Geen vét vies beroep

Vrijwel niemand wil vuilnisman worden. Het zou smerig, zwaar en slechtbetaald werk zijn. De realiteit is anders, zo leert een dag op de wagen.

VROEG IN DE OCHTEND is het een drukte van jewelste in de kantine van afvalverwerkingsbedrijf ROVA (Regionaal Orgaan Verwijdering Afvalstoffen) te Zwolle. Pakweg dertig vuilnismannen slaan om kwart voor acht nog snel even een kopje koffie achterover voordat ze op pad gaan. De mannen wisselen nieuwtjes uit, bespreken hun routes en krijgen te horen met wie ze die dag samenwerken. ,,Ik krijg vandaag een uitzendkracht mee'', vertelt chauffeur/belader Richard Kuik.

Eigenlijk heeft Kuik een vaste partner op zijn wagen. Maar ROVA heeft te kampen met een personeelstekort, dus moet zijn vaste maat regelmatig met een ander op pad. ,,Die uitzendkrachten zijn soms prutsers. Je kunt ze zo af en toe alles wel tien keer uitleggen.''

Vandaag heeft Kuik geluk, zijn uitzendkracht is geen prutser. ,,Ik werk nu vijf weken als vuilnisman. De eerste drie weken in Assen en nu in Zwolle. Als je een aantal keren de containers in de `stoeltjes' hebt geklemd, heb je de slag zo te pakken'', aldus uitzendkracht Robert Zuidema. De stoeltjes zijn vakjargon voor het hefmechanisme achterop de wagen.

De mannen beginnen deze donderdagochtend in de nieuwbouwwijk Stadshagen. Kuik bestuurt de groene vuilniswagen en Zuidema staat achterop, startklaar om containers te legen. Intussen breekt de zon door. Een mooie dag voor openluchtarbeid.

In een hoog tempo wordt het huishoudelijk afval verzameld. De uitzendkracht voelt de vaste medewerker goed aan, maar op een gegeven moment is hij de kluts kwijt. ,,Waarom stoppen we hier?'' In zijn directe omgeving is geen enkele container klaargezet. Kuik springt uit zijn wagen. ,,Ja, we moeten nu even illegaal werk verrichten.'' Lachend wijst hij naar een aantal containers verderop. ,,Die zijn van een collega van me.'' Ze zijn vol, nog voor de officiële ophaaldag is aangebroken, legt hij uit.

Niet lang daarna kruipt Zuidema bij Kuik in de wagen, ze gaan richting buitengebied, ofwel Zwols platteland. De ramen van de wagen staan open en radio 538 schalt door de cabine. De route door het platteland is rustig: veel rijden, weinig legen. Rond koffietijd piept Kuik een collega op die gft-containers in hetzelfde gebied leegt. Waar zullen ze afspreken voor de koffie?

Een kwartiertje later parkeren de mannen de vuilniswagens op een grasveld naast een begraafplaats. Ze springen uit hun wagens en ploffen op het grasveld neer. Met een bekertje koffie uit de thermoskan genieten ze van de zon. Kuik maakt al plannen voor die middag: ,,Als we opschieten kan ik nog wel even gaan zwemmen.''

Als de koffie op is, gaan de mannen weer aan de slag. Hoewel er weinig containers te legen zijn in het buitengebied, is de route soms wel lastig. De landweggetjes zijn erg smal en lopen veelal dood, de keermogelijkheden zijn beperkt. Maar Kuik draait zijn hand er niet voor om. Hij is een volleerd chauffeur. De route is dan ook snel afgewerkt. Om half twaalf rijdt de vuilniswagen weer richting ROVA. Eenmaal op de `zaak' gaat Zuidema richting kantine. Kuik wil eerst het opgehaalde vuil in de treinwagons storten, dan is hij er maar weer van af.

En dan is het tijd voor de schaft. De enige vrouw die de bedrijfskantine rijk is, serveert kroketten, frikadellen en soep. Bij de uitvoerende tak van ROVA heerst een echte mannencultuur. De heren vormen een hechte club. ,,Als het niet zo gezellig zou zijn met de jongens, was ik hier al lang weg geweest'', stelt Kuik. Hoewel het werk op de wagens vrijwel geheel geautomatiseerd is, blijft het een mannenberoep. ,,Er hebben hier vroeger wel eens vrouwen gewerkt, maar die konden niet van de mannen afblijven.''

Na de lunch gaan Kuik en Zuidema weer richting platteland. Collega Rob Jansen en uitzendkracht Giusseppe Gervasio gaan stalen rolcontainers bij bedrijven en flats in de stad legen. Het legen van rolcontainers is minder zwaar dan het legen van de zogenaamde minicontainers. Dit komt voornamelijk doordat de grote afvalbakken verder uit elkaar staan en er dus meer gereden kan worden.

Daarom vindt Gervasio het werk op de wagen ook zo fijn. ,,Ik heb altijd in het centrum van Amsterdam in de horeca gewerkt, dat was stukken zwaarder. Het is nooit mijn ambitie geweest om vuilnisman te worden. In het begin dacht ik: `vuilnisman, dat is vét vies werk'. Maar dat valt best wel mee. Vanochtend hadden we een container met maden erin, dat was inderdaad smerig. Maar verder is het werk niet vies.'' En daar heeft Gervasio gelijk in: de vuilnismannen hebben geen direct contact met het afval en afsluitkleppen sluiten de geuren grotendeels op in de wagen. Alleen de stof die vrijkomt als het vuil door de geautomatiseerde armen in de wagen wordt geworpen, kan onaangenaam zijn.

Gervasio hoopt dat hij langer kan blijven werken bij ROVA. Hij wil graag zijn vrachtwagenrijbewijs halen, zodat hij chauffeur kan worden. Chauffeur Jansen heeft dat ook via ROVA gedaan. Hij werkt nu bijna zes jaar als vuilnisman: ,,Ik heb niet voor dit vak gestudeerd. Ik werkte altijd in een kledingzaak, daar heb ik de papieren voor. Maar die ging failliet. Toen kon ik hier aan de slag. Meestal ben ik rond vier uur klaar met werken. De dagen zijn dus niet extreem lang en het werk betaalt best goed. Toch wil ik dit niet mijn hele leven doen. Maar dat hebben er hier wel meer gezegd en zij zijn er ook nog steeds. Ik zou wel een eigen zaak willen openen. Maar ik heb net een huis gekocht, dan heb je zekerheid nodig, die heb ik nu.''

Omdat Jansen die middag nog wil klussen in zijn nieuwe woning, hebben Gervasio en hij hard doorgewerkt. Rond twee uur legen zij de laatste container, die aan een troosteloos betonnen flatgebouw toebehoort.

Eenmaal terug bij het bedrijf is het afval lossen, koffie drinken, de maten goedendag zeggen en op naar huis. Een uurtje later komen ook Kuik en Zuidema terug uit het buitengebied. Kuik kan een duik in het water gaan nemen.