Onvrede over optreden van politie groeit

De onvrede van de Nederlandse bevolking over het optreden van de politie neemt toe. Agenten zouden zich minder vaak laten zien, reageren minder alert op problemen in de buurt en zoeken minder contact met bewoners. Toch voelen burgers zich iets veiliger.

Dit blijkt uit de Politiemonitor Bevolking 2001, een tweejaarlijks onderzoek onder bijna 9.000 mensen over veiligheid en het optreden van de politie. De resultaten zijn gisteren door de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie naar de Tweede Kamer gestuurd.

De onvrede over de politie is volgens de Raad van Hoofdcommissarissen te verklaren door personeelstekorten en grootschalige inzet bij het EK voetbal en de MKZ-crisis. Dat ging ten koste van de inzet van buurtagenten. Het rapport toont volgens de Raad de noodzaak extra geld uit te trekken voor meer agenten en verdere automatisering.

Het CDA heeft over de uitkomsten van het onderzoek een spoeddebat aangevraagd met de minister van Binnenlandse Zaken. CDA-Kamerlid Rietkerk klaagt dat hij van de verantwoordelijke ministers jarenlang positieve verhalen heeft gehoord over uitbreiding van de politiecapaciteit, maar dat ,,de burger nu een onvoldoende geeft''. Hij eist opheldering over wat hij ziet als een discrepantie tussen de investeringen in extra politiepersoneel en het oordeel van burgers over de beschikbaarheid van de politie.

Ondanks de groeiende onvrede zei slechts 28,5 procent van de bevolking zich vorig jaar wel eens onveilig te hebben gevoeld, 2,3 procentpunt minder dan in 1999. Ook het aantal burgers dat zich vaak onveilig voelt, is afgenomen. Jongeren tussen 19 en 24 jaar voelen zich het vaakst onveilig (34,6 procent).

Het aantal slachtoffers van geweld is sinds 1999 gelijk gebleven, maar ligt wel hoger dan in voorgaande jaren. Inbraak in auto's en woningen komt volgens de respondenten minder vaak voor. Hetzelfde geldt voor geweldsdelicten en bedreiging. Overlast door groepen jongeren komt wel vaker voor.