In de zomer loopt biobak bijna weg

Nederlanders worden steeds minder enthousiast om hun groente-, fruit- en tuinafval apart te houden. Scheiden van afval kan ook heel goed nadat het is ingezameld.

DE 6,5 MILJOEN NEDERLANDSE huishoudens produceren jaarlijks elk zo'n 1.000 kilo afval. Daarvan wordt bijna de helft (44 procent) gescheiden aangeboden. Glas is de absolute topper (74 procent van het glas wordt apart ingezameld), met 58 procent gevolgd door groente-, fruit- en tuinafval (gft) en papier (47 procent).

Het Informatiepunt Afval onderzoekt jaarlijks hoe het staat met het scheiden van afval in de Nederlandse huishoudens. Erg snel gaat dat onderzoek niet, want de meest actuele cijfers stammen uit 1999. Daaruit blijkt dat in 1998 en in 1999 de hoeveelheid gft die in een aparte zak of container terechtkomt, is gedaald ten opzichte van het topjaar 1997. In dat jaar werd gemiddeld 100 kilo gft per inwoner apart ingezameld; twee jaar later was dat tien kilo minder.

Een zorgelijke ontwikkeling vindt men bij het ministerie van VROM. Scheiden van gft, sinds 1994 verplicht, geldt als een van de hoekstenen van het milieubeleid. Niet alleen wegens de voordelen voor het milieu (minder afval, dus minder storten en verbranden), maar ook omdat de burger meermalen per dag wordt gewezen op het belang van een schoon milieu en zijn of haar bijdrage daaraan. Een aflaat voor een duurzame samenleving, zeg maar. Vandaar dat het ministerie, samen met provincies en gemeenten, begonnen is met een programma om het scheiden van afval te stimuleren.

Een aantal gemeenten heeft daar al een voorschot op genomen. Zo hebben Leiden en Oegstgeest in een aantal hoogbouwwijken de `biozak' geïntroduceerd: dit is een afbreekbare zak (gemaakt van aardappelmeel), die precies in de gft-emmer past die de bewoners in bruikleen hebben van de gemeente. In de gemeente Breda is eind vorig jaar een `bonus-malus'-actie gehouden, waarbij zes weken lang de inhoud van de gft-bakken is gecontroleerd. Bewoners die te veel `grijs' afval in de groene bak gooiden, kregen eerst een brief met het verzoek dat niet meer te doen. Kwam de boodschap niet over, dan lieten de vuilophalers de bak in het vervolg staan. Dat was de `malus'-kant van de actie. De bonus-kant bestond uit vijf bosjes bloemen per week, die werden uitgereikt aan bewoners die hun afval wel goed hadden gescheiden.

Dit soort prikkels helpt misschien tijdelijk om de motivatie tot scheiden weer wat op te peppen, maar hoe lang dat beklijft is de vraag. Bovendien is toch altijd een categorie huishoudens, waarvoor de nadelen van scheiden groter zijn dan de voordelen van een schoon milieugeweten. Bijvoorbeeld als je in een flat woont en een keer per dag of per twee dagen met je twee zakken vuilnis naar beneden moet naar de verzamelcontainer. Of als de gft-bak maar een keer in de twee weken wordt opgehaald (in 70 procent van de gemeenten is dat het geval), waardoor de bak zich 's zomers bijna vanzelf naar de straatkant beweegt wegens de maden en bromvliegen.

Een aantal gemeenten (Rotterdam, Delft, Groningen) heeft besloten om – ondanks de verplichting van de rijksoverheid – het gft in de binnenstad niet gescheiden op te halen. Of de vuilophalers kregen klachten door het onhandig formaat van de emmers, zoals in Groningen. Of de verzamelcontainers op straat raakten zozeer `vervuild' met grijs afval dat het composteerbedrijf de gft niet meer accepteerde.

In enkele delen van Amsterdam probeert men dat probleem te ondervangen door het plaatsen van afsluitbare verzamelcontainers. Dat helpt wel tegen de `vervuiling' van het gft, maar de animo om mee te doen is uiterst gering. De containers bevatten vrijwel geen gft, zodat sommige deelraden overwegen om ze maar weer op te heffen. Deelgemeente De Baarsjes wil er wel mee doorgaan, omdat men vindt dat mensen de gelegenheid moeten hebben om gft apart aan te leveren. Afvalscheiding als mensenrecht in plaats van burgerplicht.

Een heel andere oplossing is om het afval te scheiden nadat het is ingezameld. Technisch is dat geen probleem, zo blijkt bijvoorbeeld uit de huisvuilfabriek die afvalverwerker Vagron in de provincie Groningen heeft neergezet. In deze fabriek wordt het ingezameld huisvuil gescheiden in verschillende stromen: metalen, papier en kunststof worden apart verwerkt en ook glas en steenachtige materialen worden uit de afvalstroom gehaald. Daarna resteert het brandbare deel, dat de oven in gaat en zo energie levert, en een organische fractie. Dit deel van de afvalstroom bevat onder andere het gft uit de Groninger binnenstad. De organische fractie wordt vergist tot biogas, dat niet alleen de huisvuilfabriek van stroom en stoom voorziet, maar ook zevenduizend huishoudens. Een elegante oplossing, want daarmee wordt ook de 40 procent organisch afval die ondanks scheiden in de grijze bak terechtkomt, omgezet in biogas. Het nadeel is wel, dat afval scheiden nadat het is ingezameld de burger een mogelijkheid ontneemt iets te doen voor een schoon milieu. Maar er blijven genoeg andere dingen over.