater, bioreststoffen, glas en bruin- en witgoed. Van een ijskast wordt bijvoorbeeld 95 procent opnieuw aangewend. Metalen en kunsstoffen worden verkleind en gescheiden. De olie wordt afgetapt en hergebruikt. Of lampen, we halen er 3,5 miljoen op per jaar. Zowel het glas als het metaal worden hergebruikt. Bijna niets meer verdwijnt in het niets.''

Eén van de stokpaardjes van Van Ganse- winkel is de energiewinning uit snoeihout. In een onbemande centrale van Essent in Katwijk (bij Cuijck) wordt 150.000 ton snoeihout per jaar gerecycled tot schone energie. Zestigduizend gezinnen worden op die manier van energie voorzien. Het Wereldnatuurfonds controleert of het werkelijk groene stroom is. Er wordt bijvoorbeeld gekeken of de hoeveelheid energie die wordt opgewekt overeenkomt met de hoeveelheid verkochte groene energie.

Eind 1998 begon Van Gansewinkel, onder de naam Biomassa Stroomlijn, in samenwerking met Essent een proefproject: snoeihout inzamelen, prepareren tot biomassa die vervolgens wordt ingezet voor de energiewinning. Tot de poort van de centrale is Van Gansewinkel verantwoordelijk voor het hout. Daarna neemt Essent het over. Op het ruime terrein van de centrale in Katwijk verloopt alles op rolletjes. Een vrachtwagen vol hout meldt zich aan de poort. De lading wordt gewogen en de chauffeur – een jonge sportieve vrouw – mag naar fase twee. De lading wordt gestort en tegelijkertijd wordt een monster van het hout genomen. Mocht na analyse de kwaliteit of samenstelling niet deugen dan gaat de lading resoluut terug en wordt Van Gansewinkel op het matje geroepen. Gedurende het hele afvalproces wordt het hout steeds weer gechecked en gezuiverd.

Vijftig vrachtwagens lossen hier per dag hun lading die vervolgens wordt opgeslagen in voorraadsilo's. Daarna wordt het hout getransporteerd via immense buizen naar de verbrandingsoven. Locatiemanager Kees Haasnoot, die de centrale via een computersysteem bewaakt en bestuurt, opent een luikje van de zogenoemde `wervelbedketel'. Gelukkig zit er nog glas tussen de vuurmassa (1.200 graden Celsius) en het oog. In de ketel zit een zandlaag. Deze laag accumuleert warmte waardoor het natte hout kan verbranden. De ontstane warme verbrandingsgassen dragen de warmte over aan watergekoelde pijpen. Hierbij ontstaat stoom, die op zijn beurt getransporteerd wordt naar de stoomturbine. Uiteindelijk wordt de stoomdruk daar overgezet in elektrische energie die via stroomkabels in de grond verdwijnt naar het Nederlandse net. Haasnoot: ,,Van inname tot verbranding duurt precies drie dagen. We draaien op volle toeren om aan de groene stroomvraag te voldoen.''

Dat kan er dus worden van een uurtje snoeien in de tuin. Bundelen, buiten zetten, de verwerking kan beginnen. Groente- fruit- en tuinafval kan ook nog steeds worden verwerkt door middel van compostering. Dat moet zeer zorgvuldig gebeuren anders ontstaan er stankproblemen. Op de Veluwe gebeurt het composteren in de open lucht. Door een uitgekiende toepassing van zuigbeluchting en een geavanceerde luchtreiniging, voldoet het composteringssysteem van het Veluws Composteerbedrijf (VCB) aan alle strenge milieunormen. Op deze manier wordt ongeveer 100 kg gft-afval per persoon per jaar omgezet tot ongeveer 45 kg compost. Het composteringsproces neemt negen weken in beslag. Vaste afnemers van deze compost zijn dan weer de potgrondindustrie, hoveniers, groenvoorziening en land- en tuinbouwbedrijven. Maar ook de consument zelf hergebruikt bij het inzetten van de vlijtige liesjes zijn eigen gft-afval.

Volgens Ruud Sondag van Van Ganse- winkel heeft de hergebruikindustrie de toekomst. ,,We groeien alleen maar. Het is een bedrijfstak waar de overheid achter staat. Dat merken we in alles. Natuurlijk gaat het bij ons ook om de bedrijfseconomische resultaten (onze omzet bedraagt zo'n 1 miljard gulden op jaarbasis) maar ik word ook gedreven door idealen. Het is toch fantastisch dat we straks niets meer hoeven weg te gooien? Dan is de cirkel uiteindelijk helemaal rond.''