Inburgering een kwestie van volhouden

Minister Van Boxtel vindt dat immigranten niet mogen spijbelen van hun inburgeringscursus. Maar velen haken toch af, bijvoorbeeld omdat ze werk hebben gevonden.

,,Vorige week was er in de media veel ophef over abortus. Wie weet wat er aan de hand was?'', vraagt de docente Nederlands van het Mondriaan stadscollege voor Educatie aan de groep. De vijf allochtone cursisten kijken haar vragend aan. ,,Was dat niet iets met Engeland?'', probeert Mounir (33) uit Iran.

Een beetje teleurgesteld in de actuele kennis van haar pupillen, vraagt de docente of ze dan wél weten wat het laatste nieuws over Máxima is. Een enthousiast geroep stijgt op uit de klas. ,,Zij heeft haar been gebroken!''

Deze cursisten zijn bezig met een inburgeringscursus. Zij krijgen 18 uur Nederlands in de week en de vakken maatschappij- en loopbaanoriëntatie. Of ze vaak spijbelen? Nee, ze vinden school leuk. Achmed (18) glimlacht. Hij heeft al ten minste tien gele kaarten gekregen wegens ongeoorloofde afwezigheid. Achmed is een `oudkomer', iemand die vóór 1 oktober 1998 een verblijfsvergunning heeft gekregen. Dat betekent dat hij niet verplicht hoeft in te burgeren. Wel kan hij vrijwillig een cursus Nederlands volgen. Dat doet hij als het hem uitkomt.

`Nieuwkomers', die na 1998 een verblijfsvergunning hebben gekregen, moeten wel verplicht inburgeren. Officieel op straffe van een boete, maar dat valt in de praktijk tegen. ,,Hoe kan je controleren of iemand een goede reden had voor zijn afwezigheid?'', vraagt de docente zich af.

Minister Van Boxtel (Integratiebeleid) wil maatregelen treffen om oudkomers die aan een gratis cursus beginnen en halverwege stoppen, te dwingen de cursus af te maken. Volgens het ministerie haakt 70 procent van de cursisten voortijdig af. Deze week stelde Van Boxtel voor een borg te eisen. Het geld krijgen de cursisten terug als de cursus is voltooid, eventueel met een bonus. Het Sociaal en Cultureel Planbureau raamde de wachtlijst van oudkomers op ruim 460.000 mensen. In de praktijk is dit aantal lager. Veel cursisten reageren niet op een oproep om zich aan te melden, omdat ze verhuisd zijn of inmiddels een baan hebben gevonden. Een woordvoerder van de minister: ,,De cursussen zijn te vrijblijvend. Als je eraan begint, moet je het ook afmaken.''

Wie zijn deze oudkomers en waarom haken zij halverwege af? Oudkomers variëren van een vluchteling die in september 1998 een verblijfsvergunning kreeg, een werkloze allochtoon die onder `dwang' van het arbeidsbureau zijn Nederlands gaat verbeteren, of een goed Nederlands sprekende allochtoon die zijn schrijfvaardigheid wil ophalen. Veel van hen stoppen voortijdig met de cursus als zij een baan hebben gevonden. ,,De arbeidsmarkt trekt aan deze mensen'', zegt M. Sini, een afdelingsdirecteur van Regionaal Opleidingscentrum (ROC) Utrecht. ,,Zij doen laagbetaald werk, vaak seizoensarbeid en hoeven er geen Nederlands voor te spreken. Ze realiseren zich vaak niet dat zij er straks als eersten uitvliegen.'' Het gebrek aan kinderopvang is ook een reden om de cursus niet af te maken.

,,Oudkomers hebben geen recht op kinderopvang, dit in tegenstelling tot nieuwkomers'', zegt G.Colpa, directeur van het Mondriaan stadscollege voor Educatie. Nieuwkomers krijgen altijd voorrang bij de taalcursussen. Sinds de Wet inburgering nieuwkomers van 1998 mogen er voor hen geen wachtlijsten meer zijn. Binnen vier maanden moet iemand met een verblijfsvergunning ingeschreven zijn bij een cursus inburgering. ,,We proberen het aantal te schatten en te begroten, maar als in één jaar het aantal nieuwkomers toeneemt, bijvoorbeeld door een oorlog, moeten we bezuinigen op het budget van de oudkomers'', zegt Colpa. ,,Zwangerschap of ziekte zijn ook redenen om voortijdig te stoppen met de cursus'', zegt B. Smits, opleidingsmanager van het ROC Amsterdam. ,,Sommige vrouwen stoppen meteen als ze zwanger zijn. Dat zien we trouwens ook bij nieuwkomers.''

Het verzuim en de uitval onder nieuwkomers bedroeg eind 1999 20 procent. Smits wijt dit niet aan het sanctiebeleid, want dat is er nauwelijks, zegt zij. Ze denkt dat het ligt aan het inburgeringsonderzoek. ,,Voordat de nieuwkomer begint, onderzoeken we eerst het niveau en het type cursist. Zo komt de persoon in de onderwijsgroep die het beste bij hem past'', zegt Smits. Verder zijn nieuwkomers veelal hoger opgeleid dan de oudkomers.

,,Wel raken deze mensen soms gefrustreerd. Ze beseffen dat ze nooit op hetzelfde niveau kunnen werken als in het land van herkomst.''