Handelspingpong China en Japan

China en Japan zijn verzeild geraakt in een handelsconflict. Japan belast agrarische producten uit China dat op zijn beurt besloot tot importheffing op Japanse auto's en telefoons. Onrust en onvrede onder de Japanners.

In een beginnende handelsoorlog met China laat de Japanse regering high-tech bedrijven bloeden om de noodlijdende agrarische sector te beschermen. De strijd heeft in Japan forse discussie losgemaakt over de toekomstkeuze voor het land tussen een moderne, open economie of een achterblijvende, oude.

Deze week besloot China tot een speciale importheffing op geïmporteerde Japanse auto's, mobiele telefoons en airconditioners. Het exportvolume van deze producten van Japan naar China is laag, maar het zijn uitermate hoogwaardige producten die juist Japans technische vernuft tonen.

De maatregel is een Chinese vergelding voor het Japanse besluit twee maanden geleden om een speciale belasting te heffen op drie agrarische producten uit China: shiitake-paddestoelen, bosuitjes en riet dat in Japan voor vloermatten (tatami) wordt gebruikt.

,,Japan is een oninteressant land met lage efficiëntie geworden, een socialistisch land'', zei de Japanse zakenman Tadashi Yanai een maand terug tijdens een persconferentie over het besluit om de agrariërs te beschermen: ,,Bedrijven degenereren als ze geen concurrentie hebben.'' Yanai heeft reden zich op te winden. Hij is directeur van Fast Retailing dat een enorme groei heeft doorgemaakt door in Japan goedkope Chinese kleding aan de man te brengen. Ook zijn eigen handel wordt bedreigd door Japanse textielfabrikanten die op zijn goedkope Chinese producten een heffing willen.

De Japanse heffingen vallen onder de zogenoemde safeguard-procedure die is toegestaan door de Wereldhandelsorganisatie. Als producten worden bedreigd door een plotselinge toename van import kan een land als noodmaatregel besluiten tot een importheffing van maximaal tweehonderd dagen die de prijs van het importproduct gelijk brengen met het binnenlandse. De import van genoemde producten is inderdaad snel gestegen afgelopen jaar. Import van bosuitjes explodeerde met een factor 24.

Maar vaak zitten juist Japanse bedrijven achter de groeiende import. Handelshuizen bijvoorbeeld die grote contracten afsluiten met Chinese agrariërs. Of een bedrijf als dat van Yanai dat de kleding in Japan ontwerpt en vervolgens in China laat produceren. Het volume van de wederzijdse handel is de afgelopen tien jaar verviervoudigd tot zo'n 80 miljard dollar per jaar, met een handelstekort voor Japan van ruim 20 miljard vorig jaar.

De economische stagnatie in Japan heeft de consument extreem prijsbewust gemaakt. Tijdens de economische bloeitijd eind jaren tachtig was het niet moeilijk goed functionerende huishoudelijke apparaten bij het groot vuil op straat te vinden, apparaten die slechts waren weggegooid omdat het model was verouderd. Tegenwoordig is een vijf jaar oude televisie geld waard. Overal bloeien tweedehands winkels op.

Om in deze harde tijden te overleven zoeken Japanse bedrijven zelf naar goedkope producten in het buitenland om op de eigen markt een slag te kunnen slaan. Ze moeten wel want anders doen de Japanse consumenten het zelf. De goedkope textielmarkt Tongdaemun in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul werd zo overspoeld door Japanse jongeren dat de Koreanen recentelijk een mini `Tongdaemun-markt' in een warenhuis in Tokio hebben geopend. Zodoende dalen de consumentenprijzen in Japan en hebben binnenlandse bedrijven in oude sectoren als textiel het zwaar.

Maar oude groepen als agrariërs hebben nog altijd veel invloed in de regerende Liberaal Democratische Partij, die dus besloot tot bescherming. Niet iedereen is het ermee eens. ,,Voor een land als Japan dat vrijhandel voorstaat is het in werking stellen van de safeguard procedure onwenselijk'', zei gisteren Hiroshi Okuda, voorzitter van autoproducent Toyota en van de werkgeversorganisatie Nikkeiren. Via directe investeringen, technologische samenwerking en dergelijke zijn handelsrelaties in de huidige wereldeconomie de enkelvoudige dimensie van goederenhandel al lang overstegen, stelt de Nihon Keizai Shinbun vandaag in het hoofdartikel. Nu de wederzijdse afhankelijkheid tussen Japan en China zich alleen maar steeds verder verdiept, zal, aldus de krant, ,,lichtzinnig gebruik van protectionistische maatregelen uiteindelijk slechts nadelig zijn voor de Japanse industrie.''