OM informeert slachtoffers van zedendelicten

Het openbaar ministerie is een proef gestart met het informeren van de slachtoffers van ernstige zedendelicten over het tijdstip waarop hun dader vrijkomt.

Het experiment zal worden uitgevoerd met alle 256 gedetineerden die op dit moment vast zitten wegens een ernstig seksueel of pedoseksueel misdrijf (gevangenisstraf van twee jaar of meer). Minderjarige delinquenten of tbs-gestelden zijn van de proef uitgesloten. Het OM is inmiddels begonnen met het opstellen van de brieven aan de slachtoffers. De informatie over de (pedo-) seksuele delinquenten is grotendeels handmatig verzameld, aangezien de automatiseringssystemen van gevangenissen, tbs-klinieken en OM niet aansluiten. Als de proef goed verloopt en de automatisering op orde is zal het experiment mogelijk worden uitgebreid.

Het OM beklemtoont dat de slachtoffers alleen zullen worden geïnformeerd wanneer zij uitdrukkelijk hebben laten weten daar prijs op te stellen. De slachtoffers krijgen alleen informatie over het tijdstip van vrijlating en niet over waar de dader gaat wonen. Wel wordt de politie geïnformeerd, dit om recidive te voorkomen, zegt een woordvoerder van het OM. Indien er gevaar bestaat voor de openbare orde kan ook de burgemeester worden ingelicht.

Volgens het OM wordt met het verstrekken van de informatie tegemoet gekomen aan het belang van het slachtoffer. ,,Hoe vaak hebben we de afgelopen jaren niet te horen gekregen dat het buitengewoon confronterend is om je dader ineens weer tegen te komen'', zegt Yvonne van der Meer, als officier van justitie belast met Slachtofferzorg in het OM-vakblad Opportuun, dat volgende week verschijnt. In de brief wordt de vertrouwelijkheid van de informatie benadrukt en wordt gezegd dat eigenrichting door het OM niet wordt getolereerd. Van der Meer verwacht echter niet dat door de informatieverstrekking het aantal gevallen van eigenrichting zullen toenemen: ,,Een onverhoedse confrontatie zal vaak juist veel emotioneler zijn.''